Civiel recht overig
Vordering restantbedrag toegewezen. Proceskostenveroordeling. Eerder verstekvonnis.
Rechtbank Noord-Holland, 1 februari 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:1129 · Rechtbank Noord-Holland · 1 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/civiel-recht-overig/verstek/ecli-nl-rbnho-2023-1129
Zaakgegevens
Op 1 februari 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 1 februari 2023
- Datum publicatie
- 14 februari 2023
- Zaaknummer
- 10242547 CV EXPL 22-7288
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- VerstekVerstekDe gedaagde of verdachte is niet verschenen; de rechter beslist zonder zijn verweer.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2023:1129
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vordering restantbedrag toegewezen. Proceskostenveroordeling. Eerder verstekvonnis.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10242547 CV EXPL 22-7288
Uitspraakdatum: 1 februari 2023
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht Zalando Payments GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
de eisende partij
gemachtigde: R. Slagman
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats] , gemeente [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1 De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2 De beoordeling
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 72,31, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 69,43 vanaf 9 december 2022 tot de algehele voldoening. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
De eisende partij stelt dat haar vordering het restantbedrag betreft van de vordering die zij bij dagvaarding van 13 november 2020 heeft ingesteld en in die procedure heeft beperkt tot een bedrag van € 500,00.
Nu de kantonrechter bij verstekvonnis van 17 februari 2021 de gedaagde partij reeds heeft veroordeeld tot betaling aan de eisende partij van een bedrag van € 500,00, is de gedaagde partij gehouden om ook het restantbedrag van € 69,43 te betalen. De kantonrechter wijst de vordering dan ook toe. Ook de gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 72,31, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 69,43 vanaf 9 december 2022 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 103,33 wegens dagvaardingskosten,
€ 128,00 wegens griffierecht en
€ 39,00 wegens salaris gemachtigde;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter