Bestuursstrafrecht

De kantonrechter oordeelt dat de boete onterecht is. Het beroep is dus gegrond. De beschikking waarbij de…

Rechtbank Noord-Holland, 5 februari 2025

Zaakgegevens

Op 5 februari 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Alkmaar
Datum uitspraak
5 februari 2025
Datum publicatie
20 november 2025
Zaaknummer
11322894 WM VERZ 24-1425
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:13433
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De kantonrechter oordeelt dat de boete onterecht is. Het beroep is dus gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 11322894 \ WM VERZ 24-1425

CJIB-nummer : ['nummer']

Uitspraakdatum : 5 februari 2025

Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-

rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [betrokkene]

woonplaats : [betrokkene]

(hierna te noemen: betrokkene).

De verkeersboete en het beroep

Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding (Negeren geslotenverklaring). Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 5 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan.

De beoordeling

Betrokkene voert in het beroepschrift aan dat hij en ook de andere bewoners van het appartementencomplex al meer dan tien jaar de betreffende straat inrijden om vervolgens rechtsaf door de overheaddeur de parkeerplaats op te rijden welke bij het appartementencomplex hoort.

De kantonrechter oordeelt dat betrokkene het beroep tegen de boete te laat heeft ingediend bij de officier van justitie. Het beroep is namelijk pas na afloop van de beroepstermijn van zes weken door de officier van justitie ontvangen. Gelet op de te nemen beslissing zal de kantonrechter de termijnoverschrijding echter verschoonbaar achten, zodat aan de inhoudelijke behandeling van de zaak wordt toegekomen.

De kantonrechter oordeelt dat de boete onterecht is. Het staat namelijk niet vast dat betrokkene de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, heeft begaan. Daarbij is van belang dat uit de door betrokkene bij het beroepschrift gevoegde foto’s blijkt dat de geslotenverklaring pas na 30 meter in werking treedt. Dat betrokkene verder is gereden blijkt niet uit de toelichting van de verbalisant in het zaakoverzicht.

Het beroep is dus gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd.

De uitspraak

De kantonrechter:

? verklaart het beroep gegrond;

? vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de

boete is opgelegd;

? bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending: