Bestuursprocesrecht
Veelprocedeerder. Te laat beroep. Voorts staan geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen open tegen het…
Rechtbank Rotterdam, 21 september 2021
ECLI:NL:RBROT:2021:9019 · Rechtbank Rotterdam · 21 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbrot-2021-9019
Zaakgegevens
Op 21 september 2021 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 21 september 2021
- Datum publicatie
- 17 september 2021
- Zaaknummer
- ROT 20/5683
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2021:9019
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veelprocedeerder. Te laat beroep. Voorts staan geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen open tegen het voornemen een algemeen verbinding voorschrift vast te stellen.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 20/5683
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 september 2021 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen
[Naam], te [Plaats], eiser,
en
de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 2 oktober 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen een voorgenomen wijziging van de Wegenverkeerwet 1994 inzake intrekking van automatisch verstrekte code 95 niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft op 28 oktober 2020 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Gelet op het beroep van eiser op betalingsonmacht heeft de griffier er vooralsnog van afgezien griffierecht in deze zaak te heffen.
Overwegingen
1. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
2. Het door eiser ingestelde beroep heeft ruimschoots plaatsgevonden na de termijn van zes weken om beroep in te stellen (artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Van een verschoonbare termijnoverschrijding (artikel 6:11 van de Awb) is de rechtbank niet gebleken. De stelling van eiser dat hij sinds mei 2020 in quarantaine is gegaan neemt immers niet weg dat reeds voordien sprake was van een overschrijding van de termijn om beroep in te stellen.
3. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk zodat voortzetting van het onderzoek niet nodig is.
4. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat geen bezwaar en beroep openstaat tegen een algemeen verbindend voorschrift (artikel 8:3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb) en derhalve ook niet tegen het voornemen een algemeen verbindend voorschrift vast te stellen. Overigens is de Wegenverkeerswet 1994 op 1 december 2020 gewijzigd (Stb. 2020, 292 en Stb. 2020, 349).
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Bedee, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 21 september 2021.
De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.