Bestuursstrafrecht

De kantonrechter volgt het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt daarom…

Rechtbank Noord-Holland, 26 maart 2025

Zaakgegevens

Op 26 maart 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Alkmaar
Datum uitspraak
26 maart 2025
Datum publicatie
7 januari 2026
Zaaknummer
11368767 \ WM VERZ 24-1557
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:15544
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De kantonrechter volgt het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt daarom dat het beroep gegrond is en de beslissing van officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 11368767 \ WM VERZ 24-1557

CJIB-nummer : ['nummer']

Uitspraakdatum : 26 maart 2025

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [betrokkene]

woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het
beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 26 maart 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt — kort omschreven — als volgt: Bij verlaten doorgaande rijbaan geen teken met richtingaanwijzer geven.

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd
dat betrokkene technisch bewijs heeft dat zijn auto wel degelijk richting heeft aangegeven.
De agenten in kwestie hebben zich enorm onprofessioneel en slordig opgesteld, en misplaatste grappen gemaakt. De agenten hebben daarnaast op meerdere fronten valsheid in geschrifte gepleegd. Betrokkene verwijst naar zijn administratief beroep.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat het parket

CVOM heeft besloten om een aantal (oude) zaken te vernietigen. Dit zijn zaken waarin de tijd tussen het indienen van het administratief beroepschrift en het doorsturen van het dossier naar
de rechtbank 36 weken of langer heeft geduurd heeft, waardoor de zaken mogelijk niet binnen
een redelijke termijn kunnen worden beoordeeld door een rechter. Omdat er een periode zit
tussen het plannen van zittingen en het moment van vernietigen ontstaat er overlap tussen de zittingslijsten en de lijst met te vernietigen zaken. De voorliggende zaak staat op de lijst om
te worden vernietigd, maar stond al gepland op de zitting van 26 maart 2025. De zittingsver-tegenwoordiger heeft daarom ter zitting verzocht het beroep gegrond te verklaren.

De kantonrechter stelt voorop dat zij alleen bevoegd is te beoordelen of de boete voor het geen teken met richtingaanwijzer geven, terecht is opgelegd. Het betoog van betrokkene over (samengevat) artikel 130 Wegenverkeerswet en het CBR-traject en de klachtprocedure bij de politie hoeven daarom niet besproken te worden.

De kantonrechter volgt het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
en bepaalt daarom dat het beroep gegrond is en de beslissing van officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd.

De uitspraak

De kantonrechter:

? verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;

? verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gegrond en vernietigt die beschikking;

? bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending: