Strafrecht overig

Toekenning van de kosten van rechtsbijstand: -de door de raadsman verstrekte urenspecificatie komt de…

Zaakgegevens

Op 18 februari 2025 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18 februari 2025
Datum publicatie
24 juni 2026
Zaaknummer
24-0818352
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:8964
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Toekenning van de kosten van rechtsbijstand:

-de door de raadsman verstrekte urenspecificatie komt de rechtbank niet onredelijk voor dus deze komt voor toekenning in aanmerking;

-ten aanzien van de kilometervergoeding is de rechtbank van oordeel dat in deze specifieke zaak, in dit geval, deze voor vergoeding in aanmerking komen.

De gevraagde vergoeding is in dit specifieke geval concreet gemaakt en deugdelijk onderbouwd, waarbij de rechter opmerkt dat vergoeding van de kilometervergoeding

voor de raadsman anders is dan voor de gewezen verdachte in een dergelijk verzoek.

De rechter is dan ook van oordeel dat deze kosten in zijn geheel, zijnde € 4.626,31, voor vergoeding in aanmerking komen.

Daarnaast komen de kosten voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift in aanmerking voor vergoeding, derhalve in totaal 680 euro.

Verzoeker heeft nog openstaande boetes staan en deze worden verrekend met de toegekende vergoeding

Uitspraak

Inhoudsopgave

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

parketnummer : 01-216136-24

raadkamernummer : 24-018352

datum : 18 februari 2025

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren op [2001] te [geboorteplaats] ,

woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R.I. Takens, advocaat te Amsterdam ( [adres] ),

hierna te noemen: verzoeker.

Feiten

De officier van justitie heeft beslist verzoeker niet verder te vervolgen wegens onvoldoende bewijs en heeft dat bij brief van 4 juli 2024 aan verzoeker meegedeeld. Deze beslissing is onherroepelijk geworden. De door de officier van justitie aan de niet (verdere) vervolging verbonden voorwaarden zijn vervuld.

Procedure

Het verzoekschrift is op 10 juli 2024 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt inhoudende matiging van de kosten van rechtsbijstand en de reiskosten.

De rechtbank heeft op 18 februari 2025 het verzoekschrift in openbare raadkamer behandeld.

De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat, mr. T.P.A.M. Wouters, waarnemend voor mr. R.I. Takens, en de officier van justitie op zitting gehoord.

Verzoeker is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

Verzoek

Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van in totaal € 5.306,31 wegens:

-de kosten van een rechtsbijstand in de strafzaak met het hiervoor genoemde parketnummer; door de verzoeker is een factuur van mr. R.I. Takens overgelegd tot een bedrag van

€ 4.626,31: bestaande uit: € 3.360,00 honorarium (9,60 uur x € 350,00), 6% kantooropslag

(€ 201,60), reiskosten (340 km x €0,77 = €261,80) en 21% BTW over het totaal van

€ 3.823,40 = €802,91;

-de kosten van een raadsman voor het opstellen, indienen en in raadkamer toelichten van dit verzoek tot een bedrag van € 340 of € 680.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie verzet zich voor een deel tegen het toekennen van de gevraagde vergoeding. Zij verzet zich tegen de gevorderde reiskosten en verzoekt deze te matigen. Zij verzet zich niet langer tegen het gevorderde uurtarief

Beoordeling

De rechtbank is bevoegd en het verzoek is tijdig ingediend.

De rechter stelt vast dat met bovengenoemd sepot de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Derhalve is voldaan aan de voorwaarden voor het kunnen toekennen van een vergoeding.

De toekenning van een schadevergoeding heeft steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. De rechter oordeelt dat deze gronden aanwezig zijn. Het komt bij een billijkheidsoordeel in overwegende mate neer op een waardering van de omstandigheden van het specifieke geval. De rechter heeft bij de beoordeling of er gronden van billijkheid aanwezig zijn gekeken naar de inhoud van het procesdossier, het verzoekschrift en de mondelinge toelichting daarop van de raadsman in raadkamer.

De kosten van rechtsbijstand die in het verzoekschrift worden aangegeven komen de rechter, gelet op de aard en de omvang van de zaak en de door de raadsman verstrekte urenspecificatie, niet onredelijk voor. De rechter merkt hierbij op dat wat betreft de kilometervergoeding verschillend wordt gedacht, maar dat in deze specifieke zaak, in dit geval, deze voor vergoeding in aanmerking komen. De gevraagde vergoeding is in dit specifieke geval concreet gemaakt en deugdelijk onderbouwd. De rechter merkt daarbij op dat vergoeding van de kilometervergoeding voor de raadsman anders is dan voor de gewezen verdachte in een dergelijk verzoek. De rechter is dan ook van oordeel dat deze kosten in zijn geheel, zijnde € 4.626,31, voor vergoeding in aanmerking komen.

Het toegekende bedrag van schadevergoeding dient op grond van artikel 534, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering te worden verrekend met geldboeten en andere aan de staat verschuldigde geldsommen, tot betaling waarvan de verzoeker bij onherroepelijk geworden vonnis of arrest in een strafzaak is veroordeeld of tot betaling waartoe de verzoeker op grond van een jegens hem uitgevaardigde, onherroepelijk geworden strafbeschikking verplicht is, een en ander voor zover die nog niet door hem zijn voldaan.

De rechter constateert dat op 6 februari 2025 sprake was van openstaande boetes van verzoeker bij het CJIB en de rechter acht de voormelde geldsom overeenkomstig artikel 534, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering vatbaar voor verrekening. De rechter zal dan ook het toegekende bedrag verrekenen met de door verzoeker aan de Staat (CJIB) verschuldigde bedrag. Daarnaast staan op het overzicht ook boetes op grond van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften en deze dienen niet te worden verrekend.

Daarnaast zal de rechter een forfaitaire vergoeding voor de kosten van het opstellen en indienen van het onderhavige verzoekschrift, zijnde een bedrag € 680,00, toekennen.

Beslissing

De rechtbank:

  • kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 5.306,31.

  • beslist tot verrekening van het toegekende bedrag op de wijze als hierna te melden;

Deze beslissing is gegeven door

mr. S.J.H. van de Kant, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.H.C. Persoons, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2025.