Bestuursprocesrecht

Wht, gemachtigde stelt beroep niet-tijdig beslissen in op de zelfde dag dat het besluit wordt genomen, geen…

Rechtbank Rotterdam, 31 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 31 oktober 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
31 oktober 2024
Datum publicatie
29 oktober 2024
Zaaknummer
ROT 22/5229
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:10748
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wht, gemachtigde stelt beroep niet-tijdig beslissen in op de zelfde dag dat het besluit wordt genomen, geen procesbelang, geen dwangsom verschuldigd omdat verweerder op de laatste dag had beslist, beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 22/5229

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 oktober 2024 in de zaak tussen

[Naam], uit [Plaats], eiseres,

gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak,

en

Dienst Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bij verweerder een verzoek gedaan om herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag.

Eiseres heeft op 2 november 2022 beroep ingesteld wegens het uitblijven van een besluit.

Verweerder heeft op 6 december 2022 een verweerschrift ingediend.

Nadat geen van partijen heeft aangegeven ter zitting te willen worden gehoord, heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:57, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiseres heeft kinderopvangtoeslag ontvangen en zij heeft zich gemeld voor een herbeoordeling van haar recht daarop. Verweerder heeft dit verzoek in behandeling genomen.

2. De rechtbank stelt vast dat verweerder, op dezelfde dag dat eiseres beroep heeft ingesteld, bij besluiten van 2 november 2022 op het verzoek tot herbeoordeling van eiseres heeft beslist. Verweerder heeft onweersproken in zijn verweerschrift onder 2. gesteld dat eiseres geen procesbelang heeft bij het beroep niet-tijdig beslissen omdat er inmiddels een beslissing is genomen. Met de afgegeven beslissing van 2 november 2022 is verweerder volledig aan het verzoek van eiseres tegemoet gekomen. Zij kan daarom met het onderhavig beroep geen ander resultaat bereiken. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.

3. Eiseres heeft verzocht de hoogte van de ingevolge afdeling 4.1.3 van de Awb verbeurde dwangsom vast te stellen. De door eiseres verzonden ingebrekestelling is door verweerder op 19 oktober 2022 ontvangen. Dat betekent dat verweerder tot en met 2 november 2022 de tijd had om te beslissen. Verweerder heeft op de laatste dag beslist. Er is daarom door verweerder geen dwangsom verbeurd.

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

5. Voor een toekenning van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. van Spengen, rechter, in aanwezigheid van mr. I.F.A.M Errington-Quaedvlieg, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 31 oktober 2024.

De rechter is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen.

Griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.