Bestuursprocesrecht

Afwijzing aanvraag cultuursubsidie. Deskundigenadvies. Hoor en wederhoor. Beroep gegrond omdat het gevolgde…

Rechtbank Rotterdam, 14 maart 2023

Zaakgegevens

Op 14 maart 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
14 maart 2023
Datum publicatie
10 maart 2023
Zaaknummer
21/5383
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:2026
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing aanvraag cultuursubsidie. Deskundigenadvies. Hoor en wederhoor. Beroep gegrond omdat het gevolgde cultuurplanadvies onvoldoende inzicht geeft in de gedachtegang. In deze procedure geen mogelijkheid voor rectificatie van advies.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 21/5383


uitspraak van de meervoudige kamer van 14 maart 2023 in de zaak tussen


[naam eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres

(gemachtigden: mr. M.F.M. Abdul en mr. D.R. Ninck Blok),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (het college)

(gemachtigden: mr. Z.L. Zandee en mr. I.M. van der Heijden).

Inleiding

1.1.

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar subsidieaanvraag.

1.2.

Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 31 december 2020 afgewezen. Met het bestreden besluit van 7 september 2021 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

1.3.

Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep op 6 december 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van eiseres, vergezeld van [naam 1] (directeur), [naam 2] en [naam 3] en de gemachtigden van het college, vergezeld van [naam 4].

Achtergrondinformatie en totstandkoming van het besluit

2.1.

Het cultuurbeleid en daarmee samenhangende subsidies van het college is vormgegeven in een cyclus van vier jaar. In de Uitgangspuntennota ‘Stad in transitie, cultuur in verandering’ van mei 2019 (Uitgangspuntennota) zijn de uitgangspunten voor het cultuurbeleid voor de periode 2021-2024 vastgelegd. Aan de hand hiervan konden culturele instellingen een aanvraag doen om in het cultuurplan 2021-2024 te worden opgenomen. Opname in het cultuurplan geeft de garantie van een jaarlijkse subsidie voor een periode van vier jaar. Het college heeft de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) op 1 oktober 2019 gevraagd te adviseren over de in het kader van het cultuurplan aangevraagde subsidies. De RRKC beoordeelt de aanvraag langs de lijn van de Uitgangspuntennota en op de punten zoals door het college in de aanvraag verzocht. Binnen de RRKC vinden drie procedurestappen plaats. De eerste stap is de beoordeling door de disciplinecommissie. De tweede stap is de beoordeling door de commissie integraal en de derde en laatste stap is de vaststelling van het cultuurplanadvies door de RRKC. De RRKC beoordeelt de subsidieaanvragen integraal en in samenhang en brengt daarbij ook een verdeeladvies uit. Het college zendt het cultuurplanadvies met het verdelingsvoorstel naar de gemeenteraad. De gemeenteraad bespreekt het cultuurplanadvies en stelt het verdelingsvoorstel vast. Daarna besluit het college over de individuele aanvragen.

2.2.

Eiseres is opgericht in 1994 en heeft als statutair doel ‘het organiseren, produceren en initiëren van jazzconcerten in Rotterdam, zomede al hetgeen met het vorenstaande in de ruimste zin verband houdt’. Vanaf 2006 is eiseres in het cultuurplan van Rotterdam opgenomen en ontvangt zij (meerjarig) subsidie van het college. Eiseres is in het cultuurplan 2017-2020 opgenomen met een jaarlijkse subsidie van € 210.000,-. In januari 2020 heeft eiseres voor de periode 2021-2024 een subsidie aangevraagd van € 205.000,- per jaar. Bij de aanvraag heeft eiseres een beleidsplan gevoegd voor de periode 2021-2024. Daarin is tot uitdrukking gebracht dat de koers van eiseres wordt verlegd naar talentontwikkeling. Dit was reeds door eiseres in het monitorgesprek met de RRKC in 2019 aangekondigd. De RRKC heeft op 17 juni 2020 een negatief advies over de aanvraag van eiseres uitgebracht. Het verdelingsvoorstel is op 26 november 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Het college heeft de subsidieaanvraag van eiseres onder verwijzing naar het advies van de RRKC op 31 december 2020 afgewezen.

2.3.

Het algemene deel van het cultuurplanadvies van de RRKC houdt voor eiseres samengevat in dat zij niet overtuigd is van het plan van eiseres om voor 2021-2024 een nieuwe weg in te slaan als project- en talentontwikkelingsorganisatie. De RRKC acht de keuze van eiseres goed verklaarbaar voor een festivalorganisatie met roots in de muziekeducatie en muziekprojecten, maar ziet onvoldoende meerwaarde in dit plan, omdat de reguliere jazzprogrammering in de stad de laatste jaren sterk is opgekomen en er nu ook op andere plekken aandacht is voor projecten en talentontwikkeling.

In het op eiseres betrekking hebbende onderdeel van het advies verwoordt de RRKC het samengevat aldus:

“De RRKC adviseert negatief over de aanvraag van Jazz International Rotterdam, omdat de Raad grote vraagtekens heeft bij de gekozen richting en niet overtuigd is van de meerwaarde van de voorgestelde activiteiten voor de sector en de stad. Het is onduidelijk wat Jazz International Rotterdam precies toevoegt ten opzichte van opleidingen en podia als het gaat om talent- en projectontwikkeling. Ook is niet helder waarom en op basis van welke expertise dit internationale festival de partij bij uitstek zou zijn om in Rotterdam talentontwikkeling op zo'n grote schaal uit te voeren. In de aanvraag vormen de verschillende onderdelen naar het oordeel van de Raad geen samenhangend geheel.”

2.4.

De Algemene Bezwaarschriftencommissie heeft op 3 mei 2021 geadviseerd het bezwaar gegrond te verklaren wegens procedurele gebreken bestaande uit een schending van de plicht tot hoor en wederhoor en de keuze voor de verkeerde disciplinecommissie van de RRKC. Bij het bestreden besluit heeft het college, in afwijking van het advies van de Algemene Bezwaarschriftencommissie, het bezwaar ongegrond verklaard. Het college stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat er een zorgvuldige en afgewogen adviserings- en besluitvormingsprocedure is gevolgd, met meerdere hoor- en wederhoormomenten. Volgens het college maakt het advies van de RRKC voldoende inzichtelijk waarop het oordeel van de deskundigencommissie berust en heeft de RRKC de eerste beoordeling door de disciplinecommissie muziek kunnen laten verrichten.

Beoordeling door de rechtbank

3.1.

De rechtbank beoordeelt of het college gelet op de geldende regels en het advies van de RRKC de subsidieaanvraag in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

3.2.

De rechtbank is van oordeel dat aan het beginsel van hoor en wederhoor niet tekort is gedaan, maar dat het college de afwijzing niet voldoende heeft gemotiveerd en daarbij niet zonder meer mocht afgaan op het advies van de RRKC. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.


Toepasselijke wet- en regelgeving

4.1.

Op grond van artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geldt dat als een besluit berust op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een adviseur is verricht, het bestuursorgaan zich ervan dient te vergewissen dat dit onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden.

Op grond van artikel 4:7, eerste lid, van de Awb geldt dat voordat een bestuursorgaan een aanvraag tot het geven van een beschikking geheel of gedeeltelijk afwijst, het de aanvrager in de gelegenheid stelt zijn zienswijze naar voren te brengen indien:

a.de afwijzing zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de aanvrager betreffen, en b. die gegevens afwijken van gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft verstrekt.

4.2.

Op grond van artikel van artikel 8, aanhef en onder c, van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 kan het college, naast de in de Awb genoemde gevallen, een aanvraag voor subsidie in ieder geval geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de te verlenen subsidie niet of in onvoldoende mate zal worden besteed (of bijdragen) aan het beleidsdoel of doel waarvoor de subsidie is bedoeld

Heeft het college voldaan aan het beginsel van hoor en wederhoor?

5.1.

Eiseres voert aan dat zij gedurende het proces, en met name in de fase van de advisering, onvoldoende is gehoord. Gelet op het grote belang dat het college aan het advies van de RRKC toekent, had aan eiseres op zijn minst voorafgaand aan het uitbrengen van het negatieve advies de gelegenheid moeten worden geboden om haar standpunt naar voren te brengen.

5.2.

Het college stelt zich op het standpunt dat het beginsel van hoor en wederhoor niet is geschonden. Eiseres heeft volgens het college vier gelegenheden gehad om inbreng te leveren en te reageren, waarvan bij drie gelegenheden onjuistheden in het advies onder de aandacht konden worden gebracht. Daarmee heeft eiseres volgens het college meer dan gebruikelijk de ruimte gekregen voor inspraak.

5.3.

De rechtbank gaat uit van de volgende door partijen niet betwiste feiten. Eiseres heeft de subsidieaanvraag mondeling toegelicht bij de disciplinecommissie muziek. Het conceptadvies van de RRKC is met het oog op de controle van feitelijke onjuistheden aan eiseres toegezonden en eiseres heeft hierop gereageerd. Na het uitbrengen van het cultuurplanadvies op 24 juni 2020 heeft eiseres bij verschillende gelegenheden haar zienswijze naar voren gebracht. Eiseres heeft de verantwoordelijk wethouder naar aanleiding van het advies een brief gestuurd waarin de zienswijze over en de bezwaren tegen het advies zijn vermeld. Naar aanleiding van dit advies heeft eiseres op 3 juli 2020 een gesprek gehad met de wethouder en enkele ambtenaren. De raadscommissie Zorg, Onderwijs, Cultuur en Sport heeft naar aanleiding van het door het college aangeboden verdelingsvoorstel op 6 oktober 2020 hoorzittingen gehouden. Eiseres heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om haar standpunt over het advies van de RRKC en het verdelingsvoorstel daar kenbaar te maken. Gelet hierop kan niet worden gezegd dat eiseres niet in de gelegenheid is geweest naar aanleiding van het negatieve advies van de RRKC haar standpunt voorafgaand aan de besluitvorming door het college duidelijk te maken.

Het beginsel van hoor en wederhoor brengt mee dat eiseres voorafgaand aan het nemen van het (afwijzende) besluit haar zienswijze moet kunnen geven. Daaraan heeft het college voldaan. Geen rechtsregel verplicht ertoe dat een adviseur zoals de RRKC hoor en wederhoor pleegt alvorens een advies uit te brengen.

Mocht het college zich baseren op het advies van de RRKC?

6.1.

Eiseres voert aan dat het college het advies van de RRKC niet aan het bestreden besluit ten grondslag had mogen leggen. Daartoe stelt eiseres dat de aanvraag ten onrechte alleen door de disciplinecommissie muziek is beoordeeld, terwijl de aanvraag (ook) had moeten worden beoordeeld door de disciplinecommissie talentontwikkeling. Verder stelt eiseres dat het advies van de RRKC onvoldoende is gemotiveerd en op diverse punten onjuistheden bevat. Het college heeft volgens eiseres in strijd gehandeld met het zorgvuldigheidsbeginsel, door ondanks gefundeerde kritiek, het advies van de RRKC zonder aanvullend onderzoek aan het bestreden besluiten ten grondslag te leggen.

6.2.

Het college stelt zich op het standpunt dat in de disciplinecommissie muziek voldoende expertise aanwezig was om de aanvraag van eiseres op het punt van talentontwikkeling te kunnen beoordelen. In deze commissie hebben drie van de zeven leden talentontwikkeling in hun portefeuille. Een inhoudelijke beoordeling van het aspect talentontwikkeling was niet aan de orde, omdat de kwaliteit van de aanvraag zonder meer onvoldoende was. Gelet daarop werd co-advisering door de commissie talentontwikkeling niet noodzakelijk geacht. Het college stelt dat, wat er ook zij van bepaalde duidingen in het advies van de RRKC, deze niet zien op de dragende overwegingen van het advies.

6.3.

De rechtbank stelt voorop dat als een bestuursorgaan zich bij zijn besluitvorming laat adviseren door een deskundige, als algemeen uitgangspunt geldt dat het bestuursorgaan op het advies van de deskundige mag afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Awb voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt het orgaan de adviseur een reactie op wat de betrokkene over het advies heeft aangevoerd. Bij adviezen op het gebied van (kunst)subsidies gaat het erom gaat dat aan de subsidieaanvrager in voldoende mate inzicht wordt verschaft in de gedachtegang die aan het gevolgde advies ten grondslag ligt.

6.4.

De rechtbank is van oordeel dat het enkele feit dat de eerste beoordeling van de aanvraag van eiseres door de instellingscommissie muziek (jazz/pop/urban) heeft plaatsgevonden, nog niet maakt dat het advies van de RRKC onzorgvuldig tot stand is gekomen. Het college heeft ervoor gekozen zich te laten adviseren door de RRKC. De RRKC bepaalt de eigen werkwijze en toedeling van aanvragen aan disciplinecommissies. Het college kan dat niet voorschrijven. Zoals door het college toegelicht zijn eerdere aanvragen van eiseres door de disciplinecommissie muziek beoordeeld en hebben drie van de zeven leden van deze commissie talentontwikkeling in hun portefeuille. Daarbij heeft het college erop gewezen dat eiseres haar roots heeft in de muziekindustrie en muziekprojecten en zich nog steeds bezig houdt met jazzprogrammering en concertorganisatie. Gelet hierop vindt het college de onderbrenging bij de disciplinecommissie muziek niet onlogisch. De rechtbank is van oordeel dat het college zich in redelijkheid op dit standpunt heeft kunnen stellen en dit toereikend heeft gemotiveerd. Er is in zoverre geen sprake van een gebrek. Dat verdedigbaar is (ook) de commissie talentontwikkeling de aanvraag te laten beoordelen, maakt op zichzelf niet dat het advies van de RRKC onzorgvuldig tot stand is gekomen en het college zich er niet op mocht beroepen.

6.5.

Eiseres heeft in bezwaar concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming en de inhoud van het advies naar voren gebracht. Dat noodzaakte het college nader te motiveren waarom toch van het advies gebruik kan worden gemaakt. Het college heeft dit in het bestreden besluit ten aanzien van de inhoud van het advies van de RRKC naar het oordeel van de rechtbank ontoereikend gedaan. De rechtbank is van oordeel dat het advies van de RRKC in onvoldoende mate inzicht verschaft in de gedachtegang. Het advies en daarmee het bestreden besluit is daarom onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank licht dit als volgt toe.

De belangrijkste bevinding van de RRKC en de dragende overweging voor de afwijzing is dat eiseres haar plannen op het gebied van talentontwikkeling onvoldoende heeft uitgewerkt. De RRKC zet grote vraagtekens bij de gekozen richting en is niet overtuigd van de meerwaarde van de door eiseres voorgestelde activiteiten voor de sector en de stad. Het advies van de RRKC relateert dit echter op geen enkele manier aan de door eiseres ingediende aanvraag en het daarbij gevoegde uitvoerige en gedetailleerde meerjarenbeleidsplan. In dat beleidsplan is omschreven hoe eiseres de afgelopen jaren is veranderd van een programmerende organisatie naar een organisatie die de focus legt op de ontwikkeling en begeleiding van talent. Het beleidsplan beschrijft duidelijk welke activiteiten daartoe worden ondernomen, licht toe wat daarvan de meerwaarde is en waarom eiseres daarvoor de aangewezen partij is. Het advies gaat daar echter niet op in en maakt zo niet duidelijk waarom de RRKC vraagtekens heeft bij de koerswijziging en niet overtuigd is van de meerwaarde van de activiteiten van eiseres. Aan de motivering doet verder afbreuk dat, zoals door het college erkend, de RRKC in het advies ten onrechte wijst op het Batavierhuis als structureel initiatief voor talent- en projectontwikkeling. Ook de verwijzing door de RRKC naar Codarts, is in het licht van de onderbouwing door eiseres van het belang van begeleiding en ontwikkeling van talent ná de (muziek)opleiding, niet begrijpelijk.

Tot slot merkt de rechtbank nog op dat het opvallend is dat het college in de periode waarop de onderhavige aanvraag ziet, aan eiseres wel subsidie heeft verstrekt voor (talentontwikkelings)projecten die voortvloeien uit het meerjarenbeleidsplan van eiseres. Dit lijkt in tegenspraak met de vraagtekens die het college in navolging van de RRKC in het bestreden besluit heeft gezet over de richting van de talentontwikkeling, die eiseres heeft gekozen.

6.6.

De rechtbank concludeert dat in het licht van de door eiseres ingediende aanvraag, ondersteund door een meerjarenbeleidsplan en gelet op de in bezwaar naar voren gebrachte en onbeantwoord gebleven gronden, eiseres door het college in onvoldoende mate inzicht is verschaft in de gedachtegang die aan het door het college gevolgde advies ten grondslag ligt. Omdat het advies gelet op het voorgaande onvoldoende deugdelijk gemotiveerd en inzichtelijk is, heeft het college niet van de juistheid van dat advies kunnen uitgaan. Het bestreden besluit dat op dat advies is gebaseerd, dan ook niet in stand blijven.

Moet het college een onderdeel van het advies rectificeren?

7.1.

Eiseres heeft verzocht te bepalen dat het college een openbaar bericht publiceert waarin onjuiste mededelingen in het advies van de RRKC over het salaris van de directeur van eiseres worden gerectificeerd.

7.2.

Het college stelt zich op het standpunt dat de rechtbank hiertoe niet bevoegd is, nu dit verzoek geen betrekking heeft op het bestreden besluit en een uitlating betreft die niet door of namens het college is gedaan.

7.3.

De rechtbank is onbevoegd om de gevraagde rectificatie te gelasten. Op grond van artikel 8:70 van de Awb kan de bestuursrechter een dergelijke (neven)uitspraak niet doen. Eiser kan deze vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter indienen.

De rechtbank merkt nog op dat het college heeft meegedeeld de interpretatie van de RRKC over het salaris van de directeur van eiseres niet te delen en dat het onderdeel van het instellingsadvies van de RRKC in januari 2021 is aangepast.

Conclusie en gevolgen

8.1.

Het beroep is gegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag van subsidie niet in stand kan blijven. Het college moet de subsidieaanvraag van eiseres, al dan niet na inwinnen van aanvullend advies, opnieuw beoordelen met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen.

8.2.

Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat het college aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt. Ook ziet zij daarin aanleiding om het college te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten in beroep. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 837,-), bij een wegingsfactor 1. In totaal wordt een bedrag van € 1674,- toegekend.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres, tot een bedrag van € 1674,-;

- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 360,- aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Dingemanse, voorzitter, en mr. P. Vrolijk en

mr. J. Fransen, leden, in aanwezigheid van G.J. Schoenmakers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2023.

De griffier is verhinderd de

uitspraak te ondertekenen.

Griffier

Voorzitter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 22 november 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AZ2750. Uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1903.