Strafrecht overig
Fietsen met mobiele telefoon. Betrokkene fietste in een bosrijke omgeving en voelde zich onveilig door de…
Rechtbank Midden-Nederland, 29 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3789 · Rechtbank Midden-Nederland · 29 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbmne-2026-3789
Zaakgegevens
Op 29 juni 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 29 juni 2026
- Datum publicatie
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- 11582478 MM VERZ 25-259
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2026:3789
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Fietsen met mobiele telefoon. Betrokkene fietste in een bosrijke omgeving en voelde zich onveilig door de aanwezigheid van een man die telkens achterom keek. Betrokkene heeft haar moeder tijdens het fietsen gebeld. In dit specifiek geval is het beroep gegrond verklaard.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
zittingsplaats Almere
zaaknummer: 11582478 MM VERZ 25-259
CJIB-nummer: 259276587
beslissing van de kantonrechter van 29 juni 2026 en proces-verbaal van de zitting van 15 juni 2026
inzake
[betrokkene] , te [plaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
gemachtigde: [gemachtigde] .
Procesverloop
Bij inleidende beschikking is aan betrokkene een administratieve sanctie opgelegd van € 75,00. De sanctie is opgelegd voor een gedraging op 10 juli 2023 om 14:25 uur te Naarden met de fiets. Het gaat om als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
Bij beslissing op het administratief beroep heeft de officier van justitie de sanctie gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.
Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op de zitting van 15 juni 2026 hun zienswijze nader toe te lichten. Betrokkene en haar moeder (gemachtigde) zijn verschenen. Namens de officier van justitie is een zittingsvertegenwoordiger verschenen.
De kantonrechter heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Standpunten
Betrokkene heeft in het beroepschrift en bij de mondelinge behandeling toegelicht dat zij weliswaar gebeld heeft, maar dat het opleggen van een sanctie toch achterwege moet blijven. Zij fietste alleen in een bosrijke omgeving naar huis en voelde zich onveilig door de aanwezigheid van een man voor haar, die bij herhaling achterom had gekeken. In die situatie heeft zij haar moeder gebeld en toen zij even later de politie trof had zij meer begrip verwacht en mogen verwachten.
De zittingsvertegenwoordiger heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat betrokkene de gedraging niet betwist, maar zich op de omstandigheden beroept. De zittingsvertegenwoordiger stelt dat, hoe vervelend de situatie ook was, betrokkene anders had moeten handelen. Betrokkene had kunnen stoppen of haar vaart kunnen verminderen. Ook had betrokkene kunnen stoppen om haar telefoongesprek voort te zetten totdat de man uit zicht was. De zittingsvertegenwoordiger meent dat er geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden om het sanctiebedrag te matigen. Het beroep bij de kantonrechter is aan ook ongegrond.
Beoordeling
Gedraging
Het feit staat vast. Het gaat alleen om de vraag of een sanctie achterwege had moeten blijven.
De kantonrechter neemt tot uitgangspunt dat regels voor iedereen gelden en dat het niet aan een individuele weggebruiker is om te bepalen wat wel of niet is toegestaan. Dat geldt ook hier. Betrokkene kan niet zomaar zelfstandig bepalen dat de verkeersregel dat zij niet mobiel belt tijdens het fietsen, voor haar niet geldt.
In de regel bedenk je vooraf hoe je ergens naar toe gaat en weer terug, regel je dat je met iemand mee kunt fietsen of kies je een ander transportmiddel als alleen terug fietsen niet passend is. Het kan echter ondanks alle voorzorgsmaatregelen zo zijn dat iemand ongewild toch in een situatie komt die als onveilig ervaren wordt. Het voert te ver om dan als uitgangspunt te nemen dat je niet telefonisch om hulp kunt vragen. Van de betrokkene mag dan wel gevraagd worden dat deze ingaat op de feiten en omstandigheden en goed uitlegt waarom die situatie, aan de orde was. Dat geldt zowel bij de verbalisant of later bij de officier van justitie of kantonrechter.
Als betrokkene hierover een verklaring aflegt bij de verbalisant, mag van de verbalisant vervolgens verwacht worden dat deze daar in zijn verslag aandacht aan geeft. Hier is volstaan met de enkele verklaring van betrokkene dat zij zich niet veilig voelde. De verbalisant had wel iets meer kunnen doen, zoals aangeven om wat voor soort weg het gaat, of het druk was, licht of donker. Op basis daarvan had dan ook de kantonrechter zich een beter beeld van de situatie kunnen vormen en kunnen beoordelen of er objectief bezien sprake was van een situatie die maakt dat begrijpelijk is dat betrokkene de telefoon heeft gepakt om hulp te zoeken.
Die context ontbreekt in het zaaksoverzicht dat de verbalisant heeft gemaakt.
Er is geen reden om aan de verklaring van betrokkene te twijfelen en de mogelijkheid om telefonisch hulp in te roepen mag betrokkene onder die omstandigheden niet zomaar ontzegd worden. Dit betekent dat het beroep in dit specifieke geval gegrond verklaard zal worden.
De kantonrechter benadrukt echter dat de situatie dat weggebruikers zelf kunnen bepalen een geldende regel buiten toepassing te laten, een uitzondering is. Maar met de uitgebreide toelichting op de zitting, die aansluit bij de korte verklaring in het proces verbaal, is aan die voorwaarde voldaan.
Gelet op het voorgaande beslist de kantonrechter als volgt.
Beslissing
De kantonrechter:
-
verklaart het beroep gegrond;
-
vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
-
vernietigt de inleidende beschikking;
-
bepaalt dat de officier van justitie aan betrokkene het betaalde teruggeeft.
Deze beslissing is genomen door mr. J.O. Zuurmond, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare zitting van 29 juni 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
de griffier, de kantonrechter,
B.P. Pantophlet mr. J.O. Zuurmond
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
-
de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
-
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij
de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,
locatie Lelystad, o.v.v. Mulderzaken, postbus 2035, 8203 AA Lelystad.
Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum toezending proces-verbaal: