Civiel recht overig
Wraking omdat de voorzieningenrechter niet direct uitspraak wilde doen in een kort gedingprocedure. Verzoek…
Rechtbank Noord-Nederland, 19 september 2014
ECLI:NL:RBNNE:2014:5230 · Rechtbank Noord-Nederland · 19 september 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbnne-2014-5230
Zaakgegevens
Op 19 september 2014 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 19 september 2014
- Datum publicatie
- 24 oktober 2014
- Zaaknummer
- C18/150927/PR RK 14-327
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2014:5230
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wraking omdat de voorzieningenrechter niet direct uitspraak wilde doen in een kort gedingprocedure.
Verzoek afgewezen
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] beslissing
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Locatie Groningen
128933 / HA RK 11-30516 september 2014
Meervoudige wrakingskamer
Zaaknummer / rekestnummer: 150927 / PR RK 14-327
Datum beslissing: 22 september 2014
Beslissing op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van
[naam],
[woonplaats],
verzoeker,
gemachtigde mr. M.G.J. Smit, advocaat.
1 Het procesverloop
Op 10 september 2014 heeft [naam], tijdens een mondelinge behandeling van zijn zaak, mr. P.J. Duinkerken als rechter in deze rechtbank gewraakt.
Bij brief van 11 september 2014 heeft mr. Duinkerken kenbaar gemaakt dat hij niet in het wrakingsverzoek berust.
Op 12 september 2014 is het wrakingsverzoek ter zitting van de wrakingskamer behandeld door mr. B.R. Tromp, voorzitter, en mrs. E.M. Visser en P.G. Wijtsma, leden.
[naam] is niet ter zitting verschenen. Mr. Duinkerken is met kennisgeving evenmin ter zitting verschenen.
Ten slotte heeft de rechtbank bepaald dat deze beslissing vandaag wordt uitgesproken.
2 Het standpunt van [naam]
[naam] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat hij twijfelt aan de onafhankelijkheid van mr. Duinkerken, omdat mr. Duinkerken hem onvoldoende in de gelegenheid stelde zijn standpunt toe te lichten en zijn wederpartij het laatste woord gaf.
3 Het standpunt van mr. Duinkerken
Mr. Duinkerken voert aan, samengevat weergegeven en voor zover voor de beoordeling van belang, dat de door [naam] aangevoerde feiten de twijfel aan zijn onpartijdigheid niet rechtvaardigen. Mr. Duinkerken stelt dat hij als rechter de orde op de zitting heeft bewaakt, onder meer door erop toe te zijn dat beide partijen en hun advocaten een gelijke mogelijkheid kregen om een toelichting op hun standpunten te geven. [naam] is bovendien in de gelegenheid gesteld om zijn standpunt zelf te verwoorden, wat hij ook heeft gedaan. Vervolgens is zijn wederpartij in de gelegenheid gesteld te reageren op wat [naam] zelf heeft aangevoerd en is [naam] als laatste gevraagd of hij daarop wilde reageren. Dat bleek niet het geval te zijn. Mr. Duinkerken stelt dat hij vervolgens de behandeling heeft gesloten en heeft meegedeeld dat de rechtbank op 19 september 2014 uitspraak zal doen. [naam] heeft tot slot gevraagd of er niet direct uitspraak zou kunnen worden gedaan waarop mr. Duinkerken antwoordde eerst over de zaak na te willen denken. Daarop heeft [naam] mr. Duinkerken gewraakt.
4 De beoordeling
Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
De rechtbank kan zonder nadere toelichting, die [naam] niet heeft gegeven, niet inzien hoe de door hem aangevoerde omstandigheden twijfel kunnen oproepen over de partijdigheid van een rechter.
Het is de taak van een rechter om de zittingsorde te bewaken en daarbij beide partijen voldoende gelegenheid te geven hun standpunten uiteen te zetten. Uit hetgeen mr. Duinkerken naar voren heeft gebracht - wat niet weersproken is door of namens [naam] - leidt de rechtbank af dat dit in de zaak van [naam] ook is geschied. Niet is gebleken dat [naam] onvoldoende het woord zou hebben gekregen dan wel onvoldoende in de gelegenheid is gesteld om zijn standpunt naar voren te brengen en dat dit dan tot het oordeel zou moeten leiden dat mr. Duinkerken niet onpartijdig zou zijn. De rechtbank verwijst daarbij naar hetgeen onder 3.1 is opgenomen.
Een en ander in onderling verband en samenhang beschouwd, leidt tot de slotsom dat het wrakingsverzoek van [naam] zal worden afgewezen.
5 De beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek tot wraking van mr. Duinkerken af;
bepaalt dat de hoofdzaak (met zaaknummer C/18/149885 / KG ZA 14-210) wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan [naam], mr. Duinkerken en NV Wonen Boven Winkels Groningen.
Deze beslissing is gegeven door mr. B.R. Tromp, voorzitter, en mrs. E.M. Visser en P.G. Wijtsma, leden, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2014.
eh