Bestuursprocesrecht

Afwijzing aanvraag in het kader van de Subsidieregeling Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020. GS…

Rechtbank Oost-Brabant, 28 februari 2024

Zaakgegevens

Op 28 februari 2024 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28 februari 2024
Datum publicatie
19 maart 2024
Zaaknummer
22/1112EINDUITSPRAAK RECTIFICATIE
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2024:1104
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing aanvraag in het kader van de Subsidieregeling Operationeel Programma Zuid-Nederland 2014-2020. GS hebben onvoldoende inzicht gegeven in de totstandkoming van de rangorde van de aanvragers en de puntentelling voor eiseres en de hoger op de ranglijst geplaatste aanvragers. Besluit onvoldoende gemotiveerd. GS hebben gebruikgemaakt van in tussenuitspraak geboden mogelijkheid om gebrek te herstellen. Einduitspraak: gebrek is niet hersteld. Beroep gegrond, besluit op bezwaar vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 22/1112 EINDUITSPRAAK rectificatie

uitspraak van 28 februari 2024 tot rectificatie van de einduitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 22 januari 2024, SHE 22/1112, in de zaak tussen

[eiseres] uit Gouda (hierna: eiseres)

(gemachtigde: mr. M.R. Hoendermis),

en

het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (hierna: GS)

(gemachtigden: mr. R.E. Gouw en drs. S.M. Koppert).

Procesverloop

1. De gemachtigde van eiseres heeft de rechtbank op 4 februari 2024 verzocht om de

einduitspraak van 22 januari 2024, bekend onder zaaknummer SHE 22/1112, te rectificeren.

Overwegingen

2. De rechtbank stelt vast dat zij in haar einduitspraak van 22 januari 2024 in

rechtsoverweging 10 en onder het kopje “Beslissing” bij het vijfde en zesde opsommingsstreepje een verschrijving heeft gemaakt. Waar “minister” is vermeld had dat GS moeten zijn.

3. Daarom wijzigt de rechtbank haar einduitspraak van 22 januari 2024 als volgt:

Rechtsoverweging 10 luidde:

“De rechtbank heeft GS in de gelegenheid gesteld om het in de tussenuitspraak

vastgestelde motiveringsgebrek in het bestreden besluit te herstellen. Ook heeft de rechtbank GS in overweging gegeven om eiseres krachtens artikel 7:2 van de Awb in beginsel te horen, wanneer de minister gebruik maakt van de gelegenheid om het aangegeven motiveringsgebrek te herstellen.”

en wordt vervangen door:

“De rechtbank heeft GS in de gelegenheid gesteld om het in de tussenuitspraak

vastgestelde motiveringsgebrek in het bestreden besluit te herstellen. Ook heeft de rechtbank GS in overweging gegeven om eiseres krachtens artikel 7:2 van de Awb in beginsel te horen, wanneer GS gebruik maakt van de gelegenheid om het aangegeven motiveringsgebrek te herstellen.”

Onder het kopje “Beslissing” bij het vijfde en zesde opsommingsstreepje stond:

“

? draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 365,- aan eiseres te vergoeden;

? veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2406,25.”

en wordt vervangen door:

? draagt GS op het betaalde griffierecht van € 365,- aan eiseres te vergoeden;

? veroordeelt GS in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2406,25.”

Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke einduitspraak gehecht.

Beslissing

De rechtbank rectificeert haar einduitspraak van 22 januari 2024, SHE 22/1112, als in de overwegingen is weergegeven.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D.M. Michael, voorzitter, en mr. H.M.H. de Koning en mr. J.J.J. Sillen, leden, in aanwezigheid van P.L.M.M. Mulders, griffier. De uitspraak is geschied in het openbaar op 28 februari 2024.

griffier

voorzitter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: