Civiel recht overig
Einduitspraak in hoofdzaak. Verzoeker niet-ontvankelijk in wrakingsverzoek
Rechtbank Noord-Nederland, 29 oktober 2025
ECLI:NL:RBNNE:2025:4592 · Rechtbank Noord-Nederland · 29 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbnne-2025-4592
Zaakgegevens
Op 29 oktober 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Assen
- Datum uitspraak
- 29 oktober 2025
- Datum publicatie
- 7 november 2025
- Zaaknummer
- C/18/249284 KG RK 25-321
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2025:4592
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Einduitspraak in hoofdzaak. Verzoeker niet-ontvankelijk in wrakingsverzoek
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Assen
Wrakingskamer
zaaknummer: C/18/249284 KG RK 25-321
Beslissing van 29 oktober 2025
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
hierna te noemen: verzoeker,
procederende in persoon,
strekkende tot de wraking van
mr. H.J. BASTIN,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1 Het procesverloop
Bij e-mail van 16 oktober 2025 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van bovengenoemde rechter in de zaken LEE 24/3876, LEE 25/483, LEE 25/484, LEE 25/1195V en LEE 25/1296 V.
De rechter heeft op 22 oktober 2025 verweer gevoerd tegen het wrakingsverzoek.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.
2 De beoordeling
Op grond van artikel 8:15 Algemene wet bestuursrecht kan op verzoek van een partij een rechter gewraakt worden op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
Het wrakingsverzoek van verzoeker heeft onder meer betrekking op de zaak met zaaknummer LEE 24/3876. In deze zaak is verzoeker geen partij. Hij zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn wrakingsverzoek met betrekking tot de hiervoor genoemde zaak.
Met betrekking tot het wrakingsverzoek in de zaken LEE 25/483, LEE 25/484, LEE 25/1195 en LEE 25/1296 overweegt de wrakingskamer het volgende.
Op grond van artikel 1 onder 5 van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank (onder meer te vinden op www.rechtspraak.nl) moet een wrakingsverzoek worden gedaan voordat in de hoofdzaak een aanvang is gemaakt met het doen van de einduitspraak. In de hiervoor genoemde zaken heeft de rechter al een einduitspraak gedaan. Dit betekent dat verzoeker te laat is met het indienen van zijn wrakingsverzoek en om die reden niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn verzoek met betrekking tot die zaken.
Omdat een verdere behandeling van het verzoek ter zitting niet tot een andere beslissing kan leiden heeft de wrakingskamer met toepassing van artikel 4, onder 2 van het Wrakingsprotocol afgezien van een mondelinge behandeling.
3 De beslissing
De wrakingskamer:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker en de rechter.
Deze beslissing is gegeven door de mrs. J. de Vroome, voorzitter,
mr. J.S. Bartstra en mr. A.S. Venema-Dietvorst, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier, en in openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.