Civiel recht overig
Verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek. Wrakingsverzoek niet gemotiveerd.
Rechtbank Noord-Nederland, 6 oktober 2022
ECLI:NL:RBNNE:2022:3673 · Rechtbank Noord-Nederland · 6 oktober 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbnne-2022-3673
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2022 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2022
- Datum publicatie
- 12 oktober 2022
- Zaaknummer
- 217017
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2022:3673
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek. Wrakingsverzoek niet gemotiveerd.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer: C18/217017 / KG RK 22-264
beslissing van de meervoudige kamer van 6 oktober 2022
op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:15 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van
[verzoeker 1],
wonende te [woonplaats 1],
[verzoeker 2],
wonende te [woonplaats 2],
gemachtigde: [verzoeker 1],
verzoekers.
1
1. Procesverloop
Bij de afdeling bestuursrecht van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, heeft in de procedures geregistreerd onder zaaknummers LEE 22/26, LEE 22/27, LEE 22/1637 en LEE 22/1647 op 27 september 2022 een zitting plaatsgehad ten overstaan van mr. R.R. van der Heide. Op die zitting was dhr. [verzoeker 1] in persoon en tevens als gemachtigde van mw. [verzoeker 2] aanwezig.
Op 28 september 2022 heeft [verzoeker 1] - in de procedures met zaaknummers LEE 22/26 en LEE 22/1647 - namens verzoekers een verzoek ingediend tot wraking van mr. R.R. van der Heide.
Mr. Van der Heide heeft niet in de wraking berust.
2
2. Beoordeling
Vooropgesteld wordt dat op grond van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en artikel 14 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten - voor zover hier van belang - een ieder recht heeft op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht. Als een partij op basis van feiten of omstandigheden van mening is dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, geeft artikel 8:15 Awb hem de mogelijkheid een verzoek tot wraking te doen van elk van de rechters die de zaak behandelen.
Verzoekers geven in hun wrakingsverzoek enkel aan dat zij de rechter wraken wegens vooringenomenheid. Een nadere toelichting wordt door verzoekers (in het geheel) niet gegeven. Van een gemotiveerd wrakingsverzoek is dan ook geen sprake. Dit leidt er, naar het oordeel van de wrakingskamer, toe dat verzoekers in hun wrakingsverzoek niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard. Hoewel verzoekers in hun wrakingsverzoek vermelden dat zij het proces-verbaal van de zitting van 27 september 2022 nodig hebben voor een verdere toelichting op het wrakingsverzoek, gaat de wrakingskamer hieraan voorbij, nu alle feiten en omstandigheden (waardoor volgens verzoekers de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden) door verzoekers tegelijk moeten worden voorgedragen. Dat het voor verzoekers ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek (nog) niet mogelijk was om (enige) feiten en omstandigheden aan te voeren die aan dit verzoek ten grondslag liggen, acht de wrakingskamer niet aannemelijk, temeer nu dhr. [verzoeker 1] bij de zitting van 27 september 2022 aanwezig was.
Gelet op het hetgeen hiervoor is overwogen komt de wrakingskamer aan een inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek niet toe. Een mondelinge behandeling van het verzoek kan daarom achterwege blijven.
3 Beslissing
De rechtbank:
verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek;
bepaalt dat de procedures met nummers LEE 22/26 en LEE 22/1647 worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoekers en aan
mr. R.R. van der Heide.
Deze beslissing is gegeven door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. H.J. Idzenga en
mr. S.T. Kooistra, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2022.
coll: 853