Bestuursstrafrecht

WAHV. Beroep ongegrond. Het doormaken van een lastige tijd en bestaande afspraken met een gerechtigde van een…

Rechtbank Noord-Holland, 26 augustus 2022

Zaakgegevens

Op 26 augustus 2022 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
26 augustus 2022
Datum publicatie
20 februari 2023
Zaaknummer
9884400 WM VERZ 22-1127
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2022:12318
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WAHV. Beroep ongegrond. Het doormaken van een lastige tijd en bestaande afspraken met een gerechtigde van een gehandicaptenparkeerplaats doen niet af aan het verboden karakter van de gedraging

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknummer : 9884400 \ WM VERZ 22-1127

CJIB-nummer : 244439721

Uitspraakdatum : 26 augustus 2022

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [postcode] [woonplaats]

(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 26 augustus 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op gehandicaptenparkeerplaats ander dan met het voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemde voertuig.

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft de gedraging ook niet ontkend. Alhoewel het voor betrokkene een moeilijke tijd moet zijn geweest, doen de omstandigheden van betrokkene niet af aan het verboden karakter van de gedraging. Dat er onderlinge afspraken bestaan tussen betrokkene en de gerechtigde van de gehandicaptenparkeerplaats kunnen er ook niet toe leiden dat de boete niet terecht is opgelegd. Naar het oordeel van de kantonrechter dient de boete dan ook in stand te blijven.

De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Dat de aandacht van betrokkene niet bij het parkeren lag, dient voor rekening en risico van betrokkene te blijven.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:

? verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending: