Bestuursprocesrecht

Veelprocedeerder. Misbruik van recht en daarom afwijzing BOBOG.

Rechtbank Rotterdam, 15 februari 2024

Zaakgegevens

Op 15 februari 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
15 februari 2024
Datum publicatie
12 februari 2024
Zaaknummer
ROT 23/5517
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:862
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veelprocedeerder. Misbruik van recht en daarom afwijzing BOBOG.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 23/5517


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 februari 2024 in de zaak tussen


[Naam], uit [Plaats], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn verzoek op basis van de Wet open overheid van 6 maart 2023.

1.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser heeft een beroep gedaan op betalingsonmacht en daarom verzocht te worden ontheven van de verplichting om het verschuldigde griffierecht te voldoen. Eiser heeft het griffierecht niet voldaan.

3. De rechtbank is van oordeel dat eiser misbruik maakt van recht en dat hij daarom geen aanspraak kan maken op ontheffing van de verplichting griffierecht te voldoen. Door geen griffierecht te voldoen is hij in verzuim als bedoeld in artikel 8:41, zesde lid, van de Awb. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De rechtbank neemt hierbij het volgende in aanmerking. Veelvuldig heeft de bestuursrechter geoordeeld dat eiser misbruik maakt van recht met zijn vele verzoeken en procedures (recentelijk nog ECLI:NL:RVS:2023:4063). De rechtbank ziet geen aanleiding om daar nu anders over te oordelen.

4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van

L.M. Arkenbout, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2024.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.