Civiel recht overig
Wrakingsverzoek, niet ontvankelijk want voldoet niet wettelijke vereisten
Rechtbank Noord-Nederland, 10 november 2016
ECLI:NL:RBNNE:2016:5699 · Rechtbank Noord-Nederland · 10 november 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/rekestprocedure/ecli-nl-rbnne-2016-5699
Zaakgegevens
Op 10 november 2016 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 10 november 2016
- Datum publicatie
- 20 januari 2017
- Zaaknummer
- C18/171512 / PR RK 16-437
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2016:5699
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek, niet ontvankelijk want voldoet niet wettelijke vereisten
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
zaaknummer: C18/171512 / PR RK 16-437
beslissing van de meervoudige kamer van 10 november 2016
op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van
[naam],
wonende te [woonplaats],
verzoeker.
1 Procesverloop
Bij brief van 7 november 2016 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van de rechter(s) in de procedure met nummer 5195026 CV EXPL 16-9648 (aanhangig bij deze rechtbank, afdeling Privaatrecht, locatie Groningen) waarbij verzoeker als partij is betrokken.
2 Overwegingen
Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Het wrakingsverzoek bevat niet de naam c.q. namen van de behandelende rechter(s) in de zaak, waarin verzoeker de rechter(s) wraakt. Daaruit leidt de rechtbank af dat verzoeker kennelijk beoogt alle rechters te wraken die mogelijkerwijs die zaak gaan behandelen. Dat is niet mogelijk, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1998 (NJ 1999/271).
Omdat verzoeker voorts geen concrete feiten of omstandigheden aanvoert waaruit blijkt van vooringenomenheid van de rechter(s) in de procedure met zaaknummer 5195026 CV EXPL 16-9648, dient het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk te worden verklaard. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan daarom achterwege blijven.
3 Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk;
-
bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer 5195026 CV EXPL 16-9648) wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
-
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker en aan de (gemachtigde van) Enexis B.V.
Deze beslissing is gegeven door mrs. T.A. Wiersma, voorzitter, R.B.M. Keurentjes en E.M. Visser, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2016.
typ: 692