Civiel recht overig
Wrakingsverzoek voldoet niet aan de vereisten van de wet. Niet ontvankelijk
Rechtbank Noord-Nederland, 6 januari 2017
ECLI:NL:RBNNE:2017:175 · Rechtbank Noord-Nederland · 6 januari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/rekestprocedure/ecli-nl-rbnne-2017-175
Zaakgegevens
Op 6 januari 2017 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 6 januari 2017
- Datum publicatie
- 20 januari 2017
- Zaaknummer
- C18/173045 / PR RK 16-525
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2017:175
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek voldoet niet aan de vereisten van de wet.
Niet ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
zaaknummer: C18/173045 / PR RK 16-525
beslissing van de meervoudige kamer van 6 januari 2017
op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van
[naam],
wonende te [woonplaats],
verzoeker.
1 Procesverloop
Bij brief van 30 december 2016 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van de rechter(s) in de procedure met nummer 5195026 CV EXPL 16-9648 (aanhangig bij deze rechtbank, afdeling Privaatrecht, locatie Groningen) waarbij verzoeker als partij is betrokken.
2 Overwegingen
Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Het wrakingsverzoek bevat niet de naam c.q. namen van de behandelende rechter(s) in de zaak, waarin verzoeker de rechter(s) wraakt. Daaruit leidt de rechtbank af dat verzoeker kennelijk beoogt alle rechters van deze rechtbank te wraken. De wet voorziet echter niet in een door een partij gedaan verzoek om wraking van een rechter die geen bemoeienis heeft met de behandeling van de zaak, zie ook het arrest van de Hoge Raad van 18 december 1998 (NJ 1999/271).
Omdat verzoeker voorts geen concrete feiten of omstandigheden aanvoert waaruit blijkt van vooringenomenheid van de rechter(s) in de procedure met zaaknummer 5195026 CV EXPL 16-9648, is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan daarom achterwege blijven.
3 Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het verzoek niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer 5195026 CV EXPL 16-9648) wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
- beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker en aan de (gemachtigde van) Enexis B.V.
Deze beslissing is gegeven door mrs. Th.A. Wiersma, voorzitter, R.B.M. Keurentjes en
P.J. Duinkerken, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2017.
typ: 123