Civiel recht overig

Wraking. Herhaald wrakingsverzoek (eerder: WR 19/031 en WR 19/032). Verzoeker stelt aan de orde wat ook al in…

Rechtbank Oost-Brabant, 22 november 2019

Zaakgegevens

Op 22 november 2019 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22 november 2019
Datum publicatie
23 november 2021
Zaaknummer
WR 19/037
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2019:7824
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wraking. Herhaald wrakingsverzoek (eerder: WR 19/031 en WR 19/032). Verzoeker stelt aan de orde wat ook al in de eerdere wrakingszaken aan de orde is gesteld en is beoordeeld. Misbruik van het instrument van wraking, een volgend wrakingsverzoek in deze zaak wordt niet in behandeling genomen

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing

RECHTBANK OOST-BRABANT

Wrakingskamer

Zaaknummer: WR 19/037

Beslissing van 22 november 2019

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

1. [verzoekster] , gevestigd te [vestigingsplaats] (hierna: [verzoekster] );

2. [verzoekster], wonende te [woonplaats] (Pakistan) (hierna: [verzoekster] )

tezamen: verzoekers

(gemachtigde: [naam 1] ),

strekkende tot de wraking van

mr. J.J. Janssen,

rechter in deze rechtbank

hierna te noemen: de rechter.

1 Procesverloop

Bij de rechtbank is een kort geding aanhangig met zaak-/rolnummer 7988553 CV EXPL

19-7866. Verzoekers zijn in die zaak eisers en worden in die zaak bijgestaan door

[naam 1] . Gedaagden zijn de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam 2] B.V. (hierna: [naam 2] ), de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [naam 2] B.V. (hierna: [naam 2] ) en de coöperatie [naam 2] . (hierna: [naam 2] ).

Het kort geding is door de rechter behandeld tijdens de zitting van 30 september 2019. Aan het eind van die zitting heeft de rechter (de gemachtigden van) partijen meegedeeld dat op

7 oktober 2019 vonnis zal worden gewezen.

Bij brief van 30 september 2019 heeft [verzoekster] de rechter gewraakt. Dit verzoek, dat bij e-mail van 1 oktober 2019 is aangevuld, is geregistreerd onder zaaknummer WR 19/031. Bij faxbericht van 3 oktober 2019 heeft [verzoekster] de rechter gewraakt. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer WR 19/032.

Bij beslissing van 24 oktober 2019 heeft de wrakingskamer (in die zaak bestaande uit de rechters mr. J.W. Brunt, mr. A.H.J.J. van de Wetering en mr. C.T.C. Wijsman) de wrakingsverzoeken afgewezen.

Bij brief van 29 oktober 2019 heeft de rechtbank partijen in het kort geding meegedeeld dat op 11 november 2019 vonnis zal worden gewezen.

Bij faxbericht van 8 november 2019 hebben verzoekers de rechter opnieuw gewraakt.

2. De beoordeling van het wrakingsverzoek

2.1

De wrakingskamer zal zonder nader onderzoek en zonder dat verzoeker in de gelegenheid is gesteld om zich tijdens een mondelinge behandeling ter zitting over het verzoek uit te laten, uitspraak doen, omdat er sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid op grond van de hierna genoemde overwegingen.

2.2.

Artikel 37, vierde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van dezelfde rechter niet in behandeling wordt genomen, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.

2.3

De wrakingskamer stelt vast dat verzoekers met het wrakingsverzoek van 8 november 2019 opnieuw de gang van zaken tijdens de zitting van 30 september 2019, de opmerkingen en gedragingen van de rechter tijdens die zitting en de (processuele) beslissingen die hij tijdens die zitting heeft genomen aan de orde stellen. Over de in dit verband voorgedragen feiten of omstandigheden heeft de wrakingskamer in zijn beslissing van 24 oktober 2019 (zaken WR 19/031 en WR 19/032) al een oordeel gegeven. Gelet op het bepaalde in artikel 37, vierde lid, Rv verklaart de wrakingskamer verzoekers daarom niet-ontvankelijk in hun verzoek.

2.4

Verzoekers hebben in het kort geding de rechter tweemaal gewraakt. Na de beslissing op het eerste wrakingsverzoek (zaken WR 19/031 en WR 19/032), hebben verzoekers de rechter opnieuw gewraakt op – in de kern genomen – dezelfde gronden als waarover de wrakingskamer eerder heeft geoordeeld. Bij brief van 29 oktober 2019 is verzoekers meegedeeld dat op maandag 11 november 2019 in het kort geding vonnis zal worden gewezen. Pas op vrijdagavond (omstreeks 20:45 uur) 8 november 2019 hebben verzoekers het onderhavige, tweede wrakingsverzoek ingediend. Naar het oordeel van de wrakingskamer gebruiken verzoekers het middel van wraking dan ook voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van het kort geding te frustreren. Daarmee is sprake van misbruik. De wrakingskamer zal daarom bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekers gericht tegen de rechter in het kort geding, al dan niet tezamen, niet meer in behandeling zal worden genomen.

3 De beslissing

De wrakingskamer:

  • verklaart verzoekers niet ontvankelijk in hun wrakingsverzoek;

  • bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekers gericht tegen de rechter in het kort geding, al dan niet tezamen, niet meer in behandeling zal worden genomen.

Deze beslissing is gegeven door mr. H.M.H. de Koning, voorzitter, mr. B.C.W. Geurtsen - van Eeden en mr. E.J.C. Adang, leden, en in het openbaar uitgesproken op 22 november 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen voorziening open (artikel 39 lid 5 Rv)