Bestuursprocesrecht
Het beroep is kennelijk niet ontvankelijk, het griffierecht is niet betaald.
Rechtbank Noord-Nederland, 28 december 2023
ECLI:NL:RBNNE:2023:5329 · Rechtbank Noord-Nederland · 28 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbnne-2023-5329
Zaakgegevens
Op 28 december 2023 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 28 december 2023
- Datum publicatie
- 3 januari 2024
- Zaaknummer
- LEE 23/3617
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2023:5329
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het beroep is kennelijk niet ontvankelijk, het griffierecht is niet betaald.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: LEE 23/3617
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 december 2023 in de zaak tussen
[Eiser] , uit [Woonplaats] , eiser
en
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de minister van 28 juni 2023.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 184,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
4. De griffier heeft eiser bij brief van 6 september 2023 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 5 oktober 2023 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 7 oktober 2023 om 12:47 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend.
5. Eiser heeft bij email van 27 september 2023 aangegeven het niet eens te zijn met de hoogte van het verschuldigde bedrag griffierecht. De rechtbank heeft bij brief van
6 oktober 2023 eiser medegedeeld dat onderhavige zaak niet valt onder Regeling verlaagd griffierecht.
6. Eiser heeft het griffierecht niet betaald.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, rechter, in aanwezigheid van A.J. Kinds, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 december 2023.
|
De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. |
De rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.