Civiel recht overig
Geschil over factuur autoreparatie
Rechtbank Noord-Holland, 2 december 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:9880 · Rechtbank Noord-Holland · 2 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/civiel-recht-overig/op-tegenspraak/ecli-nl-rbnho-2020-9880
Zaakgegevens
Op 2 december 2020 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 2 december 2020
- Datum publicatie
- 26 november 2020
- Zaaknummer
- 8673619 CV EXPL 20-3745
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Op tegenspraakOp tegenspraakBeide partijen – of in een strafzaak de verdachte – hebben zich verweerd; het tegenovergestelde van verstek.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2020:9880
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Geschil over factuur autoreparatie
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 8673619 CV EXPL 20-3745
Uitspraakdatum: 2 december 2020
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser] h.o.d.n. [naam]
wonende te [woonplaats]
eiser
verder te noemen: [eiser]
gemachtigde: deurwaarder M.G. Lasonder
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
gemachtigde: J.A. Klaver
1 Het procesverloop
[eiser] heeft bij dagvaarding van 20 juli 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord. [eiser] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.
2 De feiten
Op 8 december 2019 heeft de auto van [gedaagde] schade opgelopen bij een aanrijding.
[gedaagde] heeft zich rond 12 december 2019 tot [eiser] gewend in verband met de taxatie van de schade.
[eiser] heeft de schade getaxeerd op EUR 2.439,36 inclusief b.t.w. Deze taxatie is op 18 december 2019 overgenomen door Dekra Automotive en als expertiserapport doorgezonden aan de betrokken verzekeraar.
[eiser] heeft de schade aan de auto hersteld en [gedaagde] daarvoor een rekening gestuurd ad EUR 1.900,91 inclusief b.t.w.
Op 4 januari 2020 heeft [gedaagde] aan [eiser] een SMS gestuurd: “Ik heb nog geen geld ontvangen van de verzekering. Als geld binnen is kom ik naar je toe.” En later op 8 februari 2020 schreef [gedaagde] aan [eiser]: “Wanneer verzekering betaald krijg je pas.”
3 De vordering
[eiser] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van EUR 1.900,91, vermeerderd met rente en (buitengerechtelijke) kosten.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat hij de auto van [gedaagde] volgens afspraak heeft gerepareerd en dat [gedaagde] de overeengekomen kosten daarvan moet betalen.
4 Het verweer
[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat [eiser] op eigen initiatief is overgegaan tot reparatie van de auto en dat de factuur van [eiser] niet strookt met de eerder begrote kosten van EUR 1.200,-.
5 De beoordeling
[eiser] stelt dat er tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan hij de schade aan de auto van [gedaagde] zou repareren voor een bedrag van EUR 1.900,91 inclusief b.t.w. Ter onderbouwing daarvan heeft hij de berichten die partijen over en weer hebben gestuurd in het geding gebracht.
Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] zijn beschadigde auto naar [eiser] heeft gebracht. [eiser] heeft ten behoeve van de expert van de betrokken verzekeraar een schadeopstelling gemaakt die sluit op EUR 2.439,36 inclusief b.t.w. die ook is geaccepteerd. [eiser] heeft uitgelegd dat hij de auto voor een lager bedrag heeft gerepareerd op verzoek van [gedaagde]; de beschadigde portier is, anders dan in de schadebegroting, niet vervangen, maar uitgedeukt. Uit de door [eiser] overgelegde berichten aan en van [gedaagde] blijkt dat [gedaagde] opdracht heeft gegeven tot reparatie. Er blijkt niet uit dat [gedaagde] enig bezwaar had tegen de reparatie of tegen de (hoogte van) de factuur. Integendeel, [gedaagde] heeft betaling toegezegd zodra de verzekering zou uitbetalen. Onder deze omstandigheden heeft [gedaagde] zijn betwisting van de overeenkomst met [eiser] onvoldoende onderbouwd, zodat daaraan voorbij moet worden gegaan.
Hetzelfde geldt voor de stelling van [gedaagde] dat de kwaliteit van het werk te wensen overliet.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiser] zal toewijzen. De buitengerechtelijke kosten komen eveneens voor toewijzing in aanmerking, nu deze niet zijn betwist.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt.
6 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van EUR 2.206,46 te vermeerderen met de wettelijke rente over EUR 1.900,91 vanaf 18 juli 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 87,99
griffierecht € 236,00
salaris gemachtigde € 360,00 ;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter