Bestuursstrafrecht

De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt daarom dat het beroep…

Rechtbank Noord-Holland, 28 februari 2025

Zaakgegevens

Op 28 februari 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Alkmaar
Datum uitspraak
28 februari 2025
Datum publicatie
20 november 2025
Zaaknummer
11293068 WM VERZ 24-1323
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:13448
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt daarom dat het beroep gegrond is en de beslissing van officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 11293068 \ WM VERZ 24-1323

CJIB-nummer : ['nummer']

Uitspraakdatum : 28 februari 2025

Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [betrokkene]

woonplaats : [betrokkene]

(hierna te noemen: betrokkene).

De verkeersboete en het beroep

Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding (parkeerboete). Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 14 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan.

De beoordeling

De kantonrechter oordeelt dat betrokkene het beroep te laat heeft ingediend. Het beroep is namelijk pas na afloop van de beroepstermijn van zes weken door de kantonrechter ontvangen. Gelet op de omstandigheden van het geval en de te nemen beslissing zal de kantonrechter de termijnoverschrijding verschoonbaar achten, zodat aan de inhoudelijke behandeling van de zaak wordt toegekomen.

Betrokkene heeft aangevoerd dat hij als vluchteling met een tijdelijke verblijfstitel in Nederland woont. Betrokkene heeft aangevoerd en met stukken onderbouwd dat hij op 12 december 2022 in het appartement in de betreffende straat is komen wonen en toen nog niet wist dat hij een vergunning nodig had om ter plaatse te mogen parkeren. Betrokkene stelt dat hij die benodigde vergunning direct nadat hij de boete heeft ontvangen heeft geregeld.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich op de zitting op het standpunt gesteld dat de verbalisant een onjuiste feitcode heeft gebruikt. Dit had de boete met feitcode R397I “parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig” moeten zijn. Wijziging van de feitcode is echter niet mogelijk omdat het boetebedrag behorende bij de juiste feitcode hoger is dan het bedrag van de aan de betrokkene opgelegde boete. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft de kantonrechter daarom verzocht om het beroep gegrond te verklaren.

De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt daarom dat het beroep gegrond is en de beslissing van officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd.

De uitspraak

De kantonrechter:

? verklaart het beroep gegrond;

? vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de

boete is opgelegd;

? bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 februari 2019, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2019:1146.