Verbintenissenrecht
Ambtshalve toetsing. Verstek. Tussenvonnis. Gelegenheid toelichten naleving (pre)contractuele…
Rechtbank Noord-Holland, 29 juli 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:9633 · Rechtbank Noord-Holland · 29 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-holland/civiel-recht/verbintenissenrecht/tussenuitspraak/ecli-nl-rbnho-2026-9633
Zaakgegevens
Op 29 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-HollandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Haarlem
- Datum uitspraak
- 29 juli 2026
- Datum publicatie
- 30 juli 2026
- Zaaknummer
- 11967446 \ CV EXPL 25-7662
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- TussenuitspraakTussenuitspraakDe rechter beslist nog niet alles, maar neemt een tussenstap, bijvoorbeeld een bewijsopdracht of het inschakelen van een deskundige.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNHO:2026:9633
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ambtshalve toetsing. Verstek. Tussenvonnis. Gelegenheid toelichten naleving (pre)contractuele informatieplichten. Incassokostenbeding voorlopig oneerlijk. Gelegenheid reactie. Rentebeding en overige bedingen niet oneerlijk.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11967446 \ CV EXPL 25-7662
Uitspraakdatum: 29 juli 2026
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Wittebrug Lease B.V., mede handelend onder de naam IKRIJ.NL
te 's-Gravenhage
de eisende partij
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1 De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2 De beoordeling
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 5.858,14 aan hoofdsom, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
Weliswaar heeft de eisende partij in zeer algemene bewoordingen gesteld dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten, maar zij heeft dit op geen enkele manier onderbouwd. Zij heeft namelijk nagelaten een met schermafdrukken onderbouwde toelichting op het aanmeldproces te overleggen, zodat de kantonrechter niet kan vaststellen dat aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de in artikel 6:230m lid 1 BW bedoelde essentiële informatie is verstrekt. Ook heeft zij niet toegelicht op welke wijze zij heeft voldaan aan de contractuele verplichting van artikel 6:230v lid 7 BW. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het ontbreken van een dergelijke onderbouwing in eventuele vervolgzaken kan leiden tot afwijzing van de vordering.
In dit geval en bij wijze van uitzondering wordt de eisende partij echter eenmalig in de gelegenheid gesteld om bij akte nader toe te lichten hoe zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieverplichtingen. In dit geval ligt het voor de hand om schermafbeeldingen over te leggen van het aanmeldproces dat een consument doorloopt via de website van de eisende partij. De eisende partij moet daarbij expliciet en op een duidelijke manier (per vereiste) aangeven op welke schermafbeelding welke informatie van artikel 6:230m lid 1 BW en artikel 6:230v lid 3 BW te vinden is (bijvoorbeeld door de relevante onderdelen in de producties te onderstrepen of te arceren).
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
Op de overeenkomst(en) zijn de volgende algemene voorwaarden van toepassing verklaard: ‘Algemene voorwaarden IKRIJ.NL: auto abonnement versie 1.1’, van 4 maart 2024 (hierna: de algemene voorwaarden).
Artikel 4.7 van de algemene voorwaarden betreft een rente- en incassokostenbeding. Dat luidt als volgt:
‘Indien een factuurbedrag niet tijdig wordt voldaan, word je in gebreke gesteld. Volgt dan alsnog geen betaling, dan zal de vordering worden overgedragen aan onze debiteurenbeheerder. Deze zal de vordering, verhoogd met haar administratiekosten aan jou voorleggen. Indien het openstaande bedrag vervolgens niet per direct voldaan wordt, behoudt IKRIJ.NL zich het recht voor het (…) abonnement met onmiddellijke ingang te beëindigen, onverminderd haar rechten om wettelijke rente en de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte in rekening te brengen.’
In dit beding wordt ten nadele van de consument afgeweken van het bepaalde in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Er wordt immers van uitgegaan dat alle (‘redelijke’) kosten verschuldigd zijn. Daarbij is geen maximum opgenomen, wat ertoe leidt dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument zouden kunnen komen. Dat zou tot gevolg hebben dat de consument belast wordt met hogere kosten dan wettelijk is toegestaan. Tot slot volgt uit de tekst van het beding dat de incassokosten al verschuldigd zijn zodra de vordering uit handen wordt gegeven, terwijl de wettekst voorschrijft dat éérst nog een zogenoemde veertiendagenbrief moet worden verstuurd.
Het beding is daarom vermoedelijk oneerlijk. De kantonrechter is voornemens om dit beding op dit punt te vernietigen en de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten af te wijzen. De eisende partij zal echter de gelegenheid krijgen om op dit voorlopige oordeel te reageren.
Artikel 4.7 van de algemene voorwaarden is ook een rentebeding. Dat is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
De overige bedingen uit de algemene voorwaarden die op de vordering van toepassing zijn, namelijk de artikelen 3.2, 3.3, 3.5, 4.1, en 4.4, zijn door de kantonrechter eveneens getoetst en evenmin oneerlijk bevonden.
Conclusie
De eisende partij krijgt de gelegenheid om bij akte de onder 2.4 bedoelde toelichting te geven en om te reageren op het voorlopig uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3 De beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van 26 augustus 2026 om de eisende partij de gelegenheid te geven om bij akte de onder 2.4 bedoelde toelichting te geven en te reageren op het voorlopig uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter