Bestuursstrafrecht

Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.

Rechtbank Noord-Holland, 21 juni 2023

Zaakgegevens

Op 21 juni 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Alkmaar
Datum uitspraak
21 juni 2023
Datum publicatie
22 augustus 2023
Zaaknummer
10421045 WM
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2023:8271
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 10421045 \ WM VERZ 23-222

CJIB-nummer : 247247034

Uitspraakdatum : 21 juni 2023

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

[betrokkene]

Gemachtigde : Boete.nu (M.J.M. Bergers)

1 Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

1.1.

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De zaak is behandeld op de zitting van 7 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2 Overwegingen

2.1.

De gedraging

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: weg inrijden aan andere zijde van het bord dan de pijl aangaf: bord D 2/16.

2.2.

Het verweer tegen de opgelegde boete

Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete en door gemachtigde van betrokkene is namens betrokkene aangevoerd dat er ter plaatse haaietanden zijn omdat het is toegestaan om linksaf te slaan. Er is dus geen sprake van de genoemde feitcode.

2.3.

Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.

2.4.

De beoordeling van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd

De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal, ondersteund met een foto is het volgende vermeld: “(…) Hier zagen wij een personenauto, BMW X5 voorzien van kenteken (…), rijden. Wij zagen dat de personenauto de voetgangersoversteekplaats voorbij reed en de andere weghelft opreed. Wij zagen dat de personenauto bord D2 negeerde en afsloeg de Molenbuurt in. (…)”

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de aanvullende verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene erkent ook dat hij het bord heeft gezien. Er zijn namens betrokkene onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

2.5.

Proceskosten

De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:

? verklaart het beroep ongegrond;

? wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending: