Bestuursstrafrecht

WAHV, niet-ontvankelijk, geen gronden

Rechtbank Noord-Holland, 15 januari 2021

Zaakgegevens

Op 15 januari 2021 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Alkmaar
Datum uitspraak
15 januari 2021
Datum publicatie
5 oktober 2021
Zaaknummer
8585862 \ WM VERZ 20-581
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2021:8622
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WAHV, niet-ontvankelijk, geen gronden

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 8585862 \ WM VERZ 20-581

CJIB-nummer : [nummer]

Uitspraakdatum : 15 januari 2021

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

in de zaak van

[betrokkene]

gemachtigde : M.J.M. Bergers, Boete.nu te Maastricht.

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 15 januari 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voertuig parkeren op parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.

Aan betrokkene is bij brief van 9 november 2020 meegedeeld dat de kantonrechter het beroepschrift pas inhoudelijk kan behandelen nadat betrokkene de stukken (te weten: de gronden), zoals in voormelde brief genoemd heeft verstrekt en dat het niet/niet tijdig verstrekken van die stukken ertoe zal leiden, dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Nu betrokkene de verlangde stukken niet tijdig heeft verstrekt en ook verder niets meer van zich heeft laten horen, dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak wordt daarom niet toegekomen.

De uitspraak

De kantonrechter:

? verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending: