Bestuursprocesrecht

Veelprocedeerder. Misbruik van recht daarom afwijzing BOBOG.

Rechtbank Rotterdam, 31 augustus 2023

Zaakgegevens

Op 31 augustus 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
31 augustus 2023
Datum publicatie
13 september 2023
Zaaknummer
ROT 23/1268
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2023:8397
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veelprocedeerder. Misbruik van recht daarom afwijzing BOBOG.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 23/1268


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 augustus 2023 in de zaak tussen


[Naam], uit [Plaats], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van 21 februari 2023.

1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser wegens misbruik van recht geen ontheffing van griffierecht wordt verleend, zodat hij in verzuim is het in de zaak verschuldigde griffierecht te voldoen. Ter motivering wijst de rechtbank op een eerdere uitspraak in een procedure tussen partijen (ECLI:NL:RVS:2019:1652).

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van
L. van Zuijlekom, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
31 augustus 2023.

De griffier is verhinderd deze
uitspraak mede te ondertekenen.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.