Bestuursstrafrecht

Gedraging is komen vast te staan, maar gelet op de omstandigheden van het geval matigt de kantonrechter de…

Rechtbank Noord-Holland, 28 februari 2025

Zaakgegevens

Op 28 februari 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Alkmaar
Datum uitspraak
28 februari 2025
Datum publicatie
20 november 2025
Zaaknummer
11228021 WM VERZ 24-1085
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:13441
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gedraging is komen vast te staan, maar gelet op de omstandigheden van het geval matigt de kantonrechter de boete naar € 56,25 (met handhaving van de administratiekosten).

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 11228021 \ WM VERZ 24-1085

CJIB-nummer : ['nummer']

Uitspraakdatum : 28 februari 2025

Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-

rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [betrokkene]

woonplaats : [betrokkene]

(hierna te noemen: betrokkene).

De verkeersboete en het beroep

Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding (negeren geslotenverklaring). Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 14 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan.

De beoordeling

Betrokkene voert aan dat hij dacht dat hij de geslotenverklaring na 17:00 mocht inrijden aangezien dat in de stad de gewoonte is, maar erkent dat het kennelijk is veranderd.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting gesteld dat betrokkene had moeten worden gehoord en dat dit niet is gebeurd. Dat betekent dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond is, dat die beslissing moet worden vernietigd en de boete moet worden verlaagd met 25%. Daarnaast stelt de vertegenwoordiger van de officier van justitie dat de redelijke termijn van berechting is overschreden, zodat de boete nogmaals dient te worden gematigd met 25%.

De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. In het dossier bevindt zich een verklaring van de verbalisant, een foto van de gedraging en schouwrapporten met foto’s van onder andere de bebording te Ritsevoort van 13 december 2022 en 12 januari 2023. Uit deze stukken blijkt voldoende dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is begaan. De bebording is op de foto’s in de schouwrapporten gelijk. Uit die bebording en uit het algemeen proces-verbaal, ook aanwezig in het dossier, blijkt dat de reguliere laad- en lostijden destijds van ma t/m za van 07.00-11.00 en van 17.00-19.30 uur waren.

De gedraging is door betrokkene begaan op zondag 18 december 2022, zodat de laad- en lostijden niet van kracht waren. Het is aan betrokkene als weggebruiker om oplettend te zijn op de aanwezige bebording.

De kantonrechter volgt het standpunt van de officier van justitie dat de hoorplicht is geschonden en dat de redelijke termijn van berechting is overschreden en ziet, met verwijzing naar de genoemde uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, aanleiding om de boete tweemaal met 25% te matigen.

Het beroep is gelet op de matiging gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:

? verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

? verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en matigt de boete tot een bedrag van € 56,25 (met handhaving van de administratiekosten);

? bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Zie de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:GHARL:2022:9934. Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2023, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2023:6369.