Bestuursprocesrecht

Veelprocedeerder. In deze uitspraak beslist de rechtbank over twintig beroepen van eiser wegens verondersteld…

Rechtbank Rotterdam, 2 januari 2025

Zaakgegevens

Op 2 januari 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
2 januari 2025
Datum publicatie
30 december 2024
Zaaknummer
ROT 24/6479 e.a.
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:120
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veelprocedeerder. In deze uitspraak beslist de rechtbank over twintig beroepen van eiser wegens verondersteld niet tijdig beslissen op zijn aanvragen aan het Drechtstedenbestuur om bijzondere bijstand voor de kosten van rechtsbijstand in zijn vele procedures. Omdat eiser continu misbruik van recht maakt, krijgt hij geen ontheffing van de verplichting griffierecht te voldoen (zie bijv. ECLI:NL:RVS:2024:1278; ECLI:NL:CRVB:2024:2031 en ECLI:NL:RBROT:2024:11383). Deze zaken bieden geen aanknopingspunten om een uitzondering aan te nemen, integendeel. Illustratief is dat het Drechtstedenbestuur in alle of in elk geval in het gros van de gevallen een besluit heeft genomen, maar dat dit eiser er niet van heeft weerhouden beroepen wegens niet-tijdig beslissen in te stellen. Dit procedeergedrag van eiser duidt erop dat het hem niet is te doen om de onderliggende besluiten (waaronder begunstigende besluiten), maar enkel om dwangsommen en een proceskostenveroordeling (waarvan overigens geen sprake kan zijn). Reeds in 2018 is geoordeeld dat dit procedeergedrag van eiser duidt op kwade trouw (bijv. ECLI:NL:RVS:2018:3553).

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummers: ROT 24/6479, ROT 24/6480, ROT 24/6481, ROT 24/6482,

ROT 24/8465, ROT 24/8466, ROT 24/8467, ROT 24/8468,

ROT 24/8469, ROT 24/9004, ROT 24/9042, ROT 24/9043,

ROT 24/9044, ROT 24/10229, ROT 24/10230, ROT 24/10231,

ROT 24/10232, ROT 24/10233, ROT 24/10234, ROT 24/10235


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 januari 2025 in de zaken tussen


[Naam], uit [Plaats], eiser ([Naam])

en

het Drechtstedenbestuur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over twintig beroepen van [Naam] wegens verondersteld niet tijdig beslissen op zijn aanvragen aan het Drechtstedenbestuur om bijzondere bijstand voor de kosten van rechtsbijstand in zijn vele procedures.

2. Omdat alle beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

3. Omdat [Naam] continu misbruik van recht maakt, krijgt hij geen ontheffing van de verplichting griffierecht te voldoen (zie bijv. ECLI:NL:RVS:2024:1278; ECLI:NL:CRVB:2024:2031 en ECLI:NL:RBROT:2024:11383). Deze zaken bieden geen aanknopingspunten om een uitzondering aan te nemen, integendeel. Illustratief is dat het Drechtstedenbestuur in alle of in elk geval in het gros van de gevallen een besluit heeft genomen, maar dat dit [Naam] er niet van heeft weerhouden beroepen wegens niet-tijdig beslissen in te stellen. Dit procedeergedrag van [Naam] duidt erop dat het hem niet is te doen om de onderliggende besluiten (waaronder begunstigende besluiten), maar enkel om dwangsommen en een proceskostenveroordeling (waarvan overigens geen sprake kan zijn). Reeds in 2018 is geoordeeld dat dit procedeergedrag van [Naam] duidt op kwade trouw (bijv. ECLI:NL:RVS:2018:3553).

4. Gelet hierop heeft de griffier in al deze zaken terecht griffierecht geheven. Omdat [Naam] het griffierecht in deze zaken niet heeft betaald en hij dus in verzuim is (artikel 8:41 van de Awb), zijn alle beroepen kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart alle beroepen niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 januari 2025.

griffier

Rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.