Civiel recht overig
Luchtvaartzaak. Onduidelijk waarvoor additionele kosten zijn gemaakt; kosten niet gespecificeerd. Enkel…
Rechtbank Noord-Holland, 14 november 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:9617 · Rechtbank Noord-Holland · 14 november 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/civiel-recht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbnho-2018-9617
Zaakgegevens
Op 14 november 2018 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 14 november 2018
- Datum publicatie
- 5 november 2018
- Zaaknummer
- 6979232 \ CV FORM 18-4689
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2018:9617
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Luchtvaartzaak. Onduidelijk waarvoor additionele kosten zijn gemaakt; kosten niet gespecificeerd. Enkel verwijzing naar productie zonder toelichting.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 6979232 \ CV FORM 18-4689
Uitspraakdatum: 14 november 2018
Beschikking in de zaak van:
1 [passagier 1]
2. [passagier 2]
beiden wonende te [woonplaats]
verzoekende partij
verder gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A. Bos
tegen
de rechtspersoon naar Iers recht
Ryanair Limited
Gevestigd te Dublin (Ierland)
verwerende partij
verder te noemen: Ryanair
gemachtigde: mr. A.C.J. Houwers
1 Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
-
het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 13 juni 2018;
-
het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 21 september 2018.
2 De feiten
De passagiers hebben met Ryanair een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Ryanair de passagiers diende te vervoeren van Dublin Airport (Ierland) naar Amsterdam Schiphol op 18 september 2017 met vluchtnummer FR 3104, hierna: de vlucht.
De vlucht is geannuleerd. De passagiers hebben compensatie van Ryanair gevorderd in verband met voornoemde annulering.
Ryanair heeft de compensatie aan de passagiers voldaan. Zij weigert de door de passagiers gevorderde additionele kosten te voldoen.
3 Het verzoek en het verweer
De passagiers verzoeken Ryanair te veroordelen tot betaling van:
- € 1.366,65, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 september 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 18 september 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 18 september 2018, tot aan de dag der algehele voldoening.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening).
De passagiers stellen dat Ryanair vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 lid 1 sub c van de Verordening tot een bedrag van € 1.366,64. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door Ryanair van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.
Ryanair betwist de verschuldigdheid en de hoogte van de vordering. Op haar verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4 De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
De passagiers vorderen een bedrag van € 1.366,65 aan additionele kosten. Zij hebben in de toelichting op punt 8.1. van het Formulier A niet gespecificeerd waarvoor zij deze kosten hebben gemaakt. Er is slechts een verwijzing naar “productie 5”. De kantonrechter wijst de passagiers op het arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2017:404). Het is aan degene die een beroep doet op producties om daar een toelichting bij te geven.
Productie 5 bij het verzoekschrift betreft een overzicht van 7 passagiers en een totaal bedrag aan reserveringskosten bij eDreams van € 1.643,82 voor een vlucht van Air Lingus op 18 september 2017 met vluchtnummer El 608. De passagiers vorderen in deze procedure
€ 1.366,65. Dit bedrag is niet terug te vinden in productie 5.
In de e-mail van 27 februari 2018 van de passagiers aan Flightclaim (overgelegd door de passagiers als productie 1) is vermeld dat “de restitutie van de geannuleerde vlucht FR3104 18-09-2017 van Ryanair” is ontvangen. Daarop ziet de vordering kennelijk evenmin.
De kantonrechter is van oordeel dat de passagiers onvoldoende hebben gesteld om te kunnen oordelen dat en waarvoor zij additionele kosten ad € 1.366,65 hebben gemaakt. Het verweer van Ryanair slaagt.
De conclusie is dat de vordering tot betaling van additionele kosten moet worden afgewezen. Omdat de vordering tot betaling van de hoofdsom zal worden afgewezen, zullen ook de nevenvorderingen worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen.
5 De beslissing
De kantonrechter:
wijst het verzochte af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Ryanair tot en met vandaag worden begroot op € 150,00 salaris gemachtigde.
Deze beschikking is gewezen door mr. L.M. de Vries, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open