Civiel recht overig
Voorzittersbeslissing. Niet-ontvankelijk wrakingsverzoek. Verzoeker is geen partij.
Rechtbank Noord-Nederland, 19 november 2025
ECLI:NL:RBNNE:2025:4830 · Rechtbank Noord-Nederland · 19 november 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbnne-2025-4830
Zaakgegevens
Op 19 november 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 19 november 2025
- Datum publicatie
- 27 november 2025
- Zaaknummer
- CC/18/250001 KG RK 25-339
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2025:4830
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorzittersbeslissing. Niet-ontvankelijk wrakingsverzoek. Verzoeker is geen partij.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Wrakingskamer
zaaknummer: CC/18/250001 KG RK 25-339
Beslissing van 19 november 2025
van de voorzitter van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] , verzoeker,
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
strekkende tot wraking van
mr. J.M. Oude Lohuis , rechter.
2 Het wrakingsverzoek
Verzoeker heeft de rechter in de zaak met zaaknummer [nummer]
gewraakt. Verzoeker geeft – onder meer en samengevat – aan dat er veel ernstige en samenhangende procedurele onvolkomenheden en verzuimen zijn vastgesteld waardoor bij hem een objectief gerechtvaardigde vrees is ontstaan dat de rechter de zaak niet (meer) als onpartijdig en zorgvuldig beschouwd.
3 De beoordeling
Naar het oordeel van de voorzitter van de wrakingskamer is sprake van een kennelijk niet-ontvankelijk verzoek en daarom laat de voorzitter van de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank. Hierna legt de voorzitter van de wrakingskamer uit hoe hij tot deze beslissing is gekomen.
Artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Op grond van artikel 4, tweede lid, aanhef en onder b, van het Wrakingsprotocol Rechtbank Noord-Nederland (vastgesteld op 4 april 2023) kan de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek niet door een partij is ingediend.
De voorzitter van de wrakingskamer overweegt dat het wrakingsverzoek van verzoeker betrekking heeft op de zaak met zaaknummer [nummer]
. In deze zaak is verzoeker geen partij. Gelet hierop verklaart de voorzitter van de wrakingskamer het verzoek tot wraking van verzoeker van 15 november 2025 niet-ontvankelijk.
4 De beslissing
De voorzitter van de wrakingskamer verklaart het verzoek van 19 november 2025 van verzoeker niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven door mr. Th. A. Wiersma, voorzitter, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.I. Havinga en in openbaar uitgesproken op 19 november 2025.
de griffier de voorzitter
(de griffier is verhinderd deze beslissing
mede te ondertekenen)
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.