Bestuursrecht overig
Verzoek op grond van de Wet open overheid van Wakker Dier over het toezicht op verzamelplaatsen door de…
Rechtbank Noord-Nederland, 28 oktober 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:4590 · Rechtbank Noord-Nederland · 28 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening-bodemzaak/ecli-nl-rbnne-2026-4590
Zaakgegevens
Op 28 oktober 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in een voorlopige voorziening en de bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 28 oktober 2026
- Datum publicatie
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- LEE 26/2352 en LEE 26/2353
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorziening+bodemzaakVoorlopige voorziening en bodemzaak (kortsluiting)De voorzieningenrechter beslist niet alleen over een tijdelijke maatregel, maar meteen ook definitief over de zaak zelf.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:4590
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek op grond van de Wet open overheid van Wakker Dier over het toezicht op verzamelplaatsen door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De voorzieningenrechter beslist op het verzoek en het beroep van een bedrijf dat een verzamelplaats voert.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: LEE 26/2352 en LEE 26/2353
uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 oktober 2026 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen
Stichting Veehandelscentrum Noord Nederland, uit Leeuwarden, eiseres
(gemachtigde: F.TH.M. Peters),
en
de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder
(gemachtigde: mr. P.E. van der Werf )
Als derde-partij neemt aan de zaken deel: Stichting Wakker Dier uit Amsterdam (Wakker Dier) (gemachtigde: T.J. van Alten).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo), ingediend door Wakker Dier. Eiseres is het niet eens met het besluit op dit verzoek. Zij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Zij voert een aantal gronden aan. Aan de hand van deze gronden beoordeelt de voorzieningenrechter het besluit op bezwaar over het Woo-verzoek.
De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Omdat de voorzieningenrechter uitspraak doet op het beroep, wijst hij het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Totstandkoming van het bestreden besluit en procesverloop
Wakker Dier heeft bij brief van 20 december 2024 bij verweerder een Woo-verzoek ingediend. Daarin vraagt Wakker Dier om informatie over het toezicht op verzamelplaatsen door verweerders dienst NVWA, met de volgende uitwerking:
“Met betrekking tot het bovenstaande verzoekt de Stichting u om verstrekking van het volgende:
1. alle documenten waaruit blijkt hoeveel runderen (inclusief kalveren), varkens (inclusief
zeugen), schapen en geiten zijn aangevoerd op verzamelplaatsen, het e.e.a. uitgesplitst
per (export)verzamelplaats;
2. alle documenten waaruit blijkt hoeveel fysieke inspecties zijn uitgevoerd bij
verzamelplaatsen waar runderen (inclusief kalveren), varkens (inclusief zeugen), geiten of
schapen werden verzameld, het e.e.a. uitgesplitst per (export)verzamelplaats, diersoort en
doel/onderwerp van de inspectie (bijv. dierenwelzijn, diergezondheid en voedselveiligheid);
3. alle documenten waaruit blijkt hoe vaak bij inspecties bij verzamelplaatsen ondersteuning
is gevraagd van buitengewoon opsporingsambtenaren van de directie Handhaven, het
e.e.a. uitgesplitst per (export)verzamelplaats;
4. alle rapporten van bevindingen, inspectierapporten, schriftelijke waarschuwingen,
boeterapporten/sancties en processen-verbaal met betrekking tot
(export)verzamelplaatsen, inclusief bijbehorende bijlagen waaronder ook het
beeldmateriaal, zoals foto’s en video’s in originele resolutie;
5. alle documenten waaruit blijkt hoeveel runderen (inclusief kalveren), varkens (inclusief
zeugen), schapen en geiten als dood zijn geregistreerd op verzamelcentra, het e.e.a.
uitgesplitst per (export)verzamelplaats en diersoort.
De in dit Woo-verzoek gevraagde documenten en informatie zien op de periode van 1 januari 2021 tot heden.”
Verweerder heeft het verzoek intern doorgeleid naar de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Over het RVO-deel van het verzoek gaat de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 18 maart 2026.
Verweerder heeft op het NVWA-deel van het Woo-verzoek beslist bij primair besluit van 24 december 2025, gericht tot Wakker Dier. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 30 juni 2026 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
Eiseres heeft verzocht anoniem te procederen. Bij tussenbeslissing van 28 september 2026 heeft de rechtbank dit verzoek afgewezen.
Wakker Dier heeft schriftelijk gereageerd op het verzoek.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van verweerder en namens Wakker Dier de gemachtigde en E. Draaisma.
Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist hij ook op het beroep van eiseres daartegen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres de gronden van het beroep en het verzoek beperkt tot de weigeringsgronden van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo (vertrouwelijk meegedeelde bedrijfs- en fabricagegegevens) en 5.1., tweede lid, aanhef en onder h, van de Woo (beveiliging van personen en bedrijven en voorkomen van sabotage).
vertrouwelijk meegedeelde bedrijfs- en fabricagegegevens
In het verzoekschrift heeft eiseres, met rode en gele arceringen, erop gewezen dat in de openbaar te maken stukken namen van andere bedrijven zijn opgenomen. Ter zitting heeft de gemachtigde toegelicht dat het er eiseres vooral om gaat dat de namen van toeleveranciers niet worden gepubliceerd, met de aantallen van geleverde dieren.
Dit is concurrentiegevoelige informatie, zeker omdat het verzoek gaat over een periode van vier jaar. Door een tekort aan slachtdieren is de markt zeer concurrerend. Eiseres is bang dat de informatie het voor concurrenten mogelijk maakt om de toeleveranciers gericht te benaderen.
Wakker Dier heeft opgemerkt dat het niet om gaat om gegevens die vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld maar om gegevens die door de NVWA zijn verzameld tijdens de controles.
De voorzieningenrechter deelt het standpunt van Wakker Dier dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo. De namen opgenomen in de rapportages zijn eigen bevindingen van de NVWA. Het gaat dus niet om informatie die die bedrijven zelf aan de overheid hebben meegedeeld, laat staan dat zij dat vertrouwelijk hebben gedaan. Reeds hierom is de weigeringsgrond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo niet van toepassing. De voorzieningenrechter laat daarom verder in het midden of de gegevens die eiseres noemt ook daadwerkelijk bedrijfs- en fabricagegegevens zijn. Dit betekent dat verweerder terecht niet op grond van deze bepaling is overgegaan tot het weglakken van de door eiseres aangeduide namen.
beveiliging van personen en bedrijven en voorkomen van sabotage
Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres toegelicht dat als de namen van eiseres en van zakenrelaties bekend worden, activisten daarvan ook op de hoogte zullen raken. Het worden dan uitnodigingen aan activisten die kwaadwillig zijn. Eiseres wijst op een voorval van deze maand bij een slachterij in Apeldoorn. Eiseres is leverancier aan de slachterij.
Wat betreft deze weigeringsgrond heeft verweerder terecht gewezen op de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 februari 2023 en van 12 juli 2023. Hierin spreekt de Afdeling, samengevat, uit dat het niet noodzakelijk is dat aannemelijk wordt gemaakt dat een concreet bedrijf onevenredige gevolgen van de openbaarmaking zal ondervinden, maar dat de enkele vrees niet voldoende is voor de conclusie dat openbaarmaking van de bedrijfsnamen daadwerkelijke schade zal toebrengen aan de met de geheimhouding van de bedrijfsnamen gediende belangen. De verwijzing naar berichten in de media over incidenten bij slachterijen in het verleden leveren mede daarom geen concrete, actuele aanknopingspunten voor een dergelijke aanname op.
Zonder af te doen aan de vrees van eiseres voor extremistische acties, oordeelt de voorzieningenrechter dat onvoldoende concreet is geworden dat er een dreiging is dat dergelijke acties bij eiseres zullen plaatsvinden. Zoals ter zitting is besproken, heeft het bedrijf van eiseres nog nooit te maken gehad met dierenrechtenactivisten Eiseres heeft niet gesteld dat bij andere bedrijven, waarvan de namen in de stukken staan, sprake is geweest van (dreigend) dierenrechtenactivisme. Ook uit het krantenbericht over een incident bij een slachterij waarnaar eiseres verwijst kan geen concrete dreiging worden afgeleid. Uit dat bericht blijkt niet dat er een relatie is met dierenrechtenactivisme. Er staat alleen maar dat er een incident is geweest en dat de politie de zaak onderzoekt. Verweerder is terecht niet op grond van 5.1., tweede lid, aanhef en onder h, van de Woo overgegaan tot verdergaande beperking van de openbaar te maken gegevens.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de door verweerder voorgenomen openbaarmaking plaats mag vinden. Omdat het beroep ongegrond is, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.R. van der Velde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Hulst, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2026.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Wet open overheid
Artikel 5.1. Uitzonderingen
1. Het openbaar maken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit:
(…);
c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld;
(…)
2. Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
(…);
h. de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage;