Bestuursstrafrecht

Verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en matigt de…

Rechtbank Noord-Holland, 26 februari 2025

Zaakgegevens

Op 26 februari 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Alkmaar
Datum uitspraak
26 februari 2025
Datum publicatie
4 december 2025
Zaaknummer
11314174 WM VERZ 24-1417
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:14201
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en matigt de boete tot een bedrag van € 140,00 (met handhaving van de administratiekosten).

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 11314174 \ WM VERZ 24-1417

CJIB-nummer : ['nummer']

Uitspraakdatum : 26 februari 2025

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [betrokkene]

woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : [gemachtigde]

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen, samen met betrokkene. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft
zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat betrokkene stopte om andere weggebruikers voorrang te geven, en dat de omstandigheden het opleggen van een sanctie
niet rechtvaardigen. Betrokkene stond stil en het voertuig stond per ongeluk nog in de tweede versnelling, waardoor het voertuig niet snel kon optrekken. De verbalisant geeft niet specifiek aan waarom er geen mogelijkheid tot staandehouding was. De verbalisant zag betrokkene voor een rood licht stoppen. Onduidelijk is waarom de verbalisant toen geen stopteken heeft kunnen geven.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing
en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De gedraging kan worden vastgesteld. Dat de gedraging niet met opzet was is niet relevant.

De kantonrechter oordeelt dat uit de verklaring van de verbalisant voldoende blijkt dat de verweten gedraging is begaan. De kantonrechter ziet wel reden de boete gedeeltelijk te matigen vanwege de omstandigheden van het geval. Namens betrokkene is van meet af aan aangevoerd dat het om een verschil in communicatie dan wel een foute inschatting ging, waarbij betrokkene deel uitmaakte van een rouwstoet. De emotionele omstandigheden van die dag kleuren bovendien de gedraging. De kantonrechter zal de boete daarom matigen tot de helft van het bedrag.

Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene (deels)
gelijk krijgt.De stelling van de gemachtigde van betrokkene dat de wettelijke regeling over
de uitbetaling van proceskosten in strijd is met het discriminatieverbod wordt niet gevolgd.
Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 907,00 voor de procedure bij de kantonrechter (2 punten voor het beroepschrift en de zitting, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 907,00).

De uitspraak

De kantonrechter:

? verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

? verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en matigt de boete tot een bedrag van € 140,00 (met handhaving van de administratiekosten);

? bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;

? veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € € 907,00;

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending:

Vgl. de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 15 februari 2024, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:RBNHO:2024:1812.