Civiel recht overig

WR 25/005: Wraking. Verzoek buiten behandeling gesteld. De woorden die verzoeker heeft gebruikt, zijn…

Rechtbank Oost-Brabant, 20 maart 2025

Zaakgegevens

Op 20 maart 2025 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20 maart 2025
Datum publicatie
5 november 2025
Zaaknummer
WR 25/005
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:7198
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WR 25/005: Wraking. Verzoek buiten behandeling gesteld. De woorden die verzoeker heeft gebruikt, zijn onmiskenbaar beledigend en volledig in strijd met de in het maatschappelijke verkeer betamelijke omgangsvormen. Het taalgebruik is zodanig dat het de goede procesorde ernstig verstoort.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing

RECHTBANK Oost-Brabant

Wrakingskamer

zaaknummer: WR 25/005

Beslissing van 20 maart 2025

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek op grond van artikel 36 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv)

[verzoeker] ,

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van

mr. M.A. Vieira,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

Het wrakingsverzoek

1.1

Verzoeker heeft op 4 maart 2025 een wrakingsverzoek ingediend en daarin onder

meer het volgende vermeld:

“Ik zie dat het bij jullie weer de gebruikelijke imbiciele [sic] corrupte poppenkast is die ik

inmiddels gewend ben van de terroristische kut overheid. (...) Als het jullie, of in zijn

algemeenheid de smerige fascistische corrupte kut overheid uit komt heeft het alle tijd (...).

Het alleen maar imbiciele [sic] corrupte poppenkast (...). Dat blijkt nu weer uit de reactie

van de president van de rechtbank, uit het feit dat [partij] mij niet de informatie stuurt waar

ik wettelijk recht op heb, de opperfascist [naam] niet in het document terug komt terwijl ik

de smerige nazi expliciet heb opgeroepen als getuige terwijl, gezien de representatie van

[partij] zij wel op de hoogte waren van de zitting. Ik heb het ook geescaleerd [sic] naar de

fuhreer [sic] van dit corrupte kutland. [naam] en die stinknazi reageert ook niet terwijl

hij eindverantwoordelijke is van de hele corrupte terroristische kutoverheid!

(...) en als ik de brief lees een achterbakse liegende kutsnol (...). (...) De corrupte kat teef

(...). Het is ook hoogst twijfelachtig of de smerige liegende kuttroll uberhaupt [sic] bestaat.

Als ik google is ze niet te vinden en als ik syncasso bel, wordt mij gemeld dat ze de corrupte

kat teef niet kennen! (...) Het is immers iedere keer hetzelfde, een volstrekt achterlijke

corrupter [sic] poppenkast! Het gaat jullie, als overheid alleen maar om het trollen en

treiteren, net zo lang tot ik doorsla. Jullie willen gewoon een bloedbad zien! (...)

Het is immers in jullie eigen belang, hoe meer rotzooi er is, hoe meer incidenten er zijn hoe

meer werk er is voor jullie en hoe meer jullie je kunnen verrijken met uurtje factuurtje (...).

Bij deze wraak ik dan ook de rechter. (...) en de blauwe stinkvarkens de deur voor mij

instampen (...). (...) de liegende snol is niet van syncasso, daar kennen ze die teef niet!

Sieg Heil”

1.2

De rechter heeft op 11 maart 2025 een reactie gegeven op het wrakingsverzoek.

Het wrakingsverzoek en de reactie van de rechter daarop

2.1

De wrakingskamer oordeelt dat de bewoordingen die verzoeker heeft gebruikt in de

hierboven weergegeven citaten onmiskenbaar beledigend en volledig in strijd met de in het

maatschappelijke verkeer betamelijke omgangsvormen zijn. 1-let taalgebruik is zodanig dat

het de goede procesorde ernstig verstoort. Daarom wordt het wrakingsverzoek niet in

behandeling genomen.

2.2

Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018, ECLI:NL:HR:20l8: 1770, r.o. 4.6, overweegt de wrakingskamer in verband met het recht op

een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM dat in het geval de wrakingskamer het

verzoek tot wraking van de rechter ten onrechte niet in behandeling zou hebben genomen,

verzoeker door het instellen van hoger beroep in de onderliggende zaak het oordeel van de

hogere rechter kan inroepen omtrent de gestelde vooringenomenheid van de rechter.

De beslissing

De rechtbank:

- Stelt het wrakingsverzoek buiten behandeling.

Deze beslissing is gegeven door mr. H.M.H. de Koning, voorzitter, mr. JA. van

Voorthuizen en mr. C.A. Mandemakers, leden, in tegenwoordigheid van, mr. M.E.A.

Schokker-Stadhouders, griffier, en in openbaar uitgesproken op 20 maart 2025.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 39, vijfde lid, Rv).