Civiel recht overig

Wraking. Niet-ontvankelijk, want eerder misbruik aangenomen (WR 21/026)

Rechtbank Oost-Brabant, 24 januari 2022

Zaakgegevens

Op 24 januari 2022 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24 januari 2022
Datum publicatie
19 april 2022
Zaaknummer
WR22.001
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2022:1519
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wraking. Niet-ontvankelijk, want eerder misbruik aangenomen (WR 21/026)

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing

RECHTBANK OOST-BRABANT

Wrakingskamer

zaaknummer: WR 22/001

Beslissing van 24 januari 2022

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek ex artikel 36 van het van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van

[verzoeker 1] , wonende te [verzoeker 2]

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van

mr. M. van den Brink

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

Verzoeker is gedaagde in conventie (en eiser in reconventie) in de kantonzaak met zaaknummer 9197932 CV EXPL 21-2163. Wederpartij in die zaak is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid E&E Accommodations B.V. (hierna: E&E). De rechter is de behandelend rechter.

Bij brief van 10 januari 2022 heeft verzoeker de rechter gewraakt.

2 De beoordeling

2.1

De rechtbank kan het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting aanstonds niet-ontvankelijk verklaren indien ten aanzien van verzoeker in een eerdere beslissing op een wrakingsverzoek is bepaald dat wegens misbruik een volgend verzoek niet in behandeling wordt genomen. Dit volgt uit artikel 5, tweede lid, aanhef en onder g, van het wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant, zoals dat per 1 april 2021 luidt.

2.2

Bij beslissing van 20 juli 2021 (WR 21/026, ECLI:NL:RBOBR:2021:5483) heeft de rechtbank het door verzoeker op 30 juni 2021 ingediende wrakingsverzoek ongegrond verklaard en bepaald dat wegens misbruik een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling wordt genomen. Dit betekent dat het wrakingsverzoek van 10 januari 2022 niet in behandeling wordt genomen. Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek.

2.3

Ter voorlichting, voor het geval verzoeker de rechter opnieuw wraakt, wijst de rechtbank op artikel 5, derde lid, van het wrakingsprotocol. Op grond van die bepaling kan de rechter beslissen om het wrakingsverzoek niet aan de wrakingskamer voor te leggen.

3 De beslissing

De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.

Deze beslissing is gegeven op 24 januari 2022 door mr. J.O.Y. Elagab, voorzitter,

mr. S.M.J. Korthuis-Becks en mr. M.E. Bartels, leden, in aanwezigheid van

mr. J.R. Leegsma, griffier.

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 39, vijfde lid, Rv).