Bestuursprocesrecht
Eiser is in beroep gekomen namens de vermeende erfgenamen van een perceel in een sinds 1988 onverdeeld…
Rechtbank Oost-Brabant, 22 maart 2016
ECLI:NL:RBOBR:2016:1413 · Rechtbank Oost-Brabant · 22 maart 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbobr-2016-1413
Zaakgegevens
Op 22 maart 2016 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 22 maart 2016
- Datum publicatie
- 29 maart 2016
- Zaaknummer
- 15_6844
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2016:1413
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Eiser is in beroep gekomen namens de vermeende erfgenamen van een perceel in een sinds 1988 onverdeeld gebleven nalatenschap. Hij heeft, ook desgevraagd, geen verklaring van erfrecht overgelegd, noch aangetoond dat hij door de vermeende (overige) erfgenamen is gemachtigd om namens hen, dan wel de boedel, op te treden. Het enkele feit dat hij de waterschapslasten betaalt en zijn adres bij het waterschap bekend is als correspondentieadres acht de rechtbank onvoldoende.
De rechtbank doet mondeling uitspraak en verklaart het door eiser ingestelde beroep niet-ontvankelijk.
Procesgang
Rechtbank Oost-Brabant · 22 maart 2016deze uitspraak
ECLI:NL:RBOBR:2016:1413
Raad van State · 8 maart 2017
ECLI:NL:RVS:2017:587(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
Zaaknummer: SHE 15/6844 PV USP
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak van meervoudige kamer van 22 maart 2016 in de zaak tussen
[eiser] te [woonplaats], eiser,
en
het dagelijks bestuur van het Waterschap Aa en Maas, verweerder
(gemachtigde: mr. I. Kabbouti en drs.ing. G. van den Brand).
Aan het geding heeft als partij deelgenomen Coöperatie Bosgroep Zuid Nederland U.A. te Heeze, vergunninghoudster (gemachtigden: ing. A.F.G.M. van Alphen en ir. M.S. Griek).
Eiser is verschenen in persoon. Verweerder en vergunninghouder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Zitting hebben:
-
mr. J.D. Streefkerk, voorzitter;
-
mr. H.M.H. de Koning en mr. M.J.H.M. Verhoeven, leden;
-
R.G. van der Korput, griffier.
Procesverloop
Bij besluit van 1 juli 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder een watervergunning verleend ten behoeve van hydrologische maatregelen in natuurgebied Groot Goor te Helmond.
Bij besluit van 11 november 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Er is een verweerschrift ingediend.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart eiser niet ontvankelijk.
Overwegingen
1. Uit de stukken is gebleken en ter zitting is besproken dat de percelen ten behoeve waarvan eiser in rechte opkomt in eigendom toebehoren aan de op 1 oktober 1988 overleden [persoon A], althans aan haar erfgenamen. Eiser stelt erfgenaam, tevens executeur-testamentair te zijn.
2. De rechtbank overweegt dat voor de beantwoording van de vraag wie de erven zijn van wijlen [persoon A], een verklaring van erfrecht is vereist. In zodanige verklaring verklaart een notaris – na onderzoek bij onder andere de burgerlijke stand en het centraal Testamentenregister – wie is overleden, of de overledene een testament heeft gemaakt en wat er in dit testament is bepaald. De notaris verklaart wie de erfgenamen van de overledene zijn en eventueel wie van de erfgenamen door de overige erfgenamen gemachtigd is om de erfenis van de overledene af te wikkelen.
3. De rechtbank heeft eiser voorafgaand aan de zitting, bij brief van 16 maart 2016 verzocht om een verklaring van erfrecht aan de rechtbank te doen toekomen, dan wel mee te nemen naar zitting.
4. Eiser heeft ter zitting verklaard dat hij erfgenaam, tevens executeur-testamentair is. Eiser heeft gesteld dat hij niet beschikt over een verklaring van erfrecht, maar dat deze ligt bij de gemeente Helmond, die deze uit privacy-overwegingen evenwel niet mag openbaren. Het is genoegzaam duidelijk dat hij rechthebbende is, omdat hij sedert jaren de waterschapsbelasting betaalt en ook betrokken is bij de afwikkeling van andere delen van de boedel. Hiertoe verwijst eiser naar een akte betreffende de verkoop van een ander perceel, waaruit dit zou blijken.
5. De rechtbank is van oordeel dat zonder verklaring van erfrecht niet kan worden vastgesteld wie de erfgenamen zijn, noch of eiser bevoegd is namens hen op te treden. Derhalve kan niet worden vastgesteld of eiser kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid van de Awb. Het beroep is daarom ontvankelijk.
6. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat eiser beroep heeft ingesteld op eigen naam, en niet in zijn vermeende hoedanigheid van executeur-testamentair namens de onverdeelde boedel.
7. Nu het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard bestaat geen aanleiding voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
De rechter heeft er melding van gemaakt dat tegen deze uitspraak binnen zes weken na de verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.