Strafrecht overig
Rechtbank Midden-Nederland · Rekestprocedure · Strafrecht overig
ECLI:NL:RBMNE:2013:3140 · Rechtbank Midden-Nederland · 9 juli 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-midden-nederland/strafrecht/strafrecht-overig/rekestprocedure/ecli-nl-rbmne-2013-3140
Zaakgegevens
Op 9 juli 2013 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Midden-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Utrecht
- Datum uitspraak
- 9 juli 2013
- Datum publicatie
- 2 augustus 2013
- Zaaknummer
- 16-656545-12
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBMNE:2013:3140
Samenvatting
Rekest 89 sv en 591a sv
Uitspraak
Inhoudsopgave
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/656545-12
Rekestnummer: 13/1008 en 13/1009
Beschikking van de enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op de op 24 april 2013 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschriften, op grond van het bepaalde in de artikelen 89 (rekestnummer 13/1008) en 591a (rekestnummer 13/1009) van het Wetboek van Strafvordering (Sv), van
[verzoeker], (hierna te noemen: verzoeker),
geboren te [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedatum],
domicilie kiezende ten kantore van diens raadsman, mr. A.J.M. van Roy, advocaat te Amsterdam.
De verzoekschriften zijn in openbare raadkamer behandeld op 25 juni 2013.
Gehoord zijn de officier van justitie en de raadsman van verzoeker, mr. A.J.M. van Roy voornoemd.
Verzoeker is, alhoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Het verzoekschrift ex artikel 89 Sv strekt er toe dat de rechtbank een vergoeding toekent voor de schade die verzoeker tengevolge van ondergane verzekering en voorlopige hechtenis stelt te hebben geleden tot het aantal van 5 nachten op het politiebureau en 52 nachten in een huis van bewaring.
Het verzoekschrift ex artikel 591a Sv strekt er toe dat de rechtbank een vergoeding toekent voor de kosten van de raadsman ten bedrag van € 7.563,18 en de kosten van de raadsman voor het opstellen, indienen en mondeling behandelen van het verzoekschrift.
De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van het dossier in de strafzaak tegen verzoeker als verdachte (met opgemeld parketnummer), van voornoemde verzoekschriften en van het schriftelijk advies van de officier van justitie d.d. 15 mei 2013.
De rechtbank gaat bij de beoordeling van de onderhavige verzoeken uit van de navolgende feiten en omstandigheden:
verzoeker is op 29 november 2012 in verzekering gesteld, en is op 25 januari 2013 in vrijheid gesteld;
in totaal gaat het om 57 (hele) dagen, waarvan 5 dagen doorgebracht in een politiebureau en 52 dagen doorgebracht in een huis van bewaring;
bij onherroepelijk geworden vonnis van 5 maart 2013 is verzoeker door de meervoudige kamer in deze rechtbank vrijgesproken.
Overwegingen
Nu de strafzaak van verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, kan hij aanspraak maken op een vergoeding zoals hierna is vermeld.
Ter zake het verzoekschrift ex artikel 89 Sv
Verzoeker kan aanspraak maken op een vergoeding van de schade die is geleden ten gevolge van ondergane verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis. Schadevergoeding wordt toegekend indien en voorzover daartoe, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De rechtbank is van oordeel dat verzoeker alles in aanmerking genomen een vergoeding toekomt van € 4.685,-. De rechtbank gaat daarbij uit van de dagen doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis als hierboven opgenomen en van de bedragen die over het algemeen worden toegekend als vergoeding daarvoor, te weten 5 dagen à € 105,- en 52 dagen à € 80,-.
Ter zake het verzoekschrift ex artikel 591a Sv
Voorzover het verzoek ziet op kosten van de raadsman is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de aard en de omvang van de strafzaak, gronden van billijkheid aanwezig zijn het verzoek toe te wijzen tot een bedrag van € 4.675,59.
De rechtbank overweegt daartoe dat de raadsman namens verzoeker in raadkamer voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat alle verrichte en gedeclareerde werkzaamheden met het oog op een behoorlijke verdediging noodzakelijk zijn geweest. De opgegeven kosten worden gestaafd door de overgelegde urenspecificaties en declaraties. Het uurtarief van de raadsman dat voor vergoeding in aanmerking komt wordt echter gematigd naar een bedrag van € 200,- per uur.
De rechtbank is van oordeel dat aan kosten van de raadsman voor het indienen en mondeling toelichten van het verzoekschrift een vergoeding op zijn plaats is zoals die gewoonlijk wordt toegewezen, te weten € 550,00 (inclusief BTW).
In totaal is derhalve naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking nemend, een vergoeding toewijsbaar tot een bedrag van € 9.910,59.
Beslissing
De rechtbank beslist als volgt:
Op de voet van artikel 89 Sv:
kent verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe ten bedrage van € 4.685,- (zegge: vierduizend zeshonderdvijfentachtig euro)
Op de voet van artikel 591a Sv:
kent toe aan verzoeker uit 's Rijks kas een vergoeding ten bedrage van € 5.225,59 (zegge: vijfduizend tweehonderdvijfentwintig euro en negenenvijftig eurocent);
wijst af het meer of anders verzochte;
beveelt de griffier van deze rechtbank voormelde bedragen aan verzoeker uit te betalen op rekeningnummer [rekeningnummer], t.n.v. [stichting], o.v.v. [verzoeker]
Deze beslissing is gewezen door mr. C.A.M. van Straalen, rechter, als lid van de enkelvoudige raadkamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van Elk, griffier en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van 9 juli 2013.