Bestuursstrafrecht
als (snor)fietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is…
Rechtbank Noord-Holland, 25 mei 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:14012 · Rechtbank Noord-Holland · 25 mei 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbnho-2023-14012
Zaakgegevens
Op 25 mei 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 25 mei 2023
- Datum publicatie
- 16 februari 2024
- Zaaknummer
- 10420348 \ WM VERZ 23-540
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2023:14012
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
als (snor)fietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is (R309).
? verklaart het beroep gegrond;
? vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
? bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10420348 \ WM VERZ 23-540
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 25 mei 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : Lease Express B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : [Betrokkene]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 mei 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is verschenen.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om, na wijziging van de feitcode, het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als (snor)fietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is (R309).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift kort samengevat aangevoerd dat de gedraging onduidelijk is, en dat hij niet weet wat de overtreding nu was. Betrokkene heeft een toelichting gevraagd, maar deze niet gekregen. Ter zitting is het beroepschrift nader toegelicht.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie verzoekt om wijziging van de feitcode, nu de gedraging niet is begaan met een snorfiets, maar met een bromfiets. Verder verzoekt de vertegenwoordiger van de officier van justitie om de locatie te wijzigen. Voor het overige verzoekt zij het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging zoals opgelegd is verricht. De kantonrechter zal het voorstel om de feitcode te wijzigen echter niet volgen. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat de betrokkene van meet af aan gemotiveerd heeft betwist dat sprake was van een snorfiets, zonder dat de officier van justitie daarin aanleiding heeft gezien de inleidende beschikking te wijzigen. Daarnaast is de pleeglocatie onjuist, en wordt de kleur van het voertuig in het brondocument “donker” genoemd, terwijl het om een wit voertuig gaat. Gezien deze gang van zaken zal de kantonrechter het beroep gegrond verklaren.
De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
? verklaart het beroep gegrond;
? vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
? bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: