Penitentiair strafrecht

tbs-beslissing, verlenging met 1 jaar, veroordeelde stopt telkens met medicatie innemen terwijl dit een…

Rechtbank Noord-Nederland, 1 september 2026

Zaakgegevens

Op 1 september 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over penitentiair strafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
1 september 2026
Datum publicatie
22 september 2026
Zaaknummer
18-730549-13
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:4029
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

tbs-beslissing, verlenging met 1 jaar, veroordeelde stopt telkens met medicatie innemen terwijl dit een voorwaarde is waaronder de verpleging van overheidswege is beëindigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

Parketnummer 18-730549-13

Beslissing van de meervoudige strafkamer d.d. 1 september 2026 in de rechtbank Noord-

Nederland

in de zaak tegen

[veroordeelde]

geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] , wonende [adres] ,

hierna te noemen: veroordeelde.

Procesverloop

De officier van justitie heeft op 6 juli 2026 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van de veroordeelde zal verlengen met twee jaar.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2026, waarbij aanwezig waren:

- de officier van justitie mr. H.J. Mous;

  • de veroordeelde;

  • bijgestaan door zijn raadsman mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden;

  • dhr. [reclasseringsmedewerker] als deskundige.

De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken waaronder met name het reclasseringsadvies van 18 juni 2026 door [reclasseringsmedewerker] , reclasseringswerker van de Reclassering Nederland Leeuwarden. De rechtbank heeft voorts gelet op het advies als bedoeld in artikel 6:6:12, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), opgemaakt door A.J. de Groot, psycholoog.

Motivering

De opgelegde terbeschikkingstelling

Bij arrest van 20 juni 2014 heeft het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden de veroordeelde ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege wegens het met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

De terbeschikkingstelling is aangevangen op 19 augustus 2015. De rechtbank heeft op 7 september 2023 de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd en hierbij voorwaarden gesteld. De terbeschikkingstelling is laatstelijk op 11 september 2024 verlengd met twee jaar.

Het advies van de reclassering

Voornoemd reclasseringsadvies van 18 juni 2026 vermeldt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende.

Sinds de laatste verlenging is veroordeelde veertien weken opgenomen geweest in de [instelling] voor een time-out. Daar is het risicomanagementplan en terugvalpreventieplan geüpdatet. Tevens is veroordeelde herstart met de medicatie in het kader van risicobeheersing. Veroordeelde is op 18 december 2024 ontslagen uit de kliniek. Het toezicht en de behandeling van het forensisch FACT team (verder: For-FACT) is hervat. Al snel bleek dat veroordeelde niet open is omtrent het medicatiegebruik en hij zonder overleg is gestopt met het innemen van de medicatie. Het contact verliep moeizaam en er was sprake van veel weerstand en verongelijktheid. Na enkele gesprekken met For-FACT is hij weer gestart waarna het contact verbeterde. Onlangs is de medicatie op verzoek van veroordeelde verlaagd. Er lijkt op dit moment geen sprake te zijn van seksuele preoccupatie.

Veroordeelde heeft een beperkt netwerk. Een poging om het netwerk te versterken is niet gelukt, maar hij gaat af en toe naar sociale bijeenkomsten van [organisatie] .

Veroordeelde is actief op dating/ontmoetingssites, maar dit heeft geen dates opgeleverd. De behoefte aan contact en intimiteit blijft, evenals het gebrek aan vaardigheden om een gelijkwaardige relatie aan te gaan met een leeftijdsgenoot. Ook de interesse in kinderen zal niet verdwijnen. Hoewel veroordeelde weet dat seksueel contact met minderjarigen strafbaar is, blijft het risico op schennis of ontucht richting minderjarigen vanwege bovenstaande factoren aanwezig. Derhalve wordt toezicht voorlopig nog nodig geacht om zicht te houden op de risicos en als een soort extern geweten voor veroordeelde.

Het risico op recidive, het risico op letsel en het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt telkens ingeschat als gemiddeld.

Er lijkt voor dit moment een hoogst haalbare situatie te zijn bereikt met betrekking tot behandeling, inzicht in problematiek en beschermende factoren. De reclassering verwacht geen grote veranderingen meer. De gronden voor de tbs-maatregel zijn nog altijd aanwezig. Er is sprake van duurzame problematiek en een risico op terugval in delictgedrag. Externe controle vanuit de reclassering is nodig in het kader van risicomanagement.

Geadviseerd is om de tbs-maatregel te verlengen met twee jaar.

De deskundige dhr. [reclasseringsmedewerker] heeft tijdens de zitting van 18 augustus 2026 het advies bevestigd en nader toegelicht.

De medicatie van veroordeelde is een antipsychoticum met als bijwerking een libido remmend effect. Bij mensen met autisme leidt de medicatie ook tot een betere interactie. Ter zitting is gebleken dat veroordeelde zijn medicatie niet inneemt, dan wel sporadisch op het moment dat spanningen oplopen bij veroordeelde. For-FACT controleert de bloedspiegel, maar daaruit blijkt niet hoe consequent medicatie wordt ingenomen. Als veroordeelde stopt met het innemen van zijn medicatie merken de reclassering en For-FACT dat het contact met veroordeelde grilliger verloopt.

Bij een verlenging van de tbs-maatregel kan een gesprek plaatsvinden over het afbouwen en stoppen met de medicatie waarna een officiële beslissing tot stoppen kan volgen. Daarbij wordt gemonitord hoe het gaat met veroordeelde.

Naarmate de tbs-maatregel langer duurt, en verdachte langer delictvrij is, verlaagt het recidiverisico.

Het advies van de deskundigen als bedoeld in artikel 6:6:12, derde lid Sv.

In het door de deskundige A.J. de Groot, psycholoog, op 27 mei 2026 opgemaakte rapport wordt primair geadviseerd de terbeschikkingstelling te beëindigen en subsidiair de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen. Het advies houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in.

Bij veroordeelde is sprake van een autismespectrumstoornis en een pedofiele stoornis. De pedofiele stoornis volgt goeddeels vanuit de autismespectrumstoornis. Veroordeelde kon en kan moeilijk aansluiting vinden bij leeftijdsgenoten en hij functioneert op sociaal-emotioneel gebied op kinderlijk niveau, waarbij hij de gedachten en belevingswereld van kinderen niet goed kan inschatten en bovendien attributiefouten maakt, waardoor hij seksuele intentie aan kinderen zelf of hun ouders kan toeschrijven.

In april 2025 bleek dat veroordeelde kort na het verlaten van de kliniek in december 2024 was gestopt met zijn medicatie zonder overleg met zijn behandelaar. In december 2025 waren de bloedspiegels weer adequaat. De behandeling door For-FACT is voortgezet en gericht op relaties, intimiteit, het opbouwen van sociale contacten en terugvalpreventie.

Bij beëindiging van de tbs-maatregel is er een matig, maar toch ook wel wat ongewis risico op seksueel grensoverschrijdend gedrag naar kinderen.

Binnen het huidige kader van reclasseringstoezicht en ondersteuning van For-FACT is het risico laag tot matig. Zonder de tbs-maatregel wordt ingeschat dat veroordeelde zijn medicatie niet meer zal nemen. Wat thans rest is een man die een leeftijdsadequate relatie wil. Als dit niet lukt valt niet uit te sluiten dat hij contact met kinderen zal zoeken.

De deskundige heeft getwijfeld in het gegeven advies omdat sommige elementen pleiten voor een verlenging van de tbs-maatregel. Aan de andere kant zijn er beschermende factoren (anders dan de maatregel) en zijn er sinds twee jaar geen aanwijzingen geweest voor (pre)delictsituaties.

Primair is door de deskundige geadviseerd om de tbs-maatregel te beëindigen. Er is weinig verandering te verwachten, er is geen hoog risico op ernstig gevaarzettend gedrag en veroordeelde wil vrijwillig contact houden met For-FACT. Dit vraagt om enige maatschappelijke risicotolerantie: de kans op ernstig gewelddadig seksueel gedrag is niet hoog, maar de kans op mild overschrijdend gedrag kan niet als laag worden betiteld.

Subsidiair is door de deskundige geadviseerd om de tbs-maatregel te verlengen met één jaar.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd met de duur van één jaar.

Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat deze zaak zich leent voor een beëindiging van de tbs-maatregel conform het advies van de psycholoog.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat is voldaan aan de formele eisen om te komen tot een verlenging van de terbeschikkingstelling. Op grond van de inhoud van voormelde adviezen, de door de deskundige gegeven toelichting en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen vereist dat de termijn van de tbs-maatregel wordt verlengd.

De rechtbank stelt vast dat het innemen van medicatie, zolang de zorgverleners dat nodig achten, één van de voorwaarden is waaronder de verpleging van overheidswege is beëindigd. Uit de stukken blijkt dat veroordeelde in 2024 is gestopt met het innemen van zijn medicatie, waarna een time-out in de kliniek volgde wegens een incident met een minderjarige. In de kliniek is veroordeelde opnieuw ingesteld op medicatie, maar hij is na het verlaten van de kliniek voor een tweede keer zonder overleg gestopt met medicatie. Na een berisping is veroordeelde toch medicatie gaan innemen. Ter zitting is echter gebleken dat veroordeelde voor de derde keer zonder overleg is gestopt met het innemen van zijn medicatie. Ook de psycholoog wist bij het opstellen van het advies niet dat veroordeelde weer was gestopt met het

innemen van zijn medicatie. Deze handelswijze van veroordeelde maakt - gelet op de inhoud van de bovengenoemde adviezen - dat een beëindiging van de tbs-maatregel naar het oordeel van de rechtbank op dit moment nog niet aan de orde is.

De rechtbank acht het aangewezen om de termijn van de tbs-maatregel met voorwaarden te verlengen met één jaar. Een dergelijke termijn biedt de mogelijkheid om de noodzaak van medicatiegebruik te beoordelen en/of om te beoordelen/monitoren hoe veroordeelde eventueel functioneert zonder medicatie. Het is immers de wens van veroordeelde om geen medicatie te gebruiken na het beëindigen van de tbs-maatregel en zijn handelen wijst daar ook telkens op. Dit alles moet zorgvuldig beoordeeld worden in het licht van de risicos op recidive en dus de (algemene) veiligheid van anderen.

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van de veroordeelde met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.V. Nolta, voorzitter, mr. G.C. Koelman en

mr. E.S. van den Berg, rechters, bijgestaan door mr. R.G. Bakker-Dees, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 1 september 2026.

Mr. J.V. Nolta en mr. E.S. van den Berg zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.