Civiel recht overig
Wrakingsverzoek na beeindiging van de procedure. Verzoeker is niet ontvankelijk verklaard
Rechtbank Noord-Nederland, 3 juni 2013
ECLI:NL:RBNNE:2013:5457 · Rechtbank Noord-Nederland · 3 juni 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbnne-2013-5457
Zaakgegevens
Op 3 juni 2013 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 3 juni 2013
- Datum publicatie
- 12 september 2013
- Zaaknummer
- C18/141251/PR RK 13-200
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2013:5457
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wrakingsverzoek na beeindiging van de procedure.
Verzoeker is niet ontvankelijk verklaard
Uitspraak
beslissing
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Locatie Groningen
MEERVOUDIGE KAMER
Zaaknummer / rolnummer: C/18/141251/PR RK 13-200
Beslissing van 3 juni 2013
op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van
[A]
wonende te[woonplaats]
verzoeker.
1 Procesverloop
Bij brief van 28 juni 2012, welke wederom op 31 mei 2013 ter griffie ontvangen is, heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van mr. E.J. Oostdijk, rechter in de afdeling privaatrecht van deze rechtbank, in het geschil met zaaknummer C18/134249/KG ZA 12-147 waarbij verzoeker als partij betrokken was.
Bij brief van 31 mei 2013 heeft de griffie verzoeker een ontvangstbevestiging van dit wrakingsverzoek verzonden.
Bij brief van 3 juni 2013 heeft verzoeker zijn standpunten nader toegelicht.
2 De beoordeling
De rechtbank overweegt dat voor de beoordeling van wrakingsverzoeken de toepasselijke norm is gegeven in artikel 36 Rv en artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), in samenhang met de door de Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens daaromtrent ontwikkelde criteria.
Artikel 36 Rv bepaalt dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 36 Rv/artikel 6 EVRM dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van haar/zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.
Het wrakingsverzoek, ontvangen op 31 mei 2013, heeft betrekking op een kort gedingprocedure waarin een eindvonnis is gewezen op 6 juli 2012. Daarmee is de zaak geëindigd. Dit betekent dat er thans geen sprake meer is van een behandelend rechter tegen wie een verzoek tot wraking zich zou kunnen richten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verzoeker niet in zijn verzoek kan worden ontvangen.
Nu niet aan het formele vereiste voor wraking is voldaan kan verzoeker niet in zijn verzoek worden ontvangen. Tot een mondelinge behandeling behoeft derhalve niet te worden overgegaan.
3 Beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek,
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker en
mr. E.J. Oostdijk.
Deze beslissing is gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, M.W. de Jonge en
W.P. Claus, rechters, in tegenwoordigheid de griffier en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2013.
kb