Belastingrecht
Onbevoegdelijk ingesteld beroep. Niet-ontvankelijkverklaring.
Rechtbank Noord-Nederland, 19 februari 2015
ECLI:NL:RBNNE:2015:673 · Rechtbank Noord-Nederland · 19 februari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2015-673
Zaakgegevens
Op 19 februari 2015 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 februari 2015
- Datum publicatie
- 19 februari 2015
- Zaaknummer
- AWB - 13 _ 2233
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2015:673
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Onbevoegdelijk ingesteld beroep. Niet-ontvankelijkverklaring.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 13/2233
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 19 februari 2015 in de zaak tussen
[X] ([X]), te [woonplaats],
en
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Leeuwarden, verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde]).
Procesverloop
Verweerder heeft voor het jaar 2007 aan [Z] Holdings Ltd een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd.
Bij brief van 5 januari 2012 heeft [A] namens [Z] Holdings Ltd bezwaar gemaakt tegen deze aanslag.
Bij uitspraak op bezwaar van 2 juli 2013, gericht aan [A], heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.
[B] ([B]), daartoe gemachtigd door [X], heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 22 januari 2014 heeft [C] ([C]) zich gesteld als [X] gemachtigde.
[C] heeft vóór de zitting nadere stukken en een pleitnota ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2014. [X] heeft zich laten vertegenwoordigen door [C]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [naam] en [naam].
Overwegingen
1. Uit het procesverloop volgt dat [A] namens [Z] Holdings Ltd bezwaar heeft gemaakt en dat verweerder de uitspraak op bezwaar heeft gericht aan [A]. De rechtbank leidt hieruit af dat verweerder ten name van [Z] Holdings Ltd uitspraak op bezwaar heeft gedaan.
2. [X] heeft namens [Z] Holdings Ltd, die in 2010 is opgehouden te bestaan, door [B] beroep laten instellen tegen deze uitspraak op bezwaar. Uit de stukken van het geding kan echter niet worden opgemaakt dat [X] daartoe door [Z] Holdings Ltd, haar (voormalige) bestuurders, haar rechtsopvolgers dan wel haar zaakwaarnemers gemachtigd was. Bovendien heeft [C] ter zitting zelf gesteld dat [X] niet is gevolmachtigd tot het (laten) instellen van dit beroep. De rechtbank concludeert daarom dat het beroep onbevoegdelijk is ingesteld. Gesteld noch gebleken is dat [X] de bedoeling heeft om voor zichzelf in beroep te komen.
3. Gelet op het voorgaande is het beroep niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.B.A. Brummer, voorzitter, mr. J.W. Keuning en mr. A. Heidekamp, leden, in aanwezigheid van mr. M. Hiemstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2015.
w.g. griffier
w.g. voorzitter
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
fn 17