Bestuursstrafrecht
WAHV. Geen gronden overgelegd. Ook niet nadat het verzuim geconstateerd was en verzocht is om het verzuim te…
Rechtbank Noord-Holland, 28 november 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:12448 · Rechtbank Noord-Holland · 28 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbnho-2022-12448
Zaakgegevens
Op 28 november 2022 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 28 november 2022
- Datum publicatie
- 2 maart 2023
- Zaaknummer
- 10119476 WM VERZ 22-2013
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2022:12448
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
WAHV. Geen gronden overgelegd. Ook niet nadat het verzuim geconstateerd was en verzocht is om het verzuim te herstellen. Niemand ter zitting verschenen. Beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10119476 \ WM VERZ 22-2013
CJIB-nummer : 245936237
Uitspraakdatum : 28 november 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats]
(hierna te noemen: betrokkene).
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Namens betrokkene is daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is namens betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 28 november 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens betrokkene is niemand verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie in de zaak met het hierboven genoemde CJIB-nummer.
Op grond van artikel 6:5, eerste lid, van de Algemene Wet Bestuursrecht behoort het beroepschrift ten minste de gronden van het beroep te bevatten. Als betrokkene niet aan deze verplichting voldoet, dient de kantonrechter het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat betrokkene in verzuim is geweest.
Uit het dossier blijkt dat bij brief van 17 oktober 2022 aan betrokkene is medegedeeld dat verzuimd was om de beroepsgronden te vermelden. Betrokkene is in de gelegenheid gesteld om dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Er is namens betrokkene niet op deze brief gereageerd.
De griffier heeft betrokkene in dezelfde brief van 17 oktober 2022 uitgenodigd voor de zitting van 28 november 2022. Er is niemand namens betrokkene ter zitting verschenen.
Betrokkene is gewezen op de consequentie van het niet herstellen van dit verzuim, namelijk dat de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.
Feiten of omstandigheden waaruit volgt dat redelijkerwijs moet worden geoordeeld dat betrokkene niet in verzuim is geweest, zijn niet gebleken.
Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
? verklaart het beroep aan de kantonrechter niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Kruithof, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de Sectie Kanton van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, Postbus 1621, 2003 BR Haarlem. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: