Bestuursprocesrecht

Veelprocedeerder. Griffierecht niet voldaan.

Rechtbank Rotterdam, 19 juni 2020

Zaakgegevens

Op 19 juni 2020 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
19 juni 2020
Datum publicatie
9 juli 2020
Zaaknummer
ROT 20/1857
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2020:5998
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veelprocedeerder. Griffierecht niet voldaan.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 20/1857

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2020 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

[Naam], te [Plaats], eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 24 februari 2020 van verweerder waarbij haar bezwaar tegen het besluit van 6 november 2019 gedeeltelijk gegrond is verklaard.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt door de griffier van de indiener van het beroepschrift een griffierecht geheven.

2. Bij brief van 8 april 2020 heeft de griffier eiseres erop gewezen dat zij een griffierecht van € 48,- verschuldigd is en haar aangemaand dit bedrag binnen vier weken te voldoen. Het vermelde bedrag is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven of ter griffie gestort. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De griffier heeft dit verzoek bij brief van 6 mei 2020 afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van eiseres terecht is afgewezen. Eiseres is bij aangetekende brief van 7 mei 2020 aangemaand het bedrag alsnog binnen vier weken te voldoen. Het vermelde bedrag is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven of ter griffie gestort.

3. Artikel 8:41, zesde lid, van de Awb bepaalt dat, indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is bijgeschreven of gestort, het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest.

4. Naar het oordeel van de rechtbank kan redelijkerwijs worden geoordeeld dat eiseres in verzuim is geweest. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P.J. Schoonen, rechter, in aanwezigheid van K.A. Dos Santos, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 19 juni 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.