Civiel recht overig

Wrakingskamer. Verzoek is niet-ontvankelijk, nu dit is ingediend nadat de kinderrechter haar…

Rechtbank Noord-Holland, 13 maart 2025

Zaakgegevens

Op 13 maart 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13 maart 2025
Datum publicatie
17 maart 2025
Zaaknummer
C/362319/HA RK-25-28
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:2789
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wrakingskamer. Verzoek is niet-ontvankelijk, nu dit is ingediend nadat de kinderrechter haar (eind)beschikking in de hoofdzaak heeft gegeven.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]

Wrakingskamer

zaaknummer / rekestnummer: C/15/362319 HA RK 25-28

Beslissing van 13 maart 2025

Op het verzoek tot wraking ingediend door:

[verzoeker]

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

Het verzoek is gericht tegen:

mr. J.C.M. Swinkels,

hierna te noemen: de kinderrechter.

1 Procesverloop

1.1

Verzoeker heeft op 20 februari 2025 schriftelijk de wraking verzocht van de kinderrechter in de bij deze rechtbank, team F&J Haarlem, locatie Haarlem, aanhangige zaak met als zaaknummer C/15/360344 / JU RK 24-1922, hierna te noemen: de hoofdzaak.

1.2

De wrakingskamer heeft verzoeker bij brief van 24 februari 2025 voorgehouden dat in de hoofdzaak (eind)beschikking is gegeven en gevraagd of hij het verzoek desondanks handhaaft. Binnen de daarvoor gestelde termijn heeft verzoeker daarop niet gereageerd.

1.3

De wrakingskamer heeft afgezien van behandeling van het verzoek ter zitting omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is (artikel 5, tweede lid, aanhef en onder d, van het Wrakingsprotocol rechtbank Noord-Holland).

2 Beoordeling

2.1

Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan alleen een rechter gewraakt worden die een zaak behandelt.

2.2

De kinderrechter heeft haar (eind)beschikking in de hoofdzaak op 18 februari 2025 gegeven. Zij behandelt de hoofdzaak dus niet meer.

2.3

Verzoeker heeft zijn verzoek tot wraking op 20 februari 2025 en dus daarna ingediend.

2.4

De wrakingskamer kan daarom het verzoek niet meer behandelen. Het verzoek moet niet-ontvankelijk worden verklaard. Indien verzoeker meent dat de kinderrechter partijdig is geweest in de hoofdzaak, kan hij dat in hoger beroep tegen de beschikking aan de orde stellen.

3 Beslissing

De rechtbank

3.1

verklaart het verzoek tot wraking van de kinderrechter niet-ontvankelijk,

3.2

beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de kinderrechter en de wederpartijen in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.

Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, mr. C.A.M. van der Heijden en mr. H.A. Pott Hofstede, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van B.R. van Tongeren, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2025.[concipiënt_initialen]

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.