Bestuursprocesrecht

Veelprocedeerder. Misbruik van recht dus afwijzing beroep op betalingsonmacht griffierecht.

Rechtbank Rotterdam, 2 februari 2023

Zaakgegevens

Op 2 februari 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
2 februari 2023
Datum publicatie
3 februari 2023
Zaaknummer
22/5593
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:770
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veelprocedeerder. Misbruik van recht dus afwijzing beroep op betalingsonmacht griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 22/5593


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2023 in de zaak tussen

[Naam], uit [Plaats], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op een verzoek op grond van de Wet open overheid.

Eiser heeft met een beroep op betalingsonmacht verzocht om ontheffing van de verplichting tot betaling van griffierecht.

Overwegingen

1. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

2. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser wegens misbruik van recht geen ontheffing van griffierecht wordt verleend, zodat hij in verzuim is het in de zaak verschuldigde griffierecht te voldoen. Ter motivering wijst de rechtbank op een eerdere uitspraak in een procedure tussen partijen (ECLI:NL:RVS:2019:1652).

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van D. Vossenberg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2023.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.