Civiel recht overig
Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek, omdat het verzoek is ingediend na de einduitspraak.
Rechtbank Noord-Holland, 7 januari 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:916 · Rechtbank Noord-Holland · 7 januari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbnho-2016-916
Zaakgegevens
Op 7 januari 2016 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 januari 2016
- Datum publicatie
- 9 februari 2016
- Zaaknummer
- 236591 / HA RK 15-209
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2016:916
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek, omdat het verzoek is ingediend na de einduitspraak.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: 236591 / HA RK 15-209
Beslissing van 7 januari 2016
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker.
Het verzoek is gericht tegen:
mr. T.S. Pieters,
hierna te noemen: de kantonrechter.
1 Procesverloop
Verzoeker heeft bij brief van 17 november 2015, welke brief per e-mail op
18 november 2015 bij de rechtbank, sector Kanton locatie Zaandam, om 11.24 uur is binnengekomen, de wraking verzocht van de kantonrechter in de bij deze rechtbank, afdeling privaatrecht, sectie Kanton, locatie Haarlem aanhangige zaak met zaaknummer/ rekestnummer: 4330983/WM VERZ 15-2182, hierna te noemen: de beroepszaak. De griffie van de sector Kanton, locatie Zaandam heeft deze e-mail vervolgens doorgestuurd naar de sector kanton, locatie Haarlem.
De kantonrechter heeft niet in de wraking berust en heeft schriftelijk op het verzoek gereageerd.
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum en tijdstip te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek.
2 De beoordeling van het verzoek
Het middel van wraking kan worden aangewend door een partij die de objectief gerechtvaardigde vrees heeft dat een rechter die jegens hem een vooringenomenheid koestert (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan. De behandeling van de zaak is dan immers geëindigd. Een verzoek tot wraking kan daarom slechts worden gedaan zolang de behandeling van de zaak nog niet is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak.
De zitting in de beroepszaak, houdende het beroep van verzoeker tegen een beslissing van de Officier van Justitie in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, heeft plaatsgevonden op 18 november 2015 te 10.55 uur. Verzoeker is bij die gelegenheid niet verschenen. Na beëindiging van de behandeling van de zaak heeft de kantonrechter ter zitting direct uitspraak gedaan en het beroep van verzoeker ongegrond verklaard. Om 11.10 uur is de volgende zaak behandeld.
Het verzoek tot wraking is binnengekomen bij e-mail van 18 november 2015 te 11.24 uur, dus op het moment dat de beroepszaak al door een beslissing van de kantonrechter was geëindigd. Deze e-mail bevatte een op 17 november 2015 gedateerde tekst, waarin het postadres en een e-mail adres zijn vermeld. Daarmee wordt de indruk gewekt dat verzoeker op 17 november 2015 een brief per post en gelijktijdig ook per e-mail aan de rechtbank heeft verzonden. Bij de rechtbank is voorafgaand aan 18 november 2015 te 11.24 uur, echter geen e-mail van verzoeker binnengekomen, hetgeen wellicht te wijten is aan het feit dat de in de tekst vermelde adressering van de e-mail niet correct is (.nho in plaats van –nho). Evenmin heeft de rechtbank per gewone post een brief van verzoeker ontvangen.
Het wrakingsverzoek is dus niet tijdig ingediend. Verzoeker heeft niet gesteld en evenmin is anderszins gebleken dat verzoeker zijn wrakingsverzoek niet eerder had kunnen indienen.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de slotsom dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek.
Ten overvloede overweegt de rechtbank dat het wrakingsverzoek, ook indien dit tijdig zou zijn ingediend, niet toewijsbaar zou zijn. Verzoeker heeft immers geen feiten of omstandigheden ter onderbouwing van zijn verzoek naar voren gebracht die grond vormen voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3 De beslissing
De rechtbank
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van mr. T.S. Pieters;
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker en de kantonrechter een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.I. de Vreese-Rood, voorzitter, mr. C.E. van Oosten-van Smaalen en mr. H.M. van Dam, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. W.G. van Gastelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2016.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.