Verbintenissenrecht
Mondeling tussenvonnis waarin eiser wordt toegelaten tot bewijslevering.
Rechtbank Overijssel, 31 januari 2022
ECLI:NL:RBOVE:2022:289 · Rechtbank Overijssel · 31 januari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/verbintenissenrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbove-2022-289
Zaakgegevens
Op 31 januari 2022 heeft de Rechtbank Overijssel uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almelo
- Datum uitspraak
- 31 januari 2022
- Datum publicatie
- 3 februari 2022
- Zaaknummer
- C/08/271072 / HA ZA 21-380
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.G.G. Winnemuller en mr. A.H.M Noordam te ’s-Gravenhage, mr. A Hoekman te Enschede
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2022:289
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mondeling tussenvonnis waarin eiser wordt toegelaten tot bewijslevering.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : C/08/271072 / HA ZA 21-380
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van 31 januari 2022 in de zaak van:
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen [eiser] ,
advocaat: mr. H.G.G. Winnemuller en mr. A.H.M. Noordam te ’s-Gravenhage,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen [gedaagde] ,
advocaat: mr. A. Hoekman te Enschede
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 januari 2022.
Tegenwoordig:
- mr. R.F. van Aalst, rechter
- mr. G.F.S. Sloet – van der Kolk, griffier
Na uitroeping van de zaak verschenen:
- de heer [eiser] , bijgestaan door mr. H.G.G. Winnemuller en mr. A.H.M. Noordam,
- De heer [gedaagde] , bijgestaan door mr. A. Hoekman,
De rechtbank stelt vast dat beide partijen zijn verschenen.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank ter zitting mondeling tussenvonnis gewezen.
1 De beslissing
De rechtbank, voordat verder zal worden beslist:
Laat [eiser] toe feiten en omstandigheden te bewijzen waaruit de rechtbank de conclusie kan trekken dat de volledige verkoopopbrengst van de woning aan [het adres] aan [eiser] toekomt;
bepaalt dat [eiser] , indien hij het bewijs wil leveren door overlegging van bewijsstukken, daartoe een akte kan nemen op de rolzitting van woensdag 16 februari 2022;
bepaalt dat [eiser] , indien hij het bewijs niet (uitsluitend) door overlegging van bewijsstukken wil leveren maar (tevens) door het horen van getuigen en/of door middel van een ander bewijsmiddel, op de rolzitting van woensdag 16 februari 2022 bedoelde akte aan de rechtbank dient te verzoeken en dat hij daarbij – in het geval van getuigenverhoor – de namen van de te horen getuigen en verhinderdata van deze getuigen en beide partijen voor de zes daarop volgende maanden moet opgeven, waarna dag en uur van getuigenverhoor zullen worden bepaald;
bepaalt dat een eventueel getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. R.F. van Aalst in het gerechtsgebouw in Almelo, aan de Egbert Gorterstraat 5;
bepaalt dat, indien er een getuigenverhoor zal plaatsvinden, [eiser] alle beschikbare bewijsstukken uiterlijk twee weken daarvoor aan de rechtbank en de wederpartij moet toesturen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
2 De gronden van de beslissing
Partijen hebben tot 2006 gezamenlijk twee tandartspraktijken uitgeoefend in twee panden te [plaats] en [plaats] . Daarna heeft [eiser] zijn tandartspraktijk uitsluitend in het pand in [plaats] uitgeoefend. Het pand was tot verkoop in 2021 gezamenlijk eigendom van partijen. De verkoopopbrengst is bij de notaris in depot gestort. [eiser] stelt zich op het standpunt dat de volledige verkoopopbrengst aan hem toekomt, omdat partijen dat in 2006 hebben afgesproken. [gedaagde] betwist dit. Omdat [eiser] zich beroept op de rechtsgevolgen van zijn stelling dat genoemde afspraak is gemaakt, en die afspraak de grondslag van de vordering is, laat de rechtbank [eiser] toe bewijs te leveren als hier voor genoemd. [.]
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. R.F. van Aalst, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2022.