Strafrecht overig
Veroordeling door de politierechter wegens twee gevallen van belaging. Art. 285b Sr. Overwegingen m.b.t. het…
Rechtbank Oost-Brabant, 12 juni 2014
ECLI:NL:RBOBR:2014:3750 · Rechtbank Oost-Brabant · 12 juni 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbobr-2014-3750
Zaakgegevens
Op 12 juni 2014 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 12 juni 2014
- Datum publicatie
- 15 juli 2014
- Zaaknummer
- 01/165830-12
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2014:3750
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling door de politierechter wegens twee gevallen van belaging. Art. 285b Sr. Overwegingen m.b.t. het bewijs van belaging en verwerping van het beroep op noodtoestand en op het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid.
Procesgang
Rechtbank Oost-Brabant · 12 juni 2014deze uitspraak
ECLI:NL:RBOBR:2014:3750
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 december 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:5172(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]proces-verbaal
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Team Strafrecht
Parketnummer: 01.165830.12
Datum uitspraak: 12 juni 2014
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de politierechter in bovengenoemde rechtbank op 12 juni 2014.
Tegenwoordig zijn:
mr. C.P.J. Scheele, politierechter,
mr. M.G.C. Polman, officier van justitie en
J. de Volder, griffier.
De politierechter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, genaamd:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1953],
wonende te [adres 1],
is – hoewel behoorlijk opgeroepen - niet verschenen.
Als raadsman is ter terechtzitting verschenen mr. L.S.T.H. Ruijters, advocaat te Eindhoven, die verklaart uitdrukkelijk te zijn gemachtigd de verdediging te voeren.
De benadeelde partij [benadeelde partij 1] is verschenen.
De benadeelde partij [benadeelde partij 2] is verschenen, bijgestaan door [persoon 1] van Slachtofferhulp Nederland.
De raadsman voert aan:
Cliënt is lichamelijk en emotioneel niet in staat om vandaag ter terechtzitting te verschijnen. Het gaat niet zo goed met hem.
De politierechter hervat het onderzoek van de zaak in de stand waarin het zich op het tijdstip van de schorsing ter terechtzitting van 19 december 2013 bevond.
De officier van justitie vordert wijziging van de tenlastelegging.
De politierechter hoort de raadsman over deze vordering. De politierechter wijst de vordering toe en beveelt dat de tenlastelegging zal worden gewijzigd in dier voege dat deze thans als volgt komt te luiden:
(zie aantekening mondeling vonnis)
De politierechter beslist dat kan worden volstaan met de uitreiking van een door de griffier gewaarmerkt afschrift van de wijziging.
De griffier overhandigt een door hem gewaarmerkt afschrift van de wijziging aan de raadsman van verdachte.
Met toestemming van de raadsman wordt het onderzoek aanstonds voortgezet.
De politierechter deelt mede dat hij van de officier van justitie haar standpunt wil vernemen over de vraag of de behandeling van de onderhavige strafzaak buiten aanwezigheid van de verdachte zou moeten worden voortgezet, gelet op de ernst van de beschuldiging, het principiële standpunt van de verdachte in deze alsmede gelet op de aanwezigheid van de benadeelde partijen en hun aankondiging in deze zaak het spreekrecht uit te willen oefenen.
De officier van justitie voert desgevraagd het volgende aan:
Ik heb er behoefte aan dat verdachte ter terechtzitting verschijnt. De onderhavige strafzaak betreft een bijzondere zaak en ik wil graag de beweegredenen van de verdachte weten. Verder wil ik inzicht krijgen in de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Ik ben dan ook van mening dat we vandaag niet verder kunnen gaan met de behandeling van de zaak en verzoek de politierechter dan ook om de behandeling van de zaak aan te houden, waarbij eventueel de medebrenging van verdachte kan worden gelast.
De raadsman voert desgevraagd het volgende aan:
Ik kan voor wat betreft de persoonlijke situatie van cliënt niet in de toekomst kijken. Zijn gezondheid hangt direct samen met de onderhavige strafzaak en de dingen die hier verder mee te maken hebben. Cliënt wil graag dat aan de onderhavige strafzaak een einde komt en hij weet waar hij aan toe is. Ik stel de politierechter dan ook voor om de behandeling van de zaak niet aan te houden. Cliënt ligt niet in het ziekenhuis en hij is verder niet verhinderd om vandaag ter terechtzitting te verschijnen.
De politierechter deelt mede dat hij het wenselijk acht dat verdachte ter terechtzitting verschijnt, mede omdat verdachte in de onderhavige zaak een principieel standpunt heeft.
De politierechter onderbreekt het onderzoek voor enige ogenblikken om de raadsman in de gelegenheid te stellen telefonisch contact op te nemen met zijn cliënt. Na een korte onderbreking hervat de politierechter het onderzoek.
De raadsman deelt mede:
Cliënt heeft mij telefonisch medegedeeld dat hij absoluut geen verstoppertje wil spelen en dat hij vanmiddag rond 13:00 uur ter terechtzitting aanwezig kan zijn.
De politierechter deelt mede dat hij de behandeling van de zaak tot ongeveer 13:00 uur zal onderbreken in afwachting van de komst van verdachte. De politierechter hervat het onderzoek om 13:10 uur.
De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoord op de vragen van de politierechter te zijn genaamd:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1953],
wonende te [adres 1],
De politierechter vermaant verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.
De politierechter onderricht de verdachte over hetgeen in zijn afwezigheid is voorgevallen, waarna met het onderzoek wordt voortgegaan.
De politierechter deelt mondeling mede de korte inhoud van:
1. Een dossier van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost/Afdeling Eindhoven Strijp, met registratienummer PL2207 2012015492, afgesloten d.d. 20 februari 2012, aantal doorgenummerde bladzijden: 154.
Dit dossier bevat een verzameling wettig opgemaakte processen-verbaal die in de onderhavige zaak in het kader van het opsporingsonderzoek zijn opgemaakt alsmede (eventueel) andere bescheiden.
Dit dossier houdt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende in:
als verklaring van [benadeelde partij 1] (aangeefster) aan verbalisanten (blz. 25 en 26):
Ik ben oprichtster van de stichting "[naam 1]" en vrijwilliger van de vereniging "[naam 2]" uit[gemeente 1]. Deze vereniging zorgt voor de vergunningen om de zwerfkatten te vangen en te steriliseren. Sinds 21 april 2011 word ik gestalkt door [verdachte]. Dit uit zich door middel van mails en achtervolgingen met de auto. In de mails schrijft hij dat hij het erg vindt dat de katten gesteriliseerd worden. Hij wordt nu steeds persoonlijker in de mails. Hij schrijft dat ik wel een slechte jeugd gehad zal hebben en dat mijn gedrag daaraan te wijten is. Ook schrijft hij dat ik mijn vader wel zal missen. Gelukkig leeft mijn vader en heb ik goed contact met hem. Hij noemt mij een sukkeltje en dat ik de vrijwilligers maar gebruik. Deze mails stuurt hij ook door naar de twee vrijwilligers. Een mail is letterlijk: "Dit is nog maar het begin. Hopelijk dringt het tot je door dat je de verkeerde hebt opgezocht om die te belemmeren om op te komen voor dieren. Je liegt er verder maar lekker op los. Zoek hulp. Gr [verdachte]." Sinds twee maanden rijdt [verdachte] mij achterna. Als wij in de wijk "[naam 3]" te [stadsdeel] in[gemeente 2] op zoek zijn naar zwerfkatten zien wij vrijwel meteen [verdachte]. Wij zien dat hij ons filmt. Vanuit die wijk rijdt hij mij achterna. Op 3 december 2011 tussen 17:30 uur en 18:15 uur heeft hij mij achtervolgd. Ik had eerst nog een vrijwilliger afgezet en was daarna naar huis gereden. Thuis gekomen zag ik dat hij mij helemaal tot thuis gevolgd was. Hij weet nu dus ook waar ik woon. Ik vind het erg bedreigend worden en ben erg bang door de situatie. Ik weet niet waartoe hij allemaal in staat is. Ik heb gemerkt dat [verdachte] naar verschillende dier en welzijn organisaties negatieve dingen over mij vertelt. Hij maakt mij daar zwart. Dit vind ik niet prettig. Ik moet mijzelf overal verdedigen terwijl dit niet nodig hoeft te zijn.
als verklaring van [benadeelde partij 1] (aangeefster) aan verbalisanten (blz. 28 t/m 30), afgelegd op 23 december 2011:
Ik kan u verklaren dat [verdachte] zonder dat ik het weet foto’s van mij maakt. Deze foto’s stuurt hij als bijlage bij de e-mails die ik van hem ontving. Zo ontvang ik ook filmpjes van hem waarbij hij mij en of [persoon 2] gefilmd heeft. Zo werd ik bijvoorbeeld gefilmd bij de garagebox van [persoon 2]. Ook werd ik gefilmd terwijl ik bezig was rondom [naam 4]. Ik schat dat ik bij vier of vijf e-mails foto’s heb ontvangen. Bij deze mails zitten dan een reeks foto’s van mij.
Ik kan u verklaren dat het achterna rijden door [verdachte] ongeveer drie maanden geleden begonnen is. Hij rijdt mij iedere keer achterna. Ik ben meestal drie maal per week aan de slag bij [naam 4] om daar katten te vangen. Zodra ik daar ben zie ik dat [verdachte] daar ook is. Als ik dan klaar ben rij ik met mijn auto naar huis. Ik zie dan dat [verdachte] in zijn auto achter mij aan rijdt. [verdachte] heeft een [omschrijving auto], volgens mij is het [kenteken], danwel daarop gelijkend. In deze periode heeft hij drie keer in de straat gestaan. Een keer heb ik de politie gebeld omdat hij rondjes bleef rijden. De andere twee keren stond hij in de straat geparkeerd. Hij stond met draaiende motor en de auto had de verlichting aan staan. Een van die twee keren stond ik in de keuken en dronk ik een glas water. Ik keek naar buiten en zag [verdachte] auto geparkeerd staan. Ik zag dat hij recht voor mijn deur stond. Ik schat de afstand tussen hem en mijn woning op grofweg zeven meter. Ik zag dat hij de binnenverlichting van de auto aan deed. Ik zag dat [verdachte] alleen in de auto zat en vervolgens ook een drinkende beweging maakte in mijn richting. Ik zag dat hij mij nadeed. Hij wil kennelijk dat hij door mij gezien wordt. Kort hierna reed hij weg. Verder kan ik verklaren dat [verdachte] in de meeste gevallen alleen achter mij aangereden is.
De vrijwilliger die ik op 3 december 2011 heb afgezet is [benadeelde partij 2] geweest. Nadat ik [benadeelde partij 2] had afgezet ben ik die dag naar huis gereden en thuis aangekomen zag ik dat [verdachte] mij achterna was gereden. Ik ben die dag niet uit de auto gestapt. Ik durfde niet goed uit te stappen omdat ik alleen in de auto zat. Er was verder niemand in mijn woning aanwezig. Ik heb hierop de politie gebeld. Ik zag dat [verdachte] met zijn auto rondjes aan het rijden was. Ik zag dat [verdachte] in de tijd dat ik aan het bellen was, meerdere keren voorbij gereden kwam.
[verdachte] mailt naar zoveel instanties waaronder [naam 5]. Bij deze instanties doet [verdachte] klachten over mij. Deze instanties moeten deze klachten onderzoeken waardoor ik door hun benaderd word en uitleg moet geven. Een voorbeeld hiervan is dat [verdachte] een klacht heeft ingediend bij [naam 5] over het houden van een illegale kattenopvang in mijn woning/berging. Dit heeft tot gevolg dat er vanmiddag om 17:00 uur iemand van [naam 5] en iemand van [naam 5] bij me thuis op bezoek komt.
Door de handelingen van [verdachte] maakt hij me zwart bij anderen. Ik moet daar heel veel moeite voor doen om dit teniet gedaan te krijgen. Ik moet mij dus steeds weer bij anderen verantwoorden. Voorts ben ik continu op mijn hoede. Ik kijk naar buiten of hij niet weer voor de deur staat. Ik ben bang dat mijn auto vernield wordt. Ook zijn er momenten dat ik er verdrietig van word en er ’s nachts van wakker lig. Op dit moment loop ik stage bij Jeugdzorg. Ik moet dan bijvoorbeeld cliënten aan huis gaan bezoeken, zo ook in het stadsdeel Gestel. Ik ben dan bang dat hij mij gaat achtervolgen naar een cliënt waardoor ik dus problemen kan krijgen met mijn werk maar ook dat hij zich richt op die cliënt. Voor mijn gevoel kan ik dus niet meer in alle vrijheid de gewone dingen van het leven doen. Telkenmale kijk ik om me heen of [verdachte] niet in de buurt is. Ook vraag ik regelmatig aan mijn vriend of hij met me mee wil gaan omdat ik me gewoon niet meer veilig voel. Voorheen deed ik dat niet en ging ik altijd alleen.
als relaas van verbalisant [verbalisant 1] (blz. 32):
Op 23 december 2011 werd door mij een aanvullende verklaring opgenomen betreffende een stalking/belaging. Bij het opnemen van deze verklaring overhandigde aangeefster [benadeelde partij 1] aan mij diverse prints van e-mail berichten die ze van [verdachte] had ontvangen.
Deze prints hebben de navolgende onderwerpen.
- Sollen met kittens, d.d. 16-6-2011;
- [benadeelde partij 2] en maat sollen met kittens, d.d. 14 juni 2011;
- Professor, d.d. 17 jun 2011;
- wreed, 21 jun 2011;
- FW [benadeelde partij 1], 24 jun 2011;
- Redcat dierenbescherming, d.d. 25 jun 2011;
- rebel without a cause, d.d. 20 jul 2011;
- blijf weg, d.d. 25 jul 2011;
- Manipulator, 28 jul 2011;
- [benadeelde partij 1], 5 sep 2011;
- FW artikel katten Eindhoven, d.d. 5 sep 2011;
- Hoe beroemd ben ik, d.d. 6 aug 2011;
- Triestig, 25 aug 2011;
- [naam 6] 8-9-2011;
- FW illegae en bedrijfsmatige activiteiten garagebox, d.d. 4 dec 2011;
- FW [benadeelde partij 1], d.d. 13 dec 2011.
Voorts verklaarde de aangeefster [benadeelde partij 1] dat ze nog diverse e-mail berichten, die ze van [verdachte] ontvangen had, thuis op haar computer had staan. Met de aangeefster [benadeelde partij 1] werd afgesproken dat ze deze e-mail berichten per e-mail zou versturen aan verbalisant.
Op 27 en 28 december 2011 werden door mij diverse e-mail berichten ontvangen van de aangeefster [benadeelde partij 1].
Deze e-mails, totaal zeven stuks, hebben de navolgende onderwerpen.
- Foto’s van [verdachte], d.d. 27 december 2011, 1.10;
- Foto’s van [verdachte], d.d. 27 december 2011, 13.26;
- FW [benadeelde partij 1] verplaatst katten? d.d. 28 december 2011.
een e-mailbericht d.d. 17 juni 2011 (blz. 36):
Dit e-mailbericht houdt, zakelijk weergegeven, onder meer in:
From: [emailadres 1]
To: [emailadres 2]
Subject: Professor
Date: Fri, 17 Jun 2011 01:10:58 +0200
Professor [benadeelde partij 1],
(..) Overigens imponeer je hooguit [benadeelde partij 2] en [persoon 2] met je grote mond mij niet. Je overschreeuwt je eigen onzekerheid, twijfel en angst. (..)
een e-mailbericht d.d. 21 juni 2011 (blz. 37):
Dit e-mailbericht houdt, zakelijk weergegeven, onder meer in:
From: [emailadres 1]
To: [emailadres 2]
Subject: wreed
Date: Tue, 21 Jun 2011 08:13:52 +0200
(..) Op de website heb ik volgende boodschap achtergelaten.
[verdachte] - 2011-06-21 07 58 00
[benadeelde partij 1],
Je bent een van de meest wrede mensen die ik ken (..)
een e-mailbericht d.d. 24 juni 2011 (blz. 38):
Dit e-mailbericht houdt, zakelijk weergegeven, onder meer in:
From: [emailadres 1]
To: [emailadres 2]
Subject: FW: [benadeelde partij 1]
Date: Fri, 24 Jun 2011 05:00:00 +0200
Hallo buurtgenoten,
De ellendeling [benadeelde partij 1], de professor, kun je hier op terug vinden. (..)
een e-mailbericht d.d. 24 juni 2011 (blz. 38):
Dit e-mailbericht houdt, zakelijk weergegeven, onder meer in:
From: [emailadres 1]
To: [emailadres 2]
Subject: Liegen dat het gedrukt staat
Date: Fri, 24 Jun 2011 01:36:13 +0200
[benadeelde partij 1],
(..) Je hebt een ziekelijke behoefte aan aandacht. Wat is er toch misgegaan in je jeugd? (..)
I know where you go to my lovely
When you’re alone in your bed
I know the thoughts that surround you
'Cause I can look inside your head
een e-mailbericht d.d. 13 november 2011 (blz. 48):
Dit e-mailbericht houdt, zakelijk weergegeven, onder meer in:
Van: [verdachte] [mailto:[emailadres 1]]
Verzonden: zo 13-11-2011 23:42
Aan: [emailadres 2]
Onderwerp: Dit is nog maar het begin
[benadeelde partij 1],
Dit is nog maar het begin. Hopelijk dringt het tot je door dat je de verkeerde hebt opgezocht om die te belemmeren om op te komen voor dieren. Je liegt er verder maar lekker op los. Zoek hulp.
een e-mailbericht d.d. 25 juni 2011 (blz. 39):
Dit e-mailbericht houdt, zakelijk weergegeven, onder meer in:
From: [emailadres 1]
To: [emailadres 3] [emailadres 4]
CC: [emailadres 2] [emailadres 5] [emailadres 6]
Subject: Redcat dierenbescherming
Date: Sat, 25 Jun 2011 06:47:18 +0200
Geacht DOC, dierenbescherming zuid oostbrabant
In het verleden heb ik U gemeld welke vele problemen er zijn bij kattenhulpverlening. Helaas zijn we recentelijk weer onaangetroffen door het optreden van ene [benadeelde partij 1].
(..) Helaas ben ik door haar optreden tot de conclusie gekomen dat deze [benadeelde partij 1] van liegen en bedriegen aan elkaar hangt. Dit alles om als een soort heldin uit te hangen. Het grote vermoeden bestaat dat zij een pathalogische behoefte heeft aan aandacht. (..) Ze (mis)bruikt dieren voor haar eigen ego. (..)
een e-mailbericht d.d. 5 september 2011 (blz. 43):
Dit e-mailbericht houdt, zakelijk weergegeven, onder meer in:
From: [emailadres 1]
To: [emailadres 4]
CC: [emailadres 2]; [emailadres 7]
Subject: [benadeelde partij 1]
Date: Mon, 5 Sep 2011 07:46:13 +0200
Geacht Db, (oa tav [persoon 3], [persoon 4], uw direkteur dierennoodhulp)
Reeds eerder heb ik gemeld hoeveel problemen er ontstaan door het optreden van [benadeelde partij 1] (..) Haar heb ik leren kennen als een notoire leugenaar die uitsluitend bezig is om zichzelf te profileren als held. (..) komt [benadeelde partij 1] mij voor als een ziekelijke persoonlijkheid die alleen belust is op aandacht. (..)
een e-mailbericht d.d. 5 september 2011 (blz. 44):
Dit e-mailbericht houdt, zakelijk weergegeven, onder meer in:
From: [emailadres 1]
To: [emailadres 2] [emailadres 5]
Subject: FW: artikel katten Eindhoven
Date: Mon, 5 Sep 2011 09:15:28 +0200
-------------------------------------------------------------------
Van: [verdachte] [mailto:[emailadres 1]]
Verzonden: donderdag 1 september 2011 21:44
Aan: '[emailadres 7]'
Onderwerp: artikel katten Eindhoven
Geachte redactie,
(.) Verzoek 2: Mogelijk kiest U voor een verslaggeving dat [benadeelde partij 1] zo een geweldig persoon is, die kittens red. (..) Wij hebben haar leren kennen als een patserig op aandacht belust persoon, zonder enige blijvende inzet voor de katjes. (..)
als verklaring van [benadeelde partij 2] (aangeefster) aan verbalisanten (blz. 81 t/m 85):
Ik ben vrijwilligster bij de stichting "[naam 1]". Samen met andere vrijwilligers vangen wij katten voor neutralisatie in de wijk [wijk] te Eindhoven. Wij vangen daar in de directe omgeving van het daar gelegen zorgcomplex van [naam 4]. Vanaf het moment dat ik mij bij [persoon 2] en [benadeelde partij 1] heb aangesloten reageerde [verdachte] naar mij toe met het versturen van e-mails naar mijn mailadres. Op 12 november 2011 zijn [benadeelde partij 1] en ik naar Amsterdam geweest. Ik had die dag de beschikking over de bus van mijn broer. Nadat wij van de voerplaats aan [adres 2] wegreden zag ik dat [verdachte] opeens achter ons reed. Ik zag dat hij alleen in de auto zat. Ik zag dat [verdachte] ons bleef achtervolgen. Uiteindelijk ben ik een soort binnenplaats opgereden waar ik niet meer verder kon rijden. [verdachte] is niet deze binnenplaats opgereden. Wij zagen het lichtschijnsel van de koplampen van [verdachte]’s auto bij de ingang. Ik had de bibbers in mijn benen door deze actie van [verdachte]. Op 20 november 2011 omstreeks 18:30 à 19:00 uur hadden [benadeelde partij 1] en ik afgesproken dat we samen zouden gaan voeren bij de [naam 4]. Nadat we daar gevoerd hadden reed ik het terrein af en zag ik dat [verdachte] ter hoogte van het bankje op [adres 2] ter hoogte van de [naam 4] stond. Ik zag dat hij daar stond met ene [persoon 5]. Toen ik voorbij gereden was zag ik dat [verdachte] en die [persoon 5] in de auto van [verdachte] stapten en vervolgens achter mij aanreden. Uiteindelijk zag ik dat hij niet meer achter mij aanreed. Omdat ik nog moest tanken ben ik, voordat ik naar huis reed, eerst gaan taken op [adres 3]. Nadat ik daar getankt had ben ik via [adres 4] en [adres 5] naar huis gereden. Tot mijn stomme verbazing zag ik dat [verdachte] daar samen met die [persoon 5] op [adres 5] staan. Ik kreeg onmiddellijk visioenen dat die twee bij mij thuis geweest waren. Ik raakte helemaal in paniek. Ik durfde niet naar huis. Door al deze gebeurtenissen durf ik mijn auto niet meer voor mijn deur te parkeren. Later bemerkte ik dat deze gebeurtenissen veel meer impact op mij hadden. Zo merkte ik bijvoorbeeld dat ik de eerste nachten slecht sliep en luisterde of er iemand in de straat was. Zo kijk ik nu veel meer om me heen hetgeen ik voorheen nooit deed. Sinds één maand staat [verdachte], als ik aan het voeren ben, in de bosjes. Hij stelt zich steeds verdekt op. Als hij daar staat zit hij mij te bekijken en te begluren. Zo heeft [verdachte] ook foto’s van mij gemaakt. Dit kijken en begluren is zo intimiderend en voor mijn gevoel is hij onberekenbaar.
als verklaring van [benadeelde partij 1] (getuige) aan verbalisant (blz. 129 en 130):
Ik heb van u begrepen dat naast mijzelf, [benadeelde partij 2] ook aangifte heeft gedaan van stalking door [verdachte]. Op 12 november 2011 was ik samen met [benadeelde partij 2] aanwezig op [adres 2] te Eindhoven. Ik zag dat [verdachte] aan de rand van het terrein van zorgcomplex [naam 4] stond. Uiteindelijk zijn wij weggereden. We reden in de bus van de broer van [benadeelde partij 2]. Wij zagen dat [verdachte] in zijn personenauto, een [omschrijving auto], achter ons aanreed. We hebben geprobeerd hem af te schudden in de wijk. Dit is niet gelukt en op een gegeven moment zijn we een pleintje opgereden welke doodliep. We zagen dat [verdachte], welke nog steeds achter ons aangereden was, bij de ingang van dat pleintje stopte. We zagen dat hij de ingang van dat pleintje met zijn personenauto blokkeerde en het dus niet mogelijk was om weer weg te rijden. We voelde ons toen erg bang en hadden de portierdeuren van de auto al op slot gedaan uit angst voor wat er mogelijk zou kunnen gebeuren.
Na mijn aangifte van stalking houden de pesterijen door [verdachte] nog steeds aan. Het gebeurt nog steeds dat [verdachte] in zijn personenauto achter mij aanrijdt. Ook gebeurt het wel eens dat [verdachte] met zijn auto de weg blokkeert als ik bij zorgcomplex [naam 4] weg wil rijden. Ook zie ik nog steeds dat [verdachte] regelmatig foto’s en filmopnames van mij maakt. Als ik niet gezien heb dat hij deze opnames maakt, krijg ik meestal even later een berichtje via de e-mail van [verdachte] waar hij dan de foto’s als bijlage bij doet. Ik blijf nog steeds veel e-mail berichten van [verdachte] krijgen. Het stalken blijft dus gewoon doorgaan en ik ben echt bang van deze man. Ik ga ook niet meer alleen naar zorgcomplex [naam 4] om de katten te vangen of te voeren, ik neem altijd iemand mee. Ik voel me totaal niet veilig door deze man en ik voel me behoorlijk in mijn persoonlijke levensvrijheid gehinderd door [verdachte].
als verklaring van [getuige 1] (getuige) aan verbalisant (blz. 133):
Ik weet dat [verdachte] (de politierechter begrijpt: [verdachte]) meerdere instanties heeft aangeschreven om aan te geven dat [benadeelde partij 2] (de politierechter begrijpt: [benadeelde partij 2]), [benadeelde partij 1] (de politierechter begrijpt: [benadeelde partij 1]) en [persoon 2] hun werk niet goed doen. Zover ik weet heeft hij echt heel veel instanties aangeschreven om het werk van [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 1] en [persoon 2] tegen te gaan. Ik weet nog dat [verdachte] en ik een keer in de auto van [verdachte] naar de Albert Heijn zijn gegaan en dat we [benadeelde partij 2] zagen rijden en dat we toen naar de garagebox van [benadeelde partij 1] zijn gereden om te kijken of ze daar naartoe ging. We hebben daar toen nog een rondje gereden en even later troffen we haar toen op de Rondweg.
een e-mailbericht d.d. 21 april 2011 (blz. 123):
Dit e-mailbericht houdt, zakelijk weergegeven, onder meer in:
Van: [verdachte] [verdachte] [mailto:[emailadres 1]]
Verzonden: do 21-4-2011 23:21
Aan: [emailadres 5]
Onderwerp: FW: weer politie
Hallo [benadeelde partij 2],
(..) Wanneer dringt eindelijk tot je door dat er hele goede redenen moeten zijn om in gezonde in vrijheid levende katten te snijden. (..)
een e-mailbericht d.d. 28 juli 2011 (blz. 127 en 128):
Dit e-mailbericht houdt, zakelijk weergegeven, onder meer in:
From: [emailadres 1]
To: [emailadres 5] [benadeelde partij 1]
Subject: Manipulator
Date: Thu, 28 Jul 2011 00:03:21 +0200
Hallo [benadeelde partij 2],
(..) Laat je niet misbruiken. Wordt wakker of laat je verder ophitsen tot nog ernstigere misdadige/criminele activiteiten. Diefstal, inbreuk op mijn privacy en ontvreemding van mijn eigendommen heb je al op je geweten. Waar ligt je grens en kijk hoe ver je je laat manipuleren. (..) Blijf een integer mens!
een e-mailbericht d.d. 2 augustus 2011 (blz. 42):
Dit e-mailbericht houdt, zakelijk weergegeven, onder meer in:
From: [emailadres 1]
To: [emailadres 5] [benadeelde partij 1]
Subject: groeten
Date: Tue, 2 Aug 2011 01:31:05 +0200
[benadeelde partij 2],
(..) Je probeert wanhopig hun respekt te verdienen door heel fel naar mij uit te vallen. Waarom ben je zo wanhopig om hun waardering te verdienen? (..)
als relaas van verbalisant [verbalisant 1] (blz. 96):
Op 28 december 2011 werd door mij een proces-verbaal van aangifte opgenomen betreffende een stalking/belaging. Bij het doen van deze aangifte verklaarde aangeefster [benadeelde partij 2] dat ze nog diverse e-mailberichten, die ze van [verdachte] ontvangen had thuis op haar computer had staan. Met de aangeefster [benadeelde partij 2] werd afgesproken dat ze deze e-mailberichten via e-mail door zou sturen naar verbalisant.
Op 28 december 2011 werden door mij diverse e-mailberichten ontvangen van de aangeefster [benadeelde partij 2].
Deze e-mails hebben de navolgende onderwerpen.
- Bestuur [naam 1];
- groeten;
- graag doorgeleiden aan je maat;
- weer politie;
- Pas op voor [benadeelde partij 1];
- Manipulator.
als verklaring van [verdachte] (verdachte) aan verbalisant (blz. 73 t/m 75 en 136):
Ik heb buiten de e-mails die ik aan [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] heb gestuurd enkele mails naar andere kattenverzorgers gestuurd om mijn bezorgdheid te uiten over de werkzaamheden van [benadeelde partij 1]. Ook heb ik een aantal instanties waar [benadeelde partij 1] op haar website aangaf waar ze mee samenwerkte gemaild. Dit betrof een vijftal instanties welke ik dan ook allemaal gemaild heb. Ik ben wel eens met mijn personenauto achter [benadeelde partij 1] aangereden als ze wegreed vanaf [adres 2]. Ik ben nog een keer achter haar aangereden tot aan [adres 6]. Ik ben één keer bij de woning van [benadeelde partij 1] geweest.
Ik heb foto- en filmopname van [benadeelde partij 2] gemaakt. Ik heb in het verleden wel mails naar [benadeelde partij 2] gestuurd. Ik ben een keer met [persoon 5] achter [benadeelde partij 2] aangereden.
2. Een uittreksel justitiële documentatie d.d. 21 november 2013, betreffende verdachte;
3. Een Schadeopgaveformulier Misdrijven Voor schaderegeling en voeging in het strafproces van [benadeelde partij 1]. De gevorderde schadevergoeding bedraagt € 3000,00 en de wettelijke rente over de gevorderde schadevergoeding;
4. Een Schadeopgaveformulier Misdrijven Voor schaderegeling en voeging in het strafproces van [benadeelde partij 2]. De gevorderde schadevergoeding bedraagt € 2000,00 en de wettelijke rente over de gevorderde schadevergoeding;
5. Een schriftelijke slachtofferverklaring van [benadeelde partij 2] d.d. 28 maart 2014;
6. Een schriftelijke slachtofferverklaring van [benadeelde partij 2] d.d. 12 juni 2014;
7. Een schrijven van slachtofferhulp Nederland aan de officier van justitie d.d. 28 maart 2014, betreffende een verzoek straat- en/of contactverbod;
8. De stukken van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Oost-Brabant met RC-nr. 12/1955, betreffende verdachte;
als verklaring van [benadeelde partij 1] aan de rechter-commissaris:
Ik zag hem (de politierechter begrijpt: [verdachte]) vaker als wij katten gingen vangen. Als wij katten gingen vangen dan gingen we op een bankje zitten nadat we de kooien hadden
neergezet. [verdachte] kwam er dan ook op een bankje zitten. Hij heeft mij gefilmd vanuit zijn balkon en van daaruit naar mij geroepen. [persoon 2] woonde tegenover [verdachte]. Onze spullen stonden bij haar in de garage. Haar garage ligt recht achter het achterbalkon van [verdachte]. Als wij daar spullen pakten filmde hij ons en klapte met zijn handen. Hij is zeker 5 keer tot aan mijn huis of vlakbij mijn huis mij achterna gereden. In een periode van 3 maanden ging hij elke keer achter mij aan. Vaak reed ik dan naar een andere wijk om hem af te schudden. Het kan zijn dat het in totaal 40 keer is voor gekomen.
9. Een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant d.d. 1 maart 2013, betreffende verdachte;
10. Een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant d.d. 19 december 2013, betreffende verdachte;
De verdachte verklaart:
A. Ik heb 14 e-mail berichten aan mevrouw [benadeelde partij 1] gestuurd en ik heb mevrouw [benadeelde partij 1] gefotografeerd.
B. Ik zou me nooit schuldig maken aan stalking, want dat is erg ingrijpend in iemands leven. Ik ben geen crimineel of misdadiger. Ik ben slachtoffer van leugens en een politiek proces. In het begin had ik nog behoefte om te overleggen met mevrouw [benadeelde partij 1] en mevrouw [benadeelde partij 2]. Ik vond het toen echter ongepast om op haar toe te stappen. Ik heb 14 e-mailberichten aan mevrouw [benadeelde partij 1] verstuurd waarvan er 9 door haar zijn beantwoord. Ik kwam op voor mensen die hun kat misten. Ik heb na die 14 e-mail berichten geen e-mail berichten meer verstuurd. Toen ik geen respons meer van haar kreeg ben ik gestopt met het versturen van e-mail berichten. Ik heb het allemaal gedaan voor de mensen die liefde hebben en zorgzaam zijn voor katten. Ik heb mevrouw [benadeelde partij 1] gefotografeerd, maar ik ben vaker door hen gefotografeerd dan andersom. Het was mij volstrekt duidelijk dat mevrouw [benadeelde partij 1] illegaal bezig was en loog. Als ik wilde aantonen dat ze katten aan het vangen was met een ongeschikte vangkooi, moest ik dat inderdaad fotograferen en dat heb ik ook gedaan. Mevrouw [benadeelde partij 1] zou namelijk haar betrokkenheid verzwijgen bij het vangen van de zwerfkatten. Ik heb eindeloos verzocht om overleg. Ik vind dat het optreden van mevrouw [benadeelde partij 1] illegaal is en blijft. De enige die voor de wet is opgekomen ben ik. De gemeente heeft het in deze volstrekt laten afweten. Ik ben altijd uit de buurt gebleven. Ik zit echter nog steeds met heel veel plezier in het park. Een van de klagers heeft mij juist daar opgezocht. Ze weten dat de katten van mij houden en niet andersom. Ik zit heel vaak in het park. Na het tijdperk [benadeelde partij 1] is de dierenbescherming gekomen en ik ga dan altijd met ze buurten. Ik heb in het begin ook geen problemen gehad met de dierenbescherming. De berichtgeving door mevrouw [benadeelde partij 1] is pure stemmingmakerij. Ik ben nooit achter mevrouw [benadeelde partij 1] aangereden. Haar verklaring daarover komt zeer leugenachtig over, als ik het vergelijk met de verklaring in het dossier. Ze spreekt zich volkomen tegen. Als ik in de buurt rijd, wil toch niet zeggen dat ik haar volg. Ik ben één keer achter haar aangereden om te kijken of ze echt vertrokken was en bovendien moest ik toch die kant uit. De wet spreekt bij belaging over stelselmatig en niet één keer. Ik ken de personenauto’s van mevrouw [benadeelde partij 1] en mevrouw [benadeelde partij 2], maar de auto die ik op [adres 6] ben tegengekomen kende ik niet. Deze auto gedroeg zich echter verdacht. Ik heb nooit geweten dat mevrouw [benadeelde partij 1] en mevrouw [benadeelde partij 2] in die auto zaten, dat hoorde ik pas tijdens mijn verhoor bij de politie. Ik ben mevrouw [benadeelde partij 1] niet tot haar huis gevolgd. Het welzijn van mevrouw [benadeelde partij 1] staat bij mij hoog in het vaandel. Degene die op de onderste foto op pagina 54 van het dossier staat, ben ik. Deze foto is gemaakt in het park waar ik jaren kom. Als ze zeggen dat ik hen stalk dan klopt dat niet. Ik heb niet voor de woning van [benadeelde partij 1] gestaan en toen een drinkbeweging gemaakt. Hetgeen [benadeelde partij 1] daar over heeft verklaard is gelogen. Ik vind mevrouw [benadeelde partij 1] een criminele pathologische leugenaar. Ik ben nooit door de politie aangehouden bij haar woning. Het kan zijn dat ik mevrouw [benadeelde partij 2] heb gefotografeerd of gefilmd. Het is nooit mijn bedoeling geweest om als een journalist achter mevrouw [benadeelde partij 2] aan te lopen. Ik heb de foto’s van de vangkooi voorgelegd aan de kattenvereniging in Nederland met de vraag of dit diervriendelijk was. Dat was de reden waarom ik die foto heb gemaakt, niet om haar hinderlijk te volgen. Ik ben degene die feitelijk belaagd word. Mevrouw [benadeelde partij 1] en mevrouw [benadeelde partij 2] komen juist naar mij toe. Ik heb gezien dat het vangen van de katten door mevrouw [benadeelde partij 1] niet diervriendelijk was. Mevrouw [benadeelde partij 1] en mevrouw [benadeelde partij 2] zijn zich met mij gaan bemoeien en niet andersom. Op de vraag van de officier van justitie hoe ik over mevrouw [benadeelde partij 1] en mevrouw [benadeelde partij 2] denk dan zeg ik u dat ik een heel zwaar oordeel heb over mevrouw [benadeelde partij 1]. Zij is een criminele pathologische leugenaar en mevrouw [benadeelde partij 2] is haar slaafje. Toen ze had gezegd dat ze hoog opgeleid was heb ik haar aangeschreven als 'professor'. Ik heb haar gezegd dat ze mij daar niet mee imponeerde. Ik ben bewust getreiterd door mevrouw [benadeelde partij 1] en mevrouw [benadeelde partij 2]. U kijkt nu naar een slachtoffer en niet naar een dader.
Aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] wordt de gelegenheid gegeven de vordering toe te lichten.
Het slachtoffer [benadeelde partij 1] leest haar schriftelijke slachtofferverklaring voor.
Aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] wordt de gelegenheid gegeven de vordering toe te lichten.
Namens het slachtoffer [benadeelde partij 2] leest [persoon 1], van Slachtofferhulp Nederland, de schriftelijke slachtofferverklaring voor.
De verdachte verklaart:
Ik vind het afschuwelijk om deze leugens weer te moeten aanhoren. Ze zeggen dat ze angst voor mij hebben, maar mevrouw [benadeelde partij 2] zoekt mij op. Het monster wat beschreven wordt in het proces-verbaal bestaat niet, maar de pathologische leugenaars wel.
Ik ben werkloos. Ik heb vroeger verschrikkelijk veel gesport. Ik moet het nu doen met wandelingen in het park. Ik zou het belachelijk vinden als ik een contactverbod opgelegd krijg. Ik heb geen enkele behoefte aan contact met die mensen. Het zou een grote schande zijn als ik een gevangenisstraf opgelegd krijg. Ik ben al zo lang benadeeld door de klagers. Een veroordeling is voor mij onaanvaardbaar. Ik zou gelet op mijn gezondheidstoestand geen taakstraf kunnen verrichten. Ik vond de uitnodigingsbrief van de reclassering verschrikkelijk, juist omdat ik vind dat ik al als schuldig gevonden werd aan deze zaak.
De officier van justitie voert het woord overeenkomstig haar schriftelijk requisitoir, waarvan de inhoud hierna letterlijk wordt weergegeven.
(…)
De officier van justitie leest de vordering voor en legt die aan de politierechter over.
De officier van justitie eist een taakstraf voor de duur van 100 uur met aftrek voorarrest subsidiair 50 dagen hechtenis en 2 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden: contact- en locatieverbod en tevens de uitvoerbaarheid bij voorraad. Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] tot een bedrag van € 1500,00 en de wettelijke rente over dit bedrag, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] tot een bedrag van € 1000,00 en de wettelijke rente over dit bedrag, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Aan de verdachte en de raadsman wordt de gelegenheid gegeven te reageren op hetgeen door de officier van justitie is aangevoerd.
De verdachte verklaart:
Ik heb de eis van de officier van justitie begrepen.
De raadsman van verdachte voert het woord overeenkomstig de pleitnota met bijlagen, waarvan de inhoud hierna letterlijk wordt weergegeven.
(…)
In aanvulling op de pleitnota voert de raadsman nog aan:
De inhoud van de betreffende e-mails is niet al te vriendelijk. Het boterde niet tussen cliënt en [benadeelde partij 1], maar dat was over en weer. Het slachtoffer [benadeelde partij 2] is naar mijn mening niet angstig voor cliënt. [benadeelde partij 2] imiteerde het gedraag van cliënt tijdens het vangen van de katten. In die toon moet u de inhoud van de mails zien. Eerst wordt cliënt uitgedaagd en dan krijg je dit soort onvriendelijke mails. Verder ben van ik mening dat er geen sprake is van vrees aanjagen. [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] benaderde cliënt iedere keer, dus ze hadden geen vrees voor hem. Het angst aanjagen is dus volgens mij niet te bewijzen. Een eventueel contactverbod daar heeft cliënt moeite mee. [benadeelde partij 2] komt regelmatig in het park en cliënt ook. Ik vraag u om geen contactverbod op te leggen ten aanzien van het park en dit contactverbod niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De politierechter onderbreekt het onderzoek voor enige ogenblikken. Na de onderbreking hervat de politierechter het onderzoek.
Aan de officier van justitie wordt de gelegenheid gegeven te reageren op hetgeen door de verdediging is aangevoerd.
De officier van justitie voert aan:
Ik persisteer bij mijn requisitoir. Het gaat in de onderhavige zaak niet om het aan de kaak stellen van een illegaliteit. Ik ben het dus niet met de raadsman eens dat verdachte zijn burgerplicht moest uitoefenen. De door de raadsman aangehaalde vergelijking met een journalist gaat mijns inziens niet op. Verdachte heeft kwetsende e-mails gestuurd en dat is geen uitoefening van je burgerplicht. Een publiek persoon moet niet gek opkijken als er kritiek op hem of haar geleverd wordt, maar hetgeen verdachte heeft gedaan kan gewoon niet. Verdachte heeft door zijn handelen een wederrechtelijke inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers.
Aan de verdachte en de raadsman wordt de gelegenheid gegeven te reageren op hetgeen door de officier van justitie is aangevoerd.
Aan de verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken.
De verdachte verklaart:
Ik voel mezelf gestalkt en ook nu weer. Dit proces is absurd.
De politierechter verklaart het onderzoek gesloten en bepaalt dat hij vandaag om 17:00 uur mondeling vonnis zal geven.
Ter openbare terechtzitting van de politierechter van vandaag te 17:00 uur zijn tegenwoordig:
mr. C.P.J. Scheele, politierechter,
mr. M.G.C. Polman, officier van justitie en
J. de Volder, griffier.
De politierechter doet de zaak tegen de hiervoor genoemde verdachte uitroepen. De verdachte, zijn raadsman en de benadeelde partijen zijn in de zaal van de terechtzitting aanwezig. De politierechter spreekt vervolgens het vonnis uit.
AANTEKENING VAN HET MONDELING VONNIS
De tenlastelegging.
De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 14 februari 2013.
Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 1 april 2011 tot en met 28 december 2011 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 1], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [benadeelde partij 1], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft verdachte:
- 24, althans meerdere e-mailberichten gestuurd naar die [benadeelde partij 1], onder meer met de tekst( en): "Je hebt een ziekelijke behoefte aan aandacht. Wat is er toch mis gegaan in je jeugd?( ... ) I know where you go to my lovely. When you are alone in your bed. I know the thoughts that surround you, cause I can look inside your head." en/of "Dit is nog maar het begin. Hopelijk dringt het tot je door dat je de verkeerde hebt opgezocht om die te belemmeren om op te komen voor dieren. Je liegt er verder maar lekker op los. Zoek hulp" en/of "Ze wil aandacht die ze mogelijk in haar jeugd gemist heeft. " ... Overigens imponeer je hooguit [benadeelde partij 2] en [persoon 2] met je grote mond, mij niet. Je overschreeuwt je eigen onzekerheid, twijfel en angst. .. " en/of "Je bent een van de wreedste mensen die ik ken ... " en/of "De ellendeling [benadeelde partij 1], de professor, kun je hierop terugvinden", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- meerdere malen, althans eenmaal, die [benadeelde partij 1] gefotografeerd en/of gefilmd en/of
- meerdere malen, althans eenmaal (een) e-mailbericht(en) gestuurd naar instanties/instellingen/organisaties (te weten onder andere de Dierenbescherming en/of de redactie van Spits en/of dierenopvangcentrum (doc) Eindhoven inhoudende (onder meer) de tekst(en): "Helaas ben ik door haar optreden tot de conclusie gekomen dat deze [benadeelde partij 1] [benadeelde partij 1] van liegen en bedriegen aan elkaar hangt. Dit alles om een soort heldin uit te hangen. Het grote vermoeden bestaat dat zij een pathologische behoefte heeft aan aandacht.
... Ze misbruikt dieren voor haar eigen ego." en/of ( ... ) "Haar heb ik leren kennen als een notoire leugenaar die uitsluitend bezig is om zichzelf te profileren als held ..... [benadeelde partij 1] komt mij voor als een ziekelijke persoon die alleen belust is op aandacht..." en/of "Wij hebben haar leren kennen als een patserig op aandacht belust persoon, zonder enige blijvende inzet voor de katjes", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- meerdere malen, althans eenmaal zich hinderlijk opgehouden in de (directe) nabijheid van die [benadeelde partij 1] en/of
- meerdere malen, althans eenmaal achter die [benadeelde partij 1] aangereden in zijn, verdachtes, auto en/of
- zich in de (directe) nabijheid van de woning van die [benadeelde partij 1] opgehouden.
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 april 2011 tot en met 28 december 2011 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 2], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [benadeelde partij 2], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft verdachte,
- 15, althans meerdere e-mailberichten gestuurd naar die [benadeelde partij 2], onder meer met de tekst(en): "Wanneer dringt eindelijk tot je door dat er hele goede redenen moeten zijn om in gezonde in vrijheid levende katten te snijden" en/of "Laat je niet misbruiken. Wordt wakker of laat je verder ophitsen tot nog ernstigere misdadige/criminele activiteiten. Diefstal, inbreuk op mijn privacy en ontvreemding van mijn eigendommen heb je al op je geweten. Waar ligt je grens en kijk hoe ver je je verder laat manipuleren. Blijf een integer mens" en/of "Je probeert wanhopig hun respect te verdienen door heel fel naar mij uit te
vallen. Waarom ben je zo wanhopig om hun waardering te verdienen?", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of
- meerdere malen, althans eenmaal, die [benadeelde partij 2] gefotografeerd en/of gefilmd en/of
- meerdere malen, althans eenmaal zich hinderlijk opgehouden in de (directe) nabijheid van die [benadeelde partij 2] en/of
- meerdere malen, althans eenmaal achter die [benadeelde partij 2] aangereden in zijn, verdachtes, auto.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.
De geldigheid van de dagvaarding.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is.
De bevoegdheid van de politierechter.
Krachtens de wettelijke bepalingen is de politierechter bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.
De ontvankelijkheid van de officier van justitie.
Door de raadsman van verdachte is het verweer gevoerd dat het openbaar ministerie in zijn strafvervolging niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard – kort gezegd – omdat als gevolg van bemoeienis door de wethouder van Eindhoven, de politie opdracht heeft gekregen om de onderhavige strafzaak op te pakken, hetgeen zou betekenen dat dit strijdig is met de Trias Politica.
De politierechter stelt voorop dat voor een niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging alleen dan plaats is indien de met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren een ernstige inbreuk hebben gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan en voorts in gevallen van zeer fundamentele inbreuken op de behoorlijke procesorde, waarbij de belangen van de verdachte weliswaar niet zijn geschaad, maar het wettelijk systeem in de kern is geraakt. Ten slotte zou het openbaar ministerie nog in zijn vervolging niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard indien zijn beslissing om tot vervolging van verdachte over te gaan onverenigbaar is met de beginselen van een goede procesorde.
De politierechter overweegt ten aanzien van dit verweer als volgt:
Naar het oordeel van de politierechter is niet aannemelijk geworden dat er een zodanige bemoeienis vanuit de politiek is geweest dat dit in al dan niet doorslaggevende mate de opsporing en vervolging van de verdachte heeft gestuurd. Het openbaar ministerie heeft op basis van het politiedossier, dat op rechtmatige wijze tot stand is gekomen, zelfstandig de vervolgingsbeslissing genomen en aan die beslissing kleven geen onregelmatigheden die maken dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde. Ook de aanhouding en aansluitende inverzekeringstelling van de verdachte in deze zaak zijn rechtmatig en kunnen dus evenmin leiden tot de conclusie dat het openbaar ministerie op een van bovengenoemde gronden zijn recht tot strafvervolging heeft verspeeld.
Bijgevolg verwerpt de politierechter het verweer van de raadsman strekkende tot niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie in zijn strafvervolging. Nu ook overigens geen andere feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die in de weg staan aan de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, is het openbaar ministerie ontvankelijk in zijn vervolging.
Schorsing van de vervolging.
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.
De bijzondere overweging omtrent het bewijs.
Door de raadsman van verdachte is ter terechtzitting -op de gronden als vermeld in de pleitnota- aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken omdat geen sprake is van:
- enig wederrechtelijk handelen van verdachte;
- stelselmatigheid;
- inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2];
- het oogmerk om de slachtoffers te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel
de slachtoffers vrees aan te jagen.
De politierechter overweegt hiertoe volgende.
De politierechter is in de eerste plaats van oordeel dat de verklaringen van aangeefsters wel degelijk als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt. Deze verklaringen worden immers ondersteund door de overige voorhanden zijnde bewijsmiddelen, zoals de
e-mail berichten en de eigen verklaring van verdachte. Bij de beoordeling of bewezen is hetgeen aan verdachte is tenlastegelegd, zal de politierechter dan ook uitgaan van de verklaringen van aangeefsters.
Wat betreft de vraag of de door aangeefsters beschreven gedragingen van verdachte “belaging” opleveren, moet worden nagegaan of deze handelingen zijn aan te merken als een wederrechtelijke, stelselmatige, opzettelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangevers. Voor de beoordeling van het begrip 'stelselmatig' zijn van belang de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.
De politierechter stelt op grond van de verklaringen van aangeefsters en de overige bewijsmiddelen vast dat verdachte in een periode van ongeveer acht maanden aan de slachtoffers meerdere e-mail berichten heeft gestuurd, meerdere e-mail berichten over het slachtoffer [benadeelde partij 1] naar bepaalde instanties heeft gestuurd teneinde haar handelen in het daglicht te zetten, hen heeft gefotografeerd en gefilmd, zich hinderlijk heeft opgehouden in de directe nabijheid van de slachtoffers en meermalen met zijn auto achter de slachtoffers is aangereden. Naar het oordeel van de politierechter heeft verdachte – getoetst aan objectieve maatstaven – daarmee stelselmatig opzettelijk inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]. Deze stelselmatige inbreuk is bovendien wederrechtelijk geweest. De enkele omstandigheid immers dat aangeefsters naar de stellige opvatting van verdachte op illegale wijze handelden maakt niet dat verdachte gerechtigd was tot de tenlastegelegde gedragingen waardoor stelselmatig opzettelijk inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefsters. Het feit dat [benadeelde partij 1] een publiek persoon zou zijn – wat daar verder overigens van zij – betekent niet dat zij zich daardoor het tenlastegelegde handelen van verdachte (in al zijn omvang) had moeten laten welgevallen c.q. had te dulden.
De politierechter is ten slotte van oordeel dat verdachte wel degelijk een oogmerk heeft gehad bij zijn gedragingen, namelijk om [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] te dwingen iets niet te doen. Verdachte wilde immers met zijn bewezen verklaarde handelen bewerkstelligen dat [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] zouden stoppen met het vangen van zwerfkatten.
Al hetgeen in dit verband zijdens verdachte voor het overige is aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. De politierechter verwerpt het verweer dan ook in al zijn onderdelen.
Gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring.
De verklaring van verdachte, voor zover hiervoor onder A is weergegeven.
De inhoud van het procesdossier, voor zover hiervoor onder 1 is weergegeven. De stukken van de rechter-commissaris voor zover hiervoor onder 8 is weergegeven.
De bewezenverklaring.
De politierechter acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte
1. in de periode van 1 april 2011 tot en met 28 december 2011 te Eindhoven, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 1], met het oogmerk die [benadeelde partij 1] te dwingen iets niet te doen immers heeft verdachte:
- 24 e-mailberichten gestuurd naar die [benadeelde partij 1], onder meer met de tekst( en): "Je hebt een ziekelijke behoefte aan aandacht. Wat is er toch mis gegaan in je jeugd?( ... ) I know where you go to my lovely. When you are alone in your bed. I know the thoughts that surround you, cause I can look inside your head." en "Dit is nog maar het begin. Hopelijk dringt het tot je door dat je de verkeerde hebt opgezocht om die te belemmeren om op te komen voor dieren. Je liegt er verder maar lekker op los. Zoek hulp" en "Ze wil aandacht die ze mogelijk in haar jeugd gemist heeft. " ... Overigens imponeer je hooguit [benadeelde partij 2] en [persoon 2] met je grote mond, mij niet. Je overschreeuwt je eigen onzekerheid, twijfel en angst. .. " en "Je bent een van de wreedste mensen die ik ken ... " en "De ellendeling [benadeelde partij 1], de professor, kun je hierop terugvinden", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en
- meerdere malen die [benadeelde partij 1] gefotografeerd en gefilmd en
- meerdere malen e-mailberichten gestuurd naar instanties/instellingen/organisaties (te weten onder andere de Dierenbescherming en/of de redactie van Spits en/of dierenopvangcentrum (doc) Eindhoven inhoudende (onder meer) de tekst(en): "Helaas ben ik door haar optreden tot de conclusie gekomen dat deze [benadeelde partij 1] [benadeelde partij 1] van liegen en bedriegen aan elkaar hangt. Dit alles om een soort heldin uit te hangen. Het grote vermoeden bestaat dat zij een pathologische behoefte heeft aan aandacht.
... Ze misbruikt dieren voor haar eigen ego." en ( ... ) "Haar heb ik leren kennen als een notoire leugenaar die uitsluitend bezig is om zichzelf te profileren als held ..... [benadeelde partij 1] komt mij voor als een ziekelijke persoonlijkheid die alleen belust is op aandacht..." en "Wij hebben haar leren kennen als een patserig op aandacht belust persoon, zonder enige blijvende inzet voor de katjes", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en
- meerdere malen zich hinderlijk opgehouden in de (directe) nabijheid van die [benadeelde partij 1] en
- meerdere malen achter die [benadeelde partij 1] aangereden in zijn, verdachtes, auto en
- zich in de (directe) nabijheid van de woning van die [benadeelde partij 1] opgehouden.
2. in de periode van 1 april 2011 tot en met 28 december 2011 te Eindhoven, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde partij 2], met het oogmerk die [benadeelde partij 2] te dwingen iets niet te doen, immers heeft verdachte,
- 15 e-mailberichten gestuurd naar die [benadeelde partij 2], onder meer met de tekst(en): "Wanneer dringt eindelijk tot je door dat er hele goede redenen moeten zijn om in gezonde in vrijheid levende katten te snijden" en "Laat je niet misbruiken. Wordt wakker of laat je verder ophitsen tot nog ernstigere misdadige/criminele activiteiten. Diefstal, inbreuk op mijn privacy en ontvreemding van mijn eigendommen heb je al op je geweten. Waar ligt je grens en kijk hoe ver je je verder laat manipuleren. Blijf een integer mens" en "Je probeert wanhopig hun respect te verdienen door heel fel naar mij uit te
vallen. Waarom ben je zo wanhopig om hun waardering te verdienen?", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en
- meerdere malen die [benadeelde partij 2] gefotografeerd en gefilmd en
- meerdere malen zich hinderlijk opgehouden in de (directe) nabijheid van die [benadeelde partij 2] en
- meerdere malen achter die [benadeelde partij 2] aangereden in zijn, verdachtes, auto.
Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de politierechter niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.
De kwalificatie.
Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
De strafbaarheid.
Door de raadsman van verdachte is ter terechtzitting -op de gronden als vermeld in de pleitnota- aangevoerd dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat
de verdachte niet strafbaar is, aangezien de materiële wederrechtelijkheid aan zijn handelen ontbrak en hij gehandeld heeft op grond van overmacht in de zin van noodtoestand.
De politierechter overweegt hieromtrent het volgende.
Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan sprake zijn van het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid. Daarvan zou onder meer sprake kunnen zijn indien het handelen van de verdachte een nagestreefd doel dient dat van een zodanig hogere orde is dan het doel dat de overtreden norm beoogt te beschermen, dat die laatste daarvoor moet wijken zodat het gedrag gerechtvaardigd is. Enkel wanneer een redelijk middel is gehanteerd tot het dienen van een redelijk doel, waarbij het doel een evident voordeel voor de rechtsorde betekent en waarbij het middel onmisbaar en niet vervangbaar is door een ander middel, zou een dergelijk beroep kunnen slagen.
Aan de ten laste gelegde en bewezenverklaarde delicten – telkens belaging – komt echter de strafbaarheid niet te ontbreken door de omstandigheid dat de delicten zijn begaan met de bedoeling om daarmee eigenmachtig een streven als dat van verdachte – te weten het naar zijn oordeel illegaal en strafbaar handelen van [benadeelde partij 1] tot een einde brengen – kracht bij te zetten. Het is niet aanvaardbaar dat, hoe honorabel een nagestreefd doel ook kan zijn, de strafwet ten aanzien van de methode om dat doel te verwezenlijken zou moeten wijken voor het beweerdelijk betere inzicht van de verdachte over de aanpak van het zwerfkatten-probleem en zijn opvattingen over de rechtmatigheid van het handelen van aangeefsters. Verdachte heeft teneinde het door hem nagestreefde doel te verwezenlijken volstrekt het verkeerde middel gekozen. Bovendien is niet aannemelijk geworden dat voor verdachte geen andere middelen meer openstonden dan het bewezenverklaarde handelen. Zo had de verdachte onder meer de mogelijkheid kunnen benutten om bij de gemeente Eindhoven een verzoek tot handhaving in te dienen wegens het naar zijn opvatting in strijd met of zonder vereiste vergunning vangen van zwerfkatten door aangeefsters. Indien de gemeente vervolgens had geweigerd om handhavend op te treden, had verdachte die weigering via een bestuursrechtelijke rechtsgang kunnen aanvechten. Het verweer wordt dan ook verworpen.
De politierechter overweegt met betrekking tot het beroep op noodtoestand dat voor een geslaagd beroep daarop vereist is dat er sprake is van een gedraging die voortvloeit uit een acute concrete nood om een einde te maken aan een conflict tussen rechtens te beschermen belangen waarbij hij de zwaarstwegende laat prevaleren. Het moet gaan om een gedraging die voortvloeit uit een – objectief bezien – actuele concrete nood (het belangenconflict) en die geëigend is om aan dat conflict een einde te maken. Het handelen van verdachte dient daarbij te voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Slechts een strafbare gedraging die aan het vorenstaande voldoet, kan worden verontschuldigd op grond van overmacht.
De politierechter is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting noch het strafdossier het bestaan van een acute concrete noodzaak voor de verdachte om te handelen zoals hij heeft gedaan aannemelijk is geworden. Het handelen van de verdachte voldoet bovendien volstrekt niet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Tot het bereiken van het door verdachte beoogde doel stonden – zoals hiervoor reeds opgemerkt – immers andere mogelijkheden open weshalve het begaan van de bewezen verklaarde misdrijven niet gerechtvaardigd kan worden geacht. Het verweer faalt dan ook.
Er zijn ook voor het overige geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.
Toepasselijke wetsartikelen.
De beslissing is gegrond op de artikelen:
14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 36f, 57 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.
De overwegingen die tot de beslissing hebben geleid
De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
De politierechter heeft ten nadele van de verdachte rekening gehouden met het feit dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan belaging van twee personen gedurende een periode van zeven à acht maanden door deze personen meerdere e-mail berichten te sturen, door e-mail berichten over [benadeelde partij 1] naar bepaalde instanties te sturen teneinde haar handelen in een kwaad daglicht te zetten, hen te fotograferen en te filmen, zich hinderlijk op te houden in de directe nabijheid van deze personen, meermalen met de auto achter deze personen aan te rijden en [benadeelde partij 1] te volgen naar haar woning en zich aldaar op te houden.
Daarmee heeft verdachte op een zeer kwalijke wijze en gedurende een lange periode een welbewuste en ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van deze twee personen die daar in het kader van vrijwilligerswerk slechts hun werkzaamheden probeerden te verrichten. Het geheel van gedragingen van verdachte is zeer intimiderend geweest en heeft voor de slachtoffers een onvoorspelbaar karakter gehad. Zij hebben het handelen van verdachte dan ook begrijpelijkerwijs als bedreigend en beangstigend ervaren. Meer in algemene zin is belaging een delict dat rechtstreeks raakt aan de privacy en het welbevinden van de belaagde en zal daardoor een forse psychische belasting opleveren. Zij kunnen daarvan lange tijd last blijven ondervinden, dus ook nadat de belaging is beëindigd. Dat daarvan ook in deze sprake is, is door beide slachtoffers in hun slachtofferverklaringen treffend verwoord.
Verdachte heeft zich van dit alles geen enkele rekenschap gegeven. Sterker nog, de verklaring van verdachte bij de politie en ter terechtzitting, alsmede zijn houding ten aanzien van het bewezenverklaarde, geeft er onmiskenbaar blijk van dat verdachte het kwalijke van zijn handelen niet in ziet. Verdachte heeft de belangen van de beide slachtoffers, die de belangen van de zwerfkatten ook probeerden te behartigen, volstrekt ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen belangen en naar wat verdachte meent te weten over wat de beste aanpak is voor het zwerfkattenprobleem. Verdachte heeft de grens van het acceptabele langdurig en ruim overschreden.
De politierechter neemt ten voordele van verdachte aan dat verdachte zeer betrokken is bij het welzijn van de zwerfkatten in Eindhoven en de politierechter neemt ook zonder meer aan dat verdachte handelde met het oog op de behartiging van de belangen van die katten. Op zichzelf is dat een nastrevenswaardig doel. Hoewel de wijze waarop verdachte die belangen heeft geprobeerd te behartigen volstrekt geen navolging verdient, houdt de politierechter rekening met deze drijfveer alsmede met het feit dat hij er van overtuigd is dat verdachte beide slachtoffers uiteindelijk in lichamelijke zin niet iets ernstig zal aandoen.
De politierechter houdt verder ten voordele van verdachte rekening met de omstandigheid dat de verdachte, blijkens een hem betreffende uittreksel justitiële documentatie d.d. 21 november 2013, niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld en de omstandigheid dat sedert het plegen van de feiten inmiddels geruime tijd is verstreken;
De politierechter zal een zwaardere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, omdat de politierechter van oordeel is dat de gevorderde straf de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking brengt.
Alles afwegende zal de politierechter een gevangenisstraf opleggen waarvan de duur van het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, alsmede een taakstraf van na te melden duur.
Daarnaast is een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur op zijn plaats. Met de oplegging van deze voorwaardelijke gevangenisstraf wil de politierechter enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking brengen en anderzijds met name de strafoplegging dienstbaar maken aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
De politierechter is tevens van oordeel dat aan het voorwaardelijk deel van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf de bijzondere voorwaarden van een contact- en locatieverbod ten aanzien van het slachtoffers [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] wordt verbonden.
De politierechter wijst de vordering van de officier van justitie tot het dadelijk uitvoerbaar verklaren van de bijzondere voorwaarde af. Een op artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht gegrond bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van een op te leggen bijzondere voorwaarde kan slechts worden gegeven indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat wederom een misdrijf zal worden begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Bij belaging is geen sprake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen.
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1].
De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft een vordering ingediend, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 3000,00, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De politierechter is van oordeel dat de benadeelde partij [benadeelde partij 1] als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Gelet op de aard en de impact van het bewezen verklaarde, waarvoor verdachte wordt veroordeeld, acht de politierechter het redelijk en billijk om deze immateriële schade op basis van de thans voorhanden zijnde gegevens te begroten op € 1500,00. De politierechter zal dit bedrag dan ook toewijzen en verhogen met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2012.
Om de gegrondheid van de overige gevorderde immateriële schade te kunnen vaststellen is naar het oordeel van de politierechter zodanig nader onderzoek noodzakelijk dat dit een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. In zoverre kan de benadeelde partij in haar vordering thans niet worden ontvangen en haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De politierechter ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.
De politierechter zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de politierechter bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2].
De benadeelde partij [benadeelde partij 2] heeft een vordering ingediend, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 2000,00, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.
De politierechter is van oordeel dat de benadeelde partij [benadeelde partij 2] als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Gelet op de aard en de impact van het bewezen verklaarde, waarvoor verdachte wordt veroordeeld, acht de politierechter het redelijk en billijk om deze immateriële schade op basis van de thans voorhanden zijnde gegevens te begroten op
€ 1000,00. De politierechter zal dit bedrag dan ook toewijzen en verhogen met de wettelijke rente vanaf 24 augustus 2012.
Om de gegrondheid van de overige gevorderde immateriële schade te kunnen vaststellen is naar het oordeel van de politierechter zodanig nader onderzoek noodzakelijk dat dit een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. In zoverre kan de benadeelde partij in haar vordering thans niet worden ontvangen en haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De politierechter ziet aanleiding te dezer zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.
De politierechter zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de politierechter bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.
DE UITSPRAAK
Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
1 Belaging.
2 Belaging.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel.
Een gevangenisstraf voor de duur van 182 dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, groot 180 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde:
- dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen of zoeken met [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2];
- dat verdachte zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden in de straat waar[benadeelde partij 1] woonachtig is, zijnde[adres bp1 2]
- dat verdachte zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden in de straat waar[benadeelde partij 2] woonachtig is, zijnde [adres bp2].
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Een taakstraf voor de duur van 100 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 dagen hechtenis.
Ten aanzien van feit 1 voorts:
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1], een bedrag te betalen van € 1500,00 (zegge: éénduizend vijfhonderd euro) bestaande uit immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.
Ten aanzien van feit 2 voorts:
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 2], een bedrag te betalen van € 1000,00 (zegge: éénduizend euro) bestaande uit immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 24 augustus 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]:
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1500,00 (zegge: éénduizend vijfhonderd euro), bestaande uit immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf
8 oktober 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.
Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.
De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]:
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1000,00 (zegge: éénduizend euro), bestaande uit immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf
24 augustus 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.
Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.
De politierechter deelt de verdachte mede, dat hij binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen tegen dit vonnis en maakt hem opmerkzaam op het recht ter terechtzitting van dat rechtsmiddel afstand te doen.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de politierechter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.