Bestuursprocesrecht

Wht-zaak. Gemachtigde stelt beroep in nadat besluit is genomen.

Rechtbank Rotterdam, 25 september 2024

Zaakgegevens

Op 25 september 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
25 september 2024
Datum publicatie
19 september 2024
Zaaknummer
ROT 24/6553
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:9243
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wht-zaak. Gemachtigde stelt beroep in nadat besluit is genomen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 24/6553

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2024 als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

[Naam], uit [Plaats], eiseres,

gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak,

en

Dienst Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Met de uitspraak van 6 december 2023 (ROT 23/7131) heeft de rechtbank verweerder opgedragen een besluit te nemen op het verzoek van eiseres om herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag.

Eiseres heeft opnieuw beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

  1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat zich in deze zaak een van de gevallen voordoet zoals genoemd in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en een zitting daarom niet nodig is.

  2. Eiseres heeft kinderopvangtoeslag ontvangen en zij heeft zich gemeld voor een herbeoordeling van haar recht daarop. Verweerder heeft dit verzoek in behandeling genomen.

3. Eiseres heeft op 2 juli 2024 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Uit het dossier blijkt echter dat verweerder al op 15 februari 2024 een beslissing heeft genomen op het verzoek om herbeoordeling (kenmerk: UHT-DCHO). Dit betekent dat het procesbelang van eiseres bij het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ontbreekt. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep van eiseres niet-ontvankelijk

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van

mr. H. de Vries, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 25 september 2024.

De griffier is verhinderd

de uitspraak te ondertekenen

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.