Civiel recht overig
De gevraagde voorlopige voorziening strekt mede tot het van toepassing verklaren van artikel 305 Fw. Uit de…
Rechtbank Noord-Holland, 13 juni 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:4939 · Rechtbank Noord-Holland · 13 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/civiel-recht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbnho-2018-4939
Zaakgegevens
Op 13 juni 2018 heeft de Rechtbank Noord-Holland in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 13 juni 2018
- Datum publicatie
- 13 juni 2018
- Zaaknummer
- C/15/275068 FT RK 18.788
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2018:4939
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De gevraagde voorlopige voorziening strekt mede tot het van toepassing verklaren van artikel 305 Fw. Uit de samenhang met artikel 305, tweede lid, Fw volgt dat een moratorium slechts kan worden verleend indien het ontruimingsvonnis uitsluitend is gebaseerd op een tekortkoming in de nakoming van een financiële verplichting voorvloeiende uit de huurovereenkomst, zoals een huurachterstand. Nu daarvan geen sprake is, althans het ontruimingsvonnis is enkel gebaseerd op andere tekortkomingen, zal de verzochte voorlopige voorziening ex artikel 287, vierde lid, Fw worden geweigerd
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND voorlopige voorziening
Afdeling privaatrecht
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer: C/15/275068 FT RK 18.788
beschikking van 13 juni 2018
op het verzoek van:
[schuldenaar],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen schuldenaar,
tegen
de stichting Stichting Woonwaard Noord-Kennemerland,
gevestigd te Alkmaar,
hierna te noemen Woonwaard Noord-Kennemerland,
gemachtigde: Snijder Gerechtsdeurwaarders.
1 Het verzoek en de beoordeling
Op 11 juni 2018 is ter griffie het verzoek ingekomen van schuldenaar tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. Tevens heeft schuldenaar de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet (Fw) te geven in verband met de namens Woonwaard Noord-Kennemerland tegen 14 juni 2018 aangezegde ontruiming van de door schuldenaar bewoonde woning.
De rechtbank stelt op basis van de stukken vast dat de kantonrechter bij vonnis in kort geding schuldenaar heeft veroordeeld om de woning te ontruimen en ontruimd te houden en te verlaten op grond van de omstandigheid –kort gezegd– dat schuldenaar de woning gedurende langere tijd bedrijfsmatig en commercieel onderverhuurt. Dit maakt dat schuldenaar tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst.
De gevraagde voorlopige voorziening strekt mede tot het van toepassing verklaren van artikel 305 Fw. Uit de samenhang met artikel 305, tweede lid, Fw volgt dat een moratorium slechts kan worden verleend indien het ontruimingsvonnis uitsluitend is gebaseerd op een tekortkoming in de nakoming van een financiële verplichting voorvloeiende uit de huurovereenkomst, zoals een huurachterstand. Nu daarvan geen sprake is, althans het ontruimingsvonnis is enkel gebaseerd op andere tekortkomingen, zal de verzochte voorlopige voorziening ex artikel 287, vierde lid, Fw worden geweigerd.
Nu door afwijzing van de voorlopige voorziening ex artikel 287, vierde lid Fw het belang van de voorlopige voorziening ex artikel 287b Fw is komen te vervallen, beschouwt de rechtbank laatst genoemd verzoekschrift als ingetrokken.
Op het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal thans nog niet worden beslist. De mondelinge behandeling van dit verzoek zal plaatsvinden op [datum] te [tijdstip] uur. Indien schuldenaar een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers tot stand brengt, dient hij dit zo spoedig mogelijk aan de rechtbank te melden en daarbij het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling in te trekken.