Personen- en familierecht
Rechtbank Noord-Holland · Kort geding · Personen- en familierecht
Rechtbank Noord-Holland, 23 januari 2023
ECLI:NL:RBNHO:2023:5004 · Rechtbank Noord-Holland · 23 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/personen-en-familierecht/kort-geding/ecli-nl-rbnho-2023-5004
Zaakgegevens
Op 23 januari 2023 heeft de Rechtbank Noord-Holland in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Alkmaar
- Datum uitspraak
- 23 januari 2023
- Datum publicatie
- 31 mei 2023
- Zaaknummer
- C/15/334956 / KG ZA 22-623
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2023:5004
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Straat- en contactverbod
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer / rolnummer: C/15/334956 / KG ZA 22-623
Vonnis in kort geding van 23 januari 2023
in de zaak van
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiser,
advocaat mr. S. Tromp te Hoorn Nh,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. Y. Bruin te Heerhugowaard.
Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding van 23 december 2022 met 9 producties,
-
producties 1 t/m 5 van de zijde van Gnot,
-
de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 9 januari 2023.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De uitgangspunten
Partijen hebben tot eind 2022 een affectieve relatie met elkaar gehad. Uit die relatie zijn twee minderjarige kinderen geboren.
Op 20 december 2020 heeft Veilig Thuis via de politie een melding ontvangen over een incident, waarbij de man onder invloed van alcohol in zijn auto had gereden met de zoon van partijen achterin.
De vrouw heeft op 17 juli 2022 aangifte gedaan tegen de man vanwege mishandeling. In de aangifte verklaart de vrouw dat de man haar ook twee keer eerder heeft mishandeld. De man is strafrechtelijk veroordeeld.
De burgemeester van de gemeente Enkhuizen heeft de man een huis- en contactverbod opgelegd voor de duur van 10 dagen, tot 28 juli 2022. Dit huisverbod is vervolgens verlengd voor een periode van 18 dagen, tot 15 augustus 2022.
Op 8 september 2022 heeft de vrouw aangifte gedaan van huiselijk geweld door de man.
Bij vonnis van 20 september 2022 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank het uitsluitend gebruik van de woning van partijen aan de vrouw toegekend.
Op 2 oktober 2022 heeft de vrouw aangifte gedaan van mishandeling door de man.
De vrouw ontvangt hulpverlening van Stichting Mee & de Wering.
Partijen hebben gesprekken gevoerd bij Veilig Thuis. Op 14 november 2022 zijn een aantal veiligheidsvoorwaarden opgesteld. De man komt deze voorwaarden niet na.
De man heeft in overleg met Stichting Mee & de Wering omgang met de kinderen gehad, waarbij hij de kinderen heeft opgehaald in een winkelcentrum en ze daarna bij de woning heeft teruggebracht. Het laatste omgangscontact was op 11 december 2022. Stichting Mee & de Wering heeft de man bericht dat zij niet meer met hem in gesprek gaan over de omgang.
3 Het geschil
De vrouw vordert samengevat - om voor de duur van zes maanden aan de man een contactverbod op te leggen en om hem te verbieden zich in een straal van 1000 meter rondom de woning te begeven, alsmede binnen een straal van 500 meter van de school en de BSO van de oudste zoon van partijen, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom, met machtiging van de vrouw om met behulp van de sterke arm van politie en justitie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen indien de man zich niet houdt aan het contact- en gebiedsverbod en onder veroordeling van de man in de proceskosten.
De vrouw legt aan haar vordering ten grondslag dat zij in grote angst voor de man leeft. De man is onberekenbaar en klaarblijkelijk niet in staat zijn emoties en agressie onder controle te houden, met name wanneer hij veel alcohol nuttigt. De man blijft stelselmatig de woning bezoeken, ondanks de afspraken die partijen met Veilig Thuis hebben gemaakt.
De kinderen zijn inmiddels getuige geweest van meerdere incidenten tussen partijen en de kinderpsycholoog acht een behandeltraject voor de oudste zoon van partijen noodzakelijk.
De man heeft hiervoor nog geen toestemming gegeven. De man komt niet meer naar gesprekken bij de hulpverlenende instanties, waardoor zij de grip op de situatie dreigen te verliezen. Gelet op de aanhoudend dreiging heeft de vrouw de man in overleg met Veilig Thuis geblokkeerd op haar telefoon. In samenspraak met Stichting Mee & de Weering, de Blijf Groep en de politie heeft de vrouw sinds kort een Aware-knop. Deze heeft zij gelukkig nog niet hoeven te gebruiken, maar zij leeft met een constant gevoel van onveiligheid.
De hulpverlenende instanties hebben de vrouw op het hart gedrukt dat er nu actie nodig is om haar veiligheid en die van de kinderen te kunnen waarborgen. Bij afwijzing van de vordering zal zij niet langer met de kinderen in de woning kunnen verblijven.
De man voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Het spoedeisend belang volgt in voldoende mate uit de aard van de vorderingen.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat een straat- en contactverbod een inbreuk vormt op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te verplaatsen en te uiten. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo'n inbreuk kunnen rechtvaardigen.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter staat in voldoende mate vast dat er na het einde van de relatie van partijen diverse incidenten hebben plaatsgevonden die ertoe hebben geleid dat er inmiddels een vrij uitgebreid netwerk van hulpverlening rondom de vrouw (en de kinderen) tot stand is gekomen. De vrouw heeft meerdere malen aangifte gedaan en de man is ook strafrechtelijk veroordeeld. Daarnaast heeft de man een huisverbod opgelegd gekregen en stelt de vrouw dat zij sinds kort een Aware-knop heeft.
Weliswaar heeft zij deze nog niet hoeven te gebruiken, maar uit hetgeen in de stukken en ter zitting naar voren is gebracht, komt een beeld naar voren van (een gevoel van) onveiligheid aan de kant van de vrouw en, inmiddels, ook de oudste zoon van partijen. De vrouw heeft onbetwist gesteld dat de hulpverlening grote zorgen heeft over de veiligheid van de vrouw en de kinderen.
Gelet op het voorgaande, acht de voorzieningenrechter het belang van de vrouw en de kinderen om in hun meest directe omgeving hun eigen leven te kunnen leiden zonder (ongewenste) inmenging van de man onder de huidige omstandigheden zwaarwegender dan het belang van de man om zich vrij te kunnen bewegen. In dat kader is van belang dat de vordering tot oplegging van een straatverbod aan de man aan de eisen van proportionaliteit voldoet, nu de vordering zich beperkt tot de straat waar de woning is gelegen en de directe omgeving van de basisschool en de BSO van de oudste zoon van partijen. Weliswaar heeft de man zich niet eerder bij de school en de BSO laten zien, maar de voorzieningenrechter acht het niet ondenkbaar dat de man andere wegen zal bewandelen om met de vrouw in contact te komen als hij niet langer in de buurt van de woning mag komen. De man heeft niet gesteld dat hij een noodzaak heeft om het bedoelde gebied te bezoeken, noch is van een noodzaak daartoe gebleken. Dit geldt ook in het kader van de uitvoering van een omgangsregeling tussen de man en de kinderen, nu de overdracht kan worden gerealiseerd op een neutrale plek, zoals dat bij het ophalen in het recente verleden ook al gebeurde.
Gezien het voorgaande, zal de vordering tot het opleggen van een straatverbod worden toegewezen. Het verbod zal worden toegewezen voor de duur van zes maanden zoals gevorderd, nu deze termijn de voorzieningenrechter redelijk voorkomt.
Het contactverbod zal ook worden toegewezen, eveneens voor de duur van zes maanden. De voorzieningenrechter neemt daartoe mede in aanmerking dat de vrouw ter zitting heeft verklaard dat de man haar op 15 december 2022 nog dronken heeft opgebeld en haar in dat gesprek heeft bedreigd. De vrouw heeft de man op advies van de hulpverlening geblokkeerd op haar telefoon. Het voortbestaan van een situatie waarin de man haar kan benaderen en bedreigen houdt het onveilige gevoel bij de vrouw in stand. Het voortbestaan van die situatie kan niet in het belang van de kinderen worden geacht.
De voorzieningenrechter zal daarbij bepalen dat van het contactverbod worden uitgezonderd de contacten tussen partijen dan wel de man en de minderjarigen die door de hulpverlening worden georganiseerd en waarmee de vrouw uitdrukkelijk heeft ingestemd.
De vrouw staat immers nog steeds open voor het hervatten van de gesprekken met de instanties zodat er kan worden samengewerkt aan een werkbare en veilige omgangsregeling. De man dient zich te realiseren dat het voor deze contacten noodzakelijk is dat hij zich houdt aan de eerder afgesproken veiligheidsvoorwaarden.
De rechtbank is van oordeel dat als stimulans tot nakoming van de gegeven beslissing de gevorderde dwangsom eveneens moet worden toegewezen, zij het gematigd en gemaximeerd als hierna te melden. De gevorderde machtiging van de vrouw om de man en desnoods te laten verwijderen met behulp van de sterke arm als hij zich niet aan het straatverbod houdt zal wel worden toegewezen, om tegemoet te komen aan het gevoel van veiligheid van de vrouw.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter:
verbiedt de man om gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis zich te begeven naar en/of zich te bevinden in een straal van 1000 meter rondom de woning, aan het adres [adres] [woonplaats] , alsmede binnen een straal van 500 meter van basisschool [naam basisschool] en [BSO] te [woonplaats] , met machtiging van de vrouw om de man desnoods met behulp van de sterke arm te doen verwijderen bij overtreding van dit verbod,
verbiedt de man met onmiddellijke ingang na betekening van het vonnis gedurende zes maanden persoonlijk, schriftelijk, telefonisch, via sociale media of anderszins contact op te nemen met de vrouw,
bepaalt dat van voormeld contactverbod worden uitgezonderd de contacten tussen de man en de vrouw dan wel de man en de minderjarige kinderen van partijen die door de hulpverlening worden georganiseerd en waarmee de vrouw uitdrukkelijk heeft ingestemd,
veroordeelt de man om aan de vrouw een dwangsom te betalen van € 250,- voor iedere keer dat hij niet aan de in 5.1 en/of 5.3 uitgesproken veroordelingen voldoet, tot een maximum van € 10.000,- is bereikt,
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Voogd en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. Kliffen op 23 januari 2023.