Belastingrecht

verzet gegrond. beroep ten onrechte kno. verzuim tijdig ingediend.

Rechtbank Noord-Holland, 3 juli 2020

Zaakgegevens

Op 3 juli 2020 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
3 juli 2020
Datum publicatie
30 juni 2020
Zaaknummer
HAA 20/1117 V
Procedure
Verzet
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2020:4733
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

verzet gegrond. beroep ten onrechte kno. verzuim tijdig ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/1117 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2020 op het verzet van

[X] , te [Z] , opposant

(gemachtigde: mr. P. le Heux).

Procesverloop

Opposant heeft tegen de uitspraak op bezwaar van 5 december 2019 van de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam (de inspecteur) beroep ingesteld.

Bij uitspraak van 2 juni 2020 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat opposant niet binnen de gestelde termijn de gronden gericht tegen het niet ontvankelijk verklaren van het bezwaarschrift zou hebben ingediend.

2. Opposant stelt in het verzetschrift onder meer dat de gronden gericht tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar wel binnen de gestelde termijn zijn verstrekt.

3. De rechtbank stelt thans vast dat opposant inderdaad bij digitale brief van 6 april 2020 het verzuim heeft hersteld. Opposant heeft het verzuim dus binnen de gestelde termijn hersteld. De uitspraak waarbij het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard, kan dan ook niet in stand blijven.

4. Gelet op het voorgaande dient het verzet gegrond te worden verklaard. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittinguitspraak werd gedaan. De zaak wordt hierna alsnog op een zitting behandeld.

5. De rechtbank veroordeelt de inspecteur in de door opposant voor het verzet gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 262,50 (0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift met een waarde per punt van € 525 en wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:

  • verklaart het verzet gegrond;

  • veroordeelt de inspecteur in de kosten van het verzet van opposant tot een bedrag van € 262,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 3 juli 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden op

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.