Bestuursstrafrecht
Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.
Rechtbank Noord-Holland, 14 februari 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:12875 · Rechtbank Noord-Holland · 14 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/bestuursrecht/bestuursstrafrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbnho-2025-12875
Zaakgegevens
Op 14 februari 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 14 februari 2025
- Datum publicatie
- 6 november 2025
- Zaaknummer
- 11264642 WM VERZ 24-1193
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursstrafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2025:12875
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gedraging is voldoende komen vast te staan. Geen aanleiding om boete te matigen. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11264642 \ WM VERZ 24-1193
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 14 februari 2025
Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-
rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene] .
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
gemachtigde : [gemachtigde] (hierna te noemen: betrokkene).
De verkeersboete en het beroep
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding (op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft). Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 31 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan.
De beoordeling
De kantonrechter oordeelt dat betrokkene het beroep tegen de boete te laat heeft ingediend bij de officier van justitie. Het beroep is namelijk pas na afloop van de beroepstermijn van zes weken door de officier van justitie ontvangen. Er zijn geen (bijzondere) omstandigheden waaruit volgt dat de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar is. Dat er intern bij [betrokkene] de werkgever van betrokkene, een administratieve fout is gemaakt waardoor betrokkene de boete te laat doorgestuurd heeft gekregen is een fout die voor rekening en risico van (de werkgever van) betrokkene komt.
De officier van justitie heeft het beroep van betrokkene dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent ook dat de kantonrechter niet toekomt aan de beoordeling of de boete terecht is opgelegd.
De uitspraak
De kantonrechter:
? verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: